Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-07
ECLI:NL:RBROT:2024:4305
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,717 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/4238
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2024 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaatsnaam], verzoekster
(gemachtigde: mr. K.C. van de Wijngaart),
en
De Burgemeester van Vlaardingen, de burgemeester
(gemachtigde: [naam 1]).
Inleiding
1. Met het bestreden besluit van 18 april 2024 heeft de burgemeester de woning aan [adres] (de woning) gesloten voor de duur van zes maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de burgemeester, bijgestaan door [naam 2]
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoekster woont met haar partner, minderjarige dochter en een kennis in de woning. Verzoekster is eigenaar van de woning.
4. Op 19 januari 2024 volgen politiemedewerkers een internationaal gesignaleerd staande auto met Frans kenteken. Zij zien dat de bestuurster daarvan contact heeft met de bestuurder van een Volkswagen Golf, namelijk de partner van verzoekster. De bestuurster krijgt een rugzak van de partner van verzoekster en neemt deze mee in haar auto. Daarna stapt zij, met de rugzak, in bij de partner van verzoekster waarna zij samen naar de straat rijden waarin de woning van verzoekster is gelegen. De politie heeft de bestuurster en de partner van verzoekster vervolgens staande gehouden. In de rugzak zaten vier in folie gewikkelde pakketten waarin veel geld bleek te zitten. De bestuurster en de partner van verzoekster zijn vervolgens aangehouden voor witwassen.
Naar aanleiding hiervan heeft de politie de woning van verzoekster doorzocht. In de woning zag een politiemedewerker in de keuken een boodschappentas hangen aan een haakje. De politiemedewerker zag van bovenaf in de tas lege waterflesjes, toiletpapier en twee in plastic verpakte blokken liggen. Deze twee plastic verpakte blokken waren voorzien van een opdruk van een flamingo en het logo van Twitter. De blokken, met een nettogewicht van in totaal 1935 gram, zijn positief getest op de aanwezigheid van cocaïne.
Er zijn geen druggerelateerde meldingen bekend op het adres. Van de partner van verzoekster is bij de politie informatie bekend die gelinkt kan worden aan criminele organisaties die zich onder meer bezighouden met de handel in verdovende middelen.
Deze informatie is opgenomen in een bestuurlijke rapportage van 29 januari 2024 en de daarbij behorende bijlage: een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 26 januari 2024.
5. Bij brief van 5 maart 2024 heeft de burgemeester verzoekster in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoekster van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
6. De burgemeester heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage besloten om de woning te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoekster wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de woning weer open gaat, totdat er is beslist op haar bezwaarschrift. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning open mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
7. Dat er spoedeisend belang is, is niet in geschil. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen en zal daarom deze zaak inhoudelijk beoordelen.
Wat is het beoordelingskader?
8. De voorzieningenrechter kijkt of het bezwaarschrift van verzoekster kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
8.1.
Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot sluiting van een woning als in dat pand harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of als de drugs met dat doel aanwezig is. De burgemeester legt dan een last onder bestuursdwang op. De burgemeester beschikt bij de uitoefening van die bevoegdheid over beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.
8.2.
De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Vlaardingen tegen te gaan. Dit beleid staat in het Damoclesbeleid gemeente Vlaardingen. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning. Nadat voor de eerste maal een handelshoeveelheid verdovende middelen in een woning is aangetroffen wordt in beginsel besloten tot een sluiting, maar zal nadrukkelijk worden bezien of gelet op de feiten en omstandigheden met een waarschuwing kan worden volstaan. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende in het beleid omschreven omstandigheden.
Als zeer ernstig geval wordt beschouwd dat het betreffende pand wordt gebruikt ten behoeve van de verkoop, aflevering, productie of verstrekking van harddrugs. Hiervan wordt in beginsel uitgegaan indien meer dan een gebruikershoeveelheid, zijnde 0,5 gram, wordt aangetroffen. Ook wordt als zeer ernstig geval beschouwd dat er aanwijzingen zijn dat sprake is van georganiseerde criminaliteit.
In de maatregelentabel van het beleid is opgenomen dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs (meer dan 0,5 gram) de woning in beginsel wordt gesloten voor de duur van zes maanden. Deze duur kan worden verlengd met zes maanden als er aanwijzingen zijn dat sprake is van georganiseerde criminaliteit.
Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
9. Niet in geschil is dat in de woning een ruime handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen. De burgemeester was daarom in beginsel bevoegd om de woning te sluiten.
Was er noodzaak om de woning te sluiten?
10. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om een woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding wordt beoordeeld of sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de vraag of er vanuit de woning werd gehandeld, maar ook om andere omstandigheden, zoals de ligging van een pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk.
11. De burgemeester heeft de noodzaak tot sluiting van de woning aanwezig kunnen achten en hoefde niet met een minder ingrijpend middel, zoals een waarschuwing, te volstaan. De burgemeester heeft daarbij kunnen betrekken dat sprake is van een ernstig geval als bedoeld in zijn beleid gelet op de aangetroffen aanzienlijke handelshoeveelheid harddrugs. Ook heeft de burgemeester in zijn afweging kunnen betrekken dat de woning is doorzocht naar aanleiding van een incident waarbij in de auto van een bewoner (de partner van verzoekster) grote hoeveelheden cashgeld zijn aangetroffen na een overdracht van een rugzak tussen een Nederlands en een Frans voertuig en dat er bij de politie informatie bekend is dat de partner van verzoekster kan worden gelinkt aan criminele organisaties die zich bezig houden met handel in verdovende middelen. De burgemeester heeft gelet op het voorgaande aannemelijk mogen achten dat er sprake is van internationale georganiseerde drugscriminaliteit en dat de drugs deels of geheel bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. De burgemeester mag dan aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Dat levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als er – zoals in dit geval – geen overlast (“loop”) of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Daarnaast heeft de burgemeester in zijn verweerschrift opgemerkt dat de woning is gelegen in de VOP-wijk. Deze wijk is door de gemeente Vlaardingen aangewezen als aandachtsgebied en betreft een kwetsbare woonwijk.
Is de sluiting van de woning evenwichtig?
12. Als de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning noodzakelijk is, komt de vraag aan de orde of de sluiting ook evenwichtig is. Er moet evenwicht zijn tussen de bescherming van het algemeen belang, in dit geval de bescherming of het herstel van de openbare orde en de woon- en leefomgeving, en de te respecteren grondrechten van verzoekster.
Conclusie
15. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning wordt gesloten voor de duur van zes maanden. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de burgemeester, nu de woning nog open is, verzoekster een redelijke termijn zal bieden om de woning te verlaten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2024.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te tekenen
Griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2243.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
Zie de uitspraken van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1916 en ECLI:NL:RVS:2022:1910.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:277.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2444.