Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-26
ECLI:NL:RBROT:2024:4300
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,633 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10736783 CV EXPL 23-27074
datum uitspraak: 26 april 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] , die mede handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.C. Main,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Ridderkerk,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 14 september 2023, met bijlagen;
het antwoord.
1.2.
Op 15 maart 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [gedaagde] aanwezig. [eiseres] is pas verschenen toen de zitting al beëindigd was.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] eist in deze zaak betaling van € 856,93 met rente en een proceskostenvergoeding. Daarvoor heeft zij het volgende aangevoerd.
2.2.
Eind januari 2023 heeft [gedaagde] het kantoor van [eiseres] benaderd voor juridisch advies. Op 1 februari 2023 heeft er een intake plaatsgevonden waarbij partijen en de partner van [gedaagde] (de heer [persoon A] , hierna: ‘ [persoon A] ’) aanwezig waren. Tijdens dit gesprek zijn afspraken gemaakt over de door [eiseres] te verrichten werkzaamheden en de kosten daarvan en heeft [gedaagde] stukken aan [eiseres] overgelegd. Na de afspraak heeft [eiseres] bij e-mail van 6 februari 2023 nadere stukken bij [gedaagde] opgevraagd en is zij gestart met de werkzaamheden. Medio februari 2023 heeft [gedaagde] [eiseres] bericht af te zien van de juridische procedure. Voor de werkzaamheden die [eiseres] al had verricht, heeft zij € 624,32 bij [gedaagde] in rekening gebracht. Deze factuur is niet betaald door [gedaagde] . [gedaagde] is daarom ook bijkomende kosten verschuldigd geworden, aldus [eiseres] .
2.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Volgens haar was het intakegesprek gratis en heeft zij op de maandag na het weekend aan [eiseres] doorgegeven dat de zaak niet doorging. [eiseres] heeft haar daarop succes gewenst en [gedaagde] dacht dat het daarmee klaar was. Zij is daarom niet bereid een bedrag aan [eiseres] te betalen.
De uitkomst
2.4.
De eis wordt afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.
[eiseres] is niet (op tijd) ter zitting verschenen
2.5.
[eiseres] was niet aanwezig toen de zaak werd uitgeroepen. De zitting is daarom gestart buiten haar aanwezigheid. Na bepaling van de uitspraakdatum door de kantonrechter en beëindiging van de zitting, heeft [eiseres] zich alsnog bij de rechtszaal gemeld. [gedaagde] was op dat moment al vertrokken. Volgens [eiseres] was zij te laat omdat het verkeer vast stond. Dat is een omstandigheid die voor rekening en risico van [eiseres] komt. [eiseres] had met die mogelijkheid rekening kunnen houden. Ook is niet gebleken dat [eiseres] tijdig en deugdelijk heeft laten weten hoe laat zij er naar verwachting dan wel zou zijn. De kantonrechter heeft daarom geen reden gezien om de behandeling ter zitting te heropenen.
[eiseres] heeft haar stellingen niet voldoende onderbouwd
2.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat het intakegesprek gratis was. Voor dit gesprek heeft [eiseres] ook niets in rekening gebracht. [gedaagde] heeft ter zitting nader toegelicht dat na het gratis intakegesprek nog geen werkzaamheden verricht hoefden te worden omdat [eiseres] eerst bericht van [gedaagde] zou afwachten. Zij heeft op verzoek van [eiseres] wel stukken opgestuurd. Vervolgens heeft zij laten weten dat zij de zaak niet wilde doorzetten, aldus [gedaagde] .
2.7.
Uit het niet verschijnen van een partij op de zitting kan de rechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 88 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dat betekent in dit geval het volgende. De kantonrechter vindt dat [eiseres] in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die tot het oordeel zouden kunnen leiden dat tijdens het gratis intakegesprek (wel) was afgesproken dat [eiseres] met al de werkzaamheden zou beginnen. Dit blijkt ook niet (afdoende) uit de overgelegde stukken. Dat [gedaagde] in de tussentijd stukken heeft opgestuurd leidt niet tot een ander oordeel nu dit op verzoek van [eiseres] is gebeurd.
2.8.
Een en ander leidt tot het oordeel dat [eiseres] geen werkzaamheden bij [gedaagde] in rekening mocht brengen. Alleen al om deze reden wordt de eis tot betaling van de hoofdsom afgewezen. Daar komt nog bij dat zowel de factuur als de aanmaningen zijn gericht aan [persoon A] en niet (mede) aan [gedaagde] . Onduidelijk is waarom [gedaagde] gehouden zou zijn een factuur te betalen die niet op haar naam staat. Verder wordt aan hoofdsom € 689,09 geëist terwijl op de factuur een bedrag van € 624,32 staat. [eiseres] had hier tijdens de zitting wellicht duidelijkheid over kunnen verschaffen, maar door niet (tijdig) te verschijnen heeft zij van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
2.9.
Het afwijzen van de hoofdsom heeft tot gevolg dat de bijkomende kosten eveneens worden afgewezen, omdat daar geen grond voor bestaat.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.10.
[eiseres] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op € 50,- aan onkosten.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis van [eiseres] af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,- aan onkosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
43416