Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-12
ECLI:NL:RBROT:2024:4295
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
792 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10879314 CV EXPL 24-1173
datum uitspraak: 12 april 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Interpolis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Leiden,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Interpolis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 5 januari 2024, met bijlagen;
de brief van [gedaagde] van 14 januari 2024.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Interpolis eist [gedaagde] te veroordelen om € 182,40 met rente en kosten aan haar te betalen. [gedaagde] heeft uitstel gekregen voor een reactie op de dagvaarding, maar daarna niet meer gereageerd.
Hoofdsom
2.2.
[gedaagde] heeft niet aangegeven dat de feiten die in de dagvaarding staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan wordt de geëiste hoofdsom van € 130,95 toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.3.
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
Rente
2.4.
De rente wordt toegewezen, omdat Interpolis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.5.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Interpolis op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 40,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 327,38. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Interpolis te betalen € 182,40 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 130,95 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Interpolis worden begroot op € 327,38;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416