Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-10
ECLI:NL:RBROT:2024:4274
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,214 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team handel en haven
zaaknummer: 10/676061 HA RK 24-271
Beschikking van 10 april 2024
in de zaak van:
[verzoekster] h.o.d.n. [naam bedrijf],
vestigingsplaats: Barendrecht,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam 1], wettelijk vertegenwoordiger van [naam 2],
verzoekster,
advocaat: mr. J. van der Wende.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit het volgende processtuk:
- het verzoekschrift, ontvangen op 21 maart 2024, met bijlagen.
1.2.
De rechtbank heeft op verzoek van verzoekster besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
Feiten
2.1.
Op [datum] is overleden [naam 3] (hierna: overledene). De laatste woonplaats van overledene was [plaatsnaam 1]. Overledene was ten tijde van zijn overlijden niet gehuwd en had geen geregistreerd partnerschap.
2.2.
Overledene heeft bij testament van 18 juni 2021 zijn nichtje [naam 2], geboren op [geboortedatum 1] 2007, tot zijn enig erfgenaam benoemd. Omdat de nalatenschap niet binnen drie maanden na het openvallen van de nalatenschap namens de minderjarige is verworpen, wordt zij geacht de nalatenschap van rechtswege beneficiair te hebben aanvaard. De erfgenaam wordt vanwege haar minderjarigheid wettelijk vertegenwoordigd door haar moeder, [naam 5].
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 29 november 2017 is verzoekster benoemd tot bewindvoerder van de onder bewind gestelde goederen van [naam 5].
3Het verzoek
3.1.
Verzoekster vraagt de rechtbank om [naam 4], kantoorhoudende te [plaatsnaam 2], te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van de overledene.
3.2.
Aan het verzoek heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat de wettelijk vertegenwoordiger van de erfgenaam niet in staat is om de nalatenschap zelf af te wikkelen. Verzoekster heeft geen ervaring met het afwikkelen van nalatenschappen. Daarnaast is zij niet bekend met de financiële huishouding van overledene.
3.3.
Het is volgens verzoekster onbekend wat de omvang van de bezittingen en schulden van de overledene is. Benoeming van een professionele vereffenaar is dan ook gewenst.
Beoordeling
4.1.
Overledene woonde op het moment dat hij overleed in [plaatsnaam 1]. Gelet op deze woonplaats is de rechtbank Rotterdam, op grond van artikel 268 lid 1 Rv, bevoegd om van dit verzoek kennis te nemen.
4.2.
Het feit dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard, brengt mee dat de nalatenschap op de wettelijk voorgeschreven wijze zal moeten worden vereffend.
Op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW kan de rechtbank op verzoek van een erfgenaam een vereffenaar benoemen. Aan deze voorwaarde is voldaan, omdat verzoekster als bewindvoerder van de wettelijk vertegenwoordiger, optreedt namens de erfgenaam.
4.3.
Voorgesteld wordt [naam 4] te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap.
4.4.
De rechtbank stelt vast dat voldoende is komen vast te staan dat – gelet op de gestelde feiten en omstandigheden – gebleken is van een belang bij de benoeming van een professionele vereffenaar. Een door de rechtbank benoemde professionele vereffenaar kan de rechten van de nalatenschap waarborgen. Het verzoek wordt daarom toegewezen. De rechtbank zal [naam 4], die volgens de verklaring van 20 maart 2024, bereid en in staat is om als vereffenaar op te treden, benoemen tot vereffenaar. De vereffenaar moet de benoeming bekend maken in de (digitale) Staatscourant.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
benoemt [naam 4], kantoorhoudende te [postadres], [adres], tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[naam 3]
, geboren op [geboortedatum 2] te [plaatsnaam 1] en overleden op [datum];
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
verzoekt de griffier de benoeming in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
5.4.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam op de hoogte te stellen van deze benoeming;
5.5.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.
3092