Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-02-19
ECLI:NL:RBROT:2024:4268
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,177 tokens
Dictum
[terbeschikkinggestelde] (de terbeschikkinggestelde),
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
verblijvende in [naam instelling] (de instelling),
raadsman mr. S. Weening, advocaat te Maastricht.
1Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 25 april 2019 is de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van doodslag. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 2 februari 2022.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 18 januari 2024 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging met twee jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 19 februari 2024 behandeld. De officier van justitie mr. B.J. Berton, de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door de raadsman
mr. S. Weening, en de deskundige mevrouw [persoon A] , werkzaam als psycholoog bij de instelling, zijn gehoord.
3Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 22 december 2023, de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging te verlengen met twee jaren. De deskundige heeft dit advies ter terechtzitting nader toegelicht.
De terbeschikkinggestelde verblijft sinds 14 juli 2022 op de huidige afdeling met beveiligingsniveau 3, onder meer gericht op de (milde) autismespectrumstoornis van de terbeschikkinggestelde. Bij hem is eveneens sprake van een depressieve stoornis. Van gebruik van middelen is op dit moment geen sprake meer.
De terbeschikkinggestelde volgt zijn behandelprogramma, houdt zich aan de regels en afspraken en functioneert goed in deze omgeving. Binnen de huidige structuur wordt het recidiverisico ingeschat als laag tot matig en zonder deze structuur als matig tot hoog. Sinds een aantal maanden gaat de terbeschikkinggestelde met begeleid verlof. Vervolgens zal gekeken worden hoe op een veilige manier netwerkverloven kunnen worden ingericht. Stapsgewijze verruiming van verloven zal worden vormgegeven (eerst begeleid, later mogelijk onbegeleid en transmuraal). Toegewerkt zal worden naar verblijf in een begeleide woonvorm, buiten zijn regio van herkomst. Een verlenging van de maatregel met twee jaar is nodig voor het maken van deze stappen en om te onderzoeken hoe langdurig risicomanagement geborgd kan worden.
4Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
Zoals alle partijen erkennen is er, ondanks de positieve stappen die de terbeschikkinggestelde al heeft gemaakt, onvoldoende zicht op het voldoende terugbrengen van het recidiverisico binnen een termijn die korter is dan twee jaar. Hoewel de terbeschikkinggestelde de afgelopen periode – getuige de grote hoeveelheid diploma’s die de terbeschikkinggestelde ter zitting aan de rechtbank heeft overlegd – mooie stappen heeft gemaakt, is een verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar dus aangewezen.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. E.A. Poppe-Gielesen, voorzitter,
en mr. F.J.E. van Rossum en mr. S. Woudman-Bijl, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.