Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-22
ECLI:NL:RBROT:2024:3570
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
5,498 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10.163110.22
Datum uitspraak: 22 maart 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,
raadsman mr. W.H.J.W. de Brouwer, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. W. van Prooijen heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geformuleerd door de reclassering.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewijswaardering
4.1.1.
Inleiding
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld.
Naar aanleiding van een melding van het National Center for Missing and Exploited Children heeft de politie tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte op 4 juli 2022, 16 gegevensdragers in beslag genomen, waaronder diverse iPhones en harde schijven en een desktopcomputer. Op de desktopcomputer was een TOR-browser geïnstalleerd en bij een zoekslag tijdens de huiszoeking werden op die computer videobestanden aangetroffen met kinderpornografisch materiaal. Op een iPhone 11 zijn 2 kinderpornografische video’s aangetroffen. In totaal zijn op de diverse gegevensdragers 504 nog benaderbare kinderpornografische beelden aangetroffen en 3 nog benaderbare dierenpornografische beelden. Op de desktopcomputer van de verdachte zijn automatisch gegenereerde bestandsmappen aangetroffen met de username ‘[username]’ en de naam van het gedownloade bestand.
4.1.2.
Standpunt verdediging
Bekenden van de verdachte die hij kende van de sportschool kwamen in deze periode regelmatig bij de verdachte over de vloer om bij hem rond te hangen en te gamen. Zij hebben zich daarbij de toegang tot zijn computer en vermoedelijk ook zijn telefoon verschaft, zonder dat de verdachte daar zicht op had. Zij hebben die kinder- en dierenpornografische beelden daarop geplaatst. De verdachte had daarom geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin op het bezit van kinderpornografische afbeeldingen. De ten laste gelegde feiten kunnen daarom niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de bestanden zonder al teveel moeite toegankelijk moeten zijn voor de gebruiker om van bezit van die bestanden te kunnen spreken. In dit geval zou het gaan om bestanden in unallocated sectors die niet eenvoudig toegankelijk zouden zijn.
4.1.3.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat het kinder- en dierenpornografisch materiaal is aangetroffen op de computer en telefoon van de verdachte, aangetroffen in zijn huis. Het uitgangspunt in een dergelijk geval is dat de verdachte bekend wordt geacht met datgene wat er zich op zijn telefoon en zijn computer bevindt, tenzij de verdachte een aannemelijke verklaring voor het tegendeel heeft.
Alternatief scenario
De rechtbank acht het door de verdachte geschetste alternatieve scenario dat een ander het kinder- en dierenpornografisch materiaal op zijn computer en op zijn telefoon heeft geplaatst, niet aannemelijk. In die verklaring is de verdachte ten eerste niet consistent: bij de politie zwijgt hij en in mei 2023 doet de verdediging enkel een verzoek om ene [naam 1] (zonder achternaam) van de sportschool te horen. De raadsman heeft dat verzoek destijds gebaseerd op de verklaring van de verdachte, zo blijkt uit het verzoekschrift. Pas eerst op de terechtzitting van 8 maart 2024 spreekt de verdachte over ene [naam 2] (eveneens zonder achternaam) en dat hij juist die [naam 2] ervan verdenkt dat hij de porno op zijn computer heeft gezet. Naast die inconsistente verklaringen komt daarbij dat de verklaring van de verdachte dat deze vrienden bij hem kwamen gamen en zij dus toegang hadden tot zijn computer, nog geen antwoord geeft op de vraag hoe er dan eveneens kinderporno op zijn - met een toegangscode beveiligde - iPhone terecht is gekomen. Geconfronteerd daarmee op de zitting is de verklaring van de verdachte dat zij ‘zijn code wel zullen hebben afgekeken’, volstrekt ongeloofwaardig. Welke motivatie die onbekend gebleven persoon bovendien zou hebben om kinderporno op de telefoon van de verdachte te zetten, ontgaat de rechtbank eveneens. De gehele verklaring van de verdachte vindt geen enkele steun in het strafdossier ontbeert elk begin van enige aannemelijkheid.
Bestanden niet-toegankelijk
Uit het dossier volgt dat een groot deel van de aangetroffen kinder- en dierenporno zich bevond in de cache van de computer en de telefoon. Blijkens de bestandspaden waar de in de tenlastelegging genoemde bestanden zijn aangetroffen bevindt foto 12 van het kinderpornografisch materiaal en de - enige - ten laste gelegde foto van het dierenpornografisch materiaal (foto 1) zich in cache-folders. Hoewel van bestanden in zogeheten unallocated sectors - zoals door de verdediging is betoogd - niet volgt uit het dossier, geldt ook voor bestanden die in de cache worden aangetroffen dat deze in beginsel niet zonder gebruikmaking van speciale software, in elk geval niet eenvoudig, toegankelijk zijn. Uit het proces-verbaal van de politie volgt verder dat de bestanden in de cache ooit op de computer/telefoon hebben gestaan, maar dat deze daar nu niet meer op staan.
Om tot bewezenverklaring te komen van het bezit van die bestanden in de cache is dus meer nodig. Bijvoorbeeld een vaststelling van het moment waarop die bestanden wél op de computer/telefoon hebben gestaan. Echter, het is volgens hetzelfde voornoemde proces-verbaal niet te onderzoeken wanneer ze op de gegevensdragers hebben gestaan en wanneer zij zijn verwijderd. Daarom kan het bezit van die bestanden in de ten laste gelegde periode, niet worden bewezen.
4.1.4.
Conclusie
Het geschetste alternatieve scenario wordt verworpen. De verweren slagen ten aanzien van de ten laste gelegde bestanden in cache-folder. Nu de enige onder feit 2 ten laste gelegde afbeelding zich in een cache-folder bevindt, zal de verdachte van feit 2 worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1hij
in de periode van 1februari 2021 tot en met 4 juli 2022, te Rotterdam, gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:- het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een andere persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met een mond/tong en/of penis en/of vinger/hand en/of voorwerp), (waaronder afbeeldingen 1 tot en met 6 in [bestandsnaam] ),
en- het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en/of billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of borsten van een andere persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt (met een mond/tong en/of vinger/hand en/of voorwerp) (waaronder afbeeldingen 7 tot en met 10 in [bestandsnaam] ),
en- het geheel naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze poseert in een (erotisch getinte) houding die niet bij haar leeftijd past en waarbij door de onnatuurlijke pose de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden waarbij de afbeeldingen aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling (waaronder afbeeldingen 11, , 14, 15, 16 en 18 in de [bestandsnaam] ),
en- het ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waaronder afbeelding 13 in [bestandsnaam] ).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
1.
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd;
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft gedurende een periode van anderhalf jaar op digitale gegevensdragers honderden kinderpornografische afbeeldingen en een klein aantal video’s in zijn bezit gehad. De collecties betroffen kinderen variërend in de leeftijd van 0 tot en met 16 jaar oud, waarbij een groot gedeelte ervan meisjes jonger dan 12 jaar oud betroffen.
Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook de personen die kinderporno bezitten, omdat met het downloaden, het bewaren en bekijken van dit soort afbeeldingen en video’s de vraag ernaar blijft bestaan en het maken ervan wordt bevorderd. De verdachte heeft hieraan een bijdrage geleverd. Het is algemeen bekend dat kinderen door de op de afbeeldingen en video’s vastgelegde seksuele gedragingen ernstige lichamelijke en psychische schade kunnen oplopen, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat.
Voorts blijven de afbeeldingen van de kinderen, door het beschikbaar stellen via internet en het downloaden ervan, circuleren en is definitieve verwijdering nagenoeg onmogelijk. Dit blijft de slachtoffers de rest van hun leven achtervolgen.
De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij zich hieraan niets gelegen heeft laten liggen en dat hij doelbewust kinderpornografische bestanden heeft gedownload en op zijn gegevensdragers heeft opgeslagen. De grote hoeveelheid op de gegevensdragers van de verdachte aangetroffen cache bestanden en thumbnails geven aan dat de verdachte – hoewel die beelden reeds zijn gewist – in het verleden een veel grotere hoeveelheid dan de honderden aantallen die thans nog vrij toegankelijk zijn, in bezit heeft gehad. Slechts door een melding en het vervolgens ingrijpen door de politie is een einde gekomen aan deze gedragingen. Op de terechtzitting heeft hij geen verantwoordelijkheid genomen dan wel inzicht getoond in het kwalijke van zijn handelen.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 januari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.
7.3.2.
Rapportage
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 april 202. Dit rapport houdt het volgende in.
Er zijn geen zorgen in de leefgebieden huisvesting, werk en inkomen. De verdachte heeft een vaste baan en een eigen woning. De verdachte heeft goed contact met zijn familie, vrienden en kennissen. Er is geen sprake van middelen-gebruik. De verdachte is relatief onervaren met betrekking tot partnerrelaties en heeft slechts in beperkte mate willen spreken over seksualiteit. Het recidiverisico kan niet worden ingeschat omdat de verdachte het ten laste gelegde ontkent en naar kennissen wijst als zijnde de verantwoordelijken. De reclassering adviseert bij een eventuele veroordeling een deels voorwaardelijke strafoplegging met daaraan de volgende bijzondere voorwaarden gekoppeld (verkort weergegeven):
meldplicht bij de reclassering;
ambulante behandeling;
vermijden kinderporno.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier is geëist omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 2. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank heeft in het nadeel van de verdachte meegewogen dat het gaat om een langere pleegperiode waarbij de verdachte een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal in bezit heeft gehad en dat de verdachte geen inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn handelen. Aan de andere kant heeft de rechtbank de conclusie van de reclassering meegewogen dat begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk zijn om ambulante behandeling mogelijk te maken, zodat de verdachte daarmee inzicht krijgt in het kwalijke van zijn handelen. Tevens wordt daarmee mogelijk dat alsnog een inschatting wordt gemaakt van het recidiverisico, welk risico met behulp van de voorwaarden kan worden ingeperkt. Mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de rechtbank de voorgenomen gevangenisstraf grotendeels voorwaardelijk opleggen en anders dan de verdediging heeft betoogd daaraan ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden. Dit dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast zal de rechtbank in het kader van de retributie een taakstraf van 240 uren opleggen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 240a van het Wetboek van Strafrecht.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van honderd en tachtig (180) dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot honderd negenenzeventig (179) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de/een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;
2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van een nader door de reclassering te bepalen zorgverlener. Hij laat zijn delictgedrag duiden en behandelen door polikliniek De Waag Rotterdam of ambulant behandelcentrum Fivoor te Rotterdam of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de veroordeelde zal zich op welke wijze dan ook onthouden van: a) het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen;b) gedragingen die zijn gericht op deelname aan internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;c) gedragingen die zijn gericht op deelname aan internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
de veroordeelde dient aan de controles hierop (zoals hieronder beschreven) mee te werken tijdens een huisbezoek en verstrekt toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. De veroordeelde verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
het toezicht op de onder 3 vermelde voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers in gebruik bij de veroordeelde. Deze controles vinden op de volgende wijze plaats:
de controle van de onder 3a, b en c gestelde voorwaarden mag slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van digitale bestanden (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan);
een specialist (niet zijnde een opsporingsambtenaar) mag de reclassering technische ondersteuning bieden ten behoeve van de controles;
de controles mogen gedurende de proeftijd van twee jaren maximaal drie keer worden uitgevoerd;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van tweehonderd veertig (240) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van honderdtwintig (120) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Daum, voorzitter,
en mrs. L. Amperse en M. Bakhuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P.