Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-09
ECLI:NL:RBROT:2024:337
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,998 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/251954-23
Datum uitspraak: 9 januari 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01],
raadsman mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. B.B.M. Zonneveld heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het tenlastegelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het tenlastegelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 29 september 2023 te Rotterdameen wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen (gaspistool) in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk: Umarex, type: Browning Gpda 9, kaliber: 9mm pak voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een gaspistool. Het type gasvuurwapen zoals dat is aangetroffen, kan ernstig letsel veroorzaken. Het onbevoegd voorhanden hebben van gasvuurwapens als het onderhavige, brengt tevens onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich mee. Tegen onbevoegd wapenbezit dient krachtig te worden opgetreden. Het stijgend aantal slachtoffers van (vuur)wapengeweld in de samenleving onderstreept de noodzaak hiervan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte van 6 december 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 december 2023. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte heeft een omvangrijk delictverleden. In 2005 heeft hij een ISD-maatregel opgelegd gekregen, waarna hij tot 2023 buiten beeld van justitie is gebleven. De verdachte is bekend met de diagnose schizofrenie en is jarenlang stabiel in zorg geweest bij het FACT-team van Antes GGZ. Hij woont zelfstandig in een huurhuis in een kwetsbare buurt in Rotterdam. De GGZ heeft inmiddels een zorgmachtiging en een plan voor klinische stabilisatie voordat de verdachte weer naar zijn huis kan terugkeren, waarbij hij zal worden verplicht om zijn medicatie te accepteren en waarbij eventueel middelengebruik ontmoedigd dient te worden. De verwachting is dat dit kan leiden tot - wederom - een stabiele situatie en het voorkomen van nieuw delictgedrag.
Vanwege ontbrekende informatie kan de reclassering geen beschermende factoren benoemen anders dan medicatiegebruik en behandeling door het FACT. Ook het benoemen van risicofactoren anders dan middelengebruik, een gebrek aan ziekte-inzicht en veelvuldig grensoverschrijdend gedrag in het verleden, is niet mogelijk.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en op de LOVS-oriëntatiepunten.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen gevangenisstraf passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. P. Joele en M.A.M. Dekkers, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Biert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 september 2023 te Rotterdameen wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen (gaspistool) in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk: Umarex, type: Browning Gpda 9, kaliber: 9mm pak voorhanden heeft gehad.