Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-15
ECLI:NL:RBROT:2024:3335
Civiel recht; Insolventierecht
Verschoning
935 tokens
Dictum
op het verzoek van:
mr. C.G.E. Prenger,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team insolventie (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[bedrijf 1]
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
en
Solar Nederland B.V.
gevestigd te ’s-Gravenhage
1Het procesverloop en de processtukken
1.1.
Op de zitting van 16 april 2024 is voor behandeling gepland de zaak betreffende het verzoek tot faillietverklaring van [bedrijf 1] , ingediend door Solar Nederland B.V. voor wie mr. G. Janssen als advocaat optreedt. Deze zaak heeft als kenmerk C/10/668220.
1.2.
Op 15 april 2024 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2Het verzoek en het verweer daartegen
2.1.
Ter toelichting op het verzoek om verschoning heeft de rechter – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:
2.1.1.
Op 27 februari 2024 is een aan [bedrijf 1] gelieerde vennootschap, [bedrijf 2] , failliet verklaard. Bij dat vonnis is de rechter als rechter-commissaris benoemd. In haar rol als rechter-commissaris houdt zij toezicht op het beheer en de vereffening van de boedel van [bedrijf 2] door de curator. Vanwege deze rol als rechter-commissaris en de kennis die de rechter uit dien hoofde (via het faillissementsverslag) reeds heeft ontvangen, voelt zij zich niet vrij om als rechter het verzoek tot faillietverklaring van [bedrijf 1] te behandelen.
Beoordeling
3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek van mr. C.G.E. Prenger toe om zich in de procedure van [bedrijf 1] en Solar Nederland B.V. met kenmerk C/10/668220 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. Franken, voorzitter, mr. Koekebakker en mr. Diekman rechters en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 15 april 2024.
Verzonden op:
aan:
- mr. C.G.E. Prenger
- mr. G. Janssen