Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-02
ECLI:NL:RBROT:2024:2691
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,372 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10780966 CV EXPL 23-29410
datum uitspraak: 29 maart 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
die samen handelen onder de naam [naam bedrijf 1],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1],
eisers in conventie, verweerders in reconventie,
gemachtigde: mr. P. Tijsterman,
tegen
[gedaagde] die handelt onder de naam [naam bedrijf 2],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2],
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
gemachtigde: mr. ing. A.T. Tilburg.
De partijen worden hierna ‘[eisende partij]’ en ‘[gedaagde partij]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 30 oktober 2023, met bijlagen;
het antwoord met een eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
het antwoord in reconventie, met bijlagen.
1.2.
Op 23 februari 2024 heeft de kantonrechter de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de partijen besproken.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
[eisende partij] heeft een webshop, inclusief merknaam, voorraden, inventaris et cetera, verkocht aan [gedaagde partij]. Volgens [eisende partij] moet [gedaagde partij] nog € 12.900,- van de totale koopprijs van € 75.400,- betalen, maar weigert zij dat. Ze eist dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld om dat bedrag aan haar te betalen, met rente en € 904,- aan buitengerechtelijke kosten.
2.2.
[gedaagde partij] is het niet eens met de eis. Zij stelt dat zij maximaal nog € 4.311,95 moet betalen, omdat de overgenomen voorraad € 8.588,05 minder waard is dan dat [eisende partij] heeft berekend. Ze vindt dat zij een deel hiervan sowieso nog niet hoeft te betalen, omdat dit nog niet opeisbaar is. Zij stelt dat ze het deel dat ze al wel moet betalen, mag opschorten. De reden daarvan is dat [eisende partij] de logobestanden in een bepaald bestandsformaat moest aanleveren, maar dat volgens [gedaagde partij] niet gedaan.
2.3.
[gedaagde partij] eist zelf (in reconventie) dat [eisende partij] wordt veroordeeld om de logobestanden alsnog aan te leveren. Ze stelt verder dat zij € 5.000,- schade heeft geleden doordat [eisende partij] de logobestanden nog niet heeft aangeleverd. Ook heeft [eisende partij] volgens haar de toegangscodes voor de social media accounts te laat aangeleverd, waardoor ze € 12.186,12 omzetschade heeft geleden. Ze eist daarom in totaal een schadevergoeding van € 17.186,12, met rente. Volgens haar heeft [eisende partij] tenslotte gehandeld in strijd met het concurrentiebeding dat in de koopovereenkomst staat. Ze eist dat [eisende partij] wordt veroordeeld om dat beding na te komen en een boete van € 59.500,- te betalen voor de overtredingen tot nu toe.
2.4.
[eisende partij] is het niet eens met de tegeneis. Zij zegt dat ze alle logobestanden waarover ze beschikt al heeft aangeleverd. Volgens haar moet de geëiste schadevergoeding worden afgewezen, omdat de schade van [gedaagde partij] onvoldoende is onderbouwd. Ze vindt verder dat de kantonrechter het geschil over het concurrentiebeding niet mag beoordelen.
Beoordeling
2.5.
De kantonrechter wijst nog geen eindvonnis. De partijen mogen zich eerst nog uitlaten over de vraag welke logobestanden moesten worden afgegeven en of dit is gebeurd. De tegeneisen die te maken hebben met de overtreding van het concurrentiebeding verwijst de kantonrechter naar team Handel en Haven. In dit vonnis licht de kantonrechter zijn oordeel toe.
De eisen over het concurrentiebeding worden verwezen
2.6.
[gedaagde partij] heeft verschillende eisen in reconventie ingesteld. Het betreffen twee eisen van onbepaalde waarde, om de koopovereenkomst na te komen. Daarnaast eist ze opgeteld dat [eisende partij] wordt veroordeeld om € 76.686,12 te betalen. Er is geen sprake van aardvorderingen (artikel 93 sub c of d Rv). In principe moet daarom de eis in reconventie worden behandeld door team Handel en Haven. De kantonrechter kan die eis alleen behandelen voor zover de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie zich tegen afzonderlijke behandeling verzet (artikel 97 Rv). Het grootste deel van de eisen in reconventie hangt nauw samen met het verweer tegen de eisen in conventie. Het gaat namelijk om de vraag wat [eisende partij] moest overdragen, wat zij overgedragen heeft en of [gedaagde partij] in dat opzicht iets kan eisen van [eisende partij].
2.7.
Die samenhang speelt niet bij de eisen die te maken hebben met het concurrentiebeding. Dat beding staat weliswaar in dezelfde koopovereenkomst, maar daarmee houdt de samenhang op. Deze eis kan zonder problemen afzonderlijk worden behandeld, omdat deze eis is gebaseerd op andere stellingen. [eisende partij] heeft er uitdrukkelijk bezwaar tegen gemaakt dat de kantonrechter deze eis ook behandelt. De kantonrechter begrijpt uit de samenhang tussen artikel 94 en 97 Rv (“voor zover”) dat de rechter de eis in reconventie in dat geval gedeeltelijk kan verwijzen naar team Handel en Haven. De rechter heeft dit tijdens de zitting met de partijen besproken. Zij hebben daarmee ingestemd. Mede met het oog daarop verwijst de kantonrechter dit deel van de eis in reconventie naar team Handel en Haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv). Een rechter van dat team beslist op 10 april 2024 wat er verder met de zaak gebeurt. De partijen krijgen hier bericht over.
2.8.
De partijen mogen bij team Handel en Haven niet zelf procederen. Een advocaat is verplicht (artikel 79 Rv).
2.9.
Doordat de rechter de zaak verwijst geldt voor zowel [eisende partij] als [gedaagde partij] een griffierecht van € 1.325,-. [eisende partij] heeft al € 693,- aan griffierecht betaald. Zij hoeft dus ‘nog maar’ € 632,- te betalen. Deze bedragen moet betaald zijn binnen vier weken na de eerste roldatum bij team Handel en Haven (artikel 3 Wgbz). Daarvoor verstuurt het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur aan [eisende partij].
Het is nog onduidelijk of [gedaagde partij] zich kan beroepen op opschorting
2.10.
[gedaagde partij] vindt onder andere dat de eis in conventie moet worden afgewezen, omdat zij haar betaling kan opschorten. In het antwoord heeft [gedaagde partij] als reden aangevoerd dat de beeld- en merkrechten en de naam en het logo van het merk SOOOW nog niet zijn overgedragen. Tijdens de zitting heeft zij dit standpunt gewijzigd. Ze heeft gesteld dat alleen nog bepaalde logobestanden moeten worden geleverd. De partijen zijn het erover eens dat [eisende partij] wel bestanden heeft aangeleverd, maar de kantonrechter begrijpt dat die bestanden niet de juiste bestandsindeling hebben. [gedaagde partij] wil namelijk ook de beschikking krijgen over Photoshop- en Adobe-bestanden.
2.11.
Omdat [gedaagde partij] dit standpunt voor het eerst (duidelijk) tijdens de zitting heeft ingenomen, kon [eisende partij] hier niet inhoudelijk op reageren. [eisende partij] mag zich er daarom alsnog kort over uitlaten welke logobestanden zij (wat haar betreft) op grond van de overeenkomst moest leveren aan [gedaagde partij] en of zij dat heeft gedaan. Daarna mag [gedaagde partij] kort op deze akte reageren. Vervolgens zal de rechter vonnis wijzen.
2.12.
De kantonrechter verwijst de zaak hiervoor naar de rolzitting van dinsdag 23 april 2024 om 11.30 uur zodat [eisende partij] zich (uitsluitend) hierover kan uitlaten. Als [eisende partij] schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk 22 april 2024 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [eisende partij] naar de rolzitting komt.
2.13.
In afwachting van de akte houdt de kantonrechter iedere beslissing in conventie en reconventie aan, afgezien van de gedeeltelijke verwijzing naar team Handel en Haven.
Dictum
De kantonrechter:
in conventie:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 april 2024 om 11.30 uur zodat [eisende partij] zich kan uitlaten zoals beschreven in 2.11;
in reconventie:
3.2.
verwijst de vorderingen III en V naar de rol van het team Handel en Haven van woensdag 10 april 2024 om 10.00 uur, voor verdere behandeling en beslissing;
3.3.
draagt de griffier op de processtukken en een kopie van dit vonnis op tijd voor de genoemde rolzitting te sturen aan de griffier van het team Handel en Haven van deze rechtbank.
in conventie en reconventie:
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
33394