Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-12
ECLI:NL:RBROT:2024:2597
Civiel recht
Beschikking
803 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 10894613 VZ VERZ 24-573
uitspraak: 12 maart 2024
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor
in de zaak van
[verzoeker] ,
zonder woon- of verblijfplaats in Nederland,
plaats van domicilie: [plaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. L.M.E. Jongenelis,
gericht tegen
1 [verweerder 1] ,
2. [verweerder 2] ,
beiden werkzaam bij de Nationale Politie en aangesteld bij de eenheid Rotterdam,
verweerders,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’, ‘ [verweerder 1] ’ en ‘ [verweerder 2] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 22 januari 2024;
de reactie van verweerders.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoeker] is op 5 oktober 2023 door verbalisanten [verweerder 1] en [verweerder 2] aangehouden op verdenking van een overtreding van artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht. Volgens [verzoeker] is daarbij het volgende gebeurd. Door toedoen van een van de verbalisanten is zijn rugzak met daarin zijn bezittingen op het wegdek gekomen en vervolgens overreden door een vrachtwagen. [verzoeker] wil de door hem geleden schade vergoed krijgen en is daarom voornemens een procedure tegen de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) te starten. Hij verzoekt vooruitlopend daarop om [verweerder 1] en [verweerder 2] te horen in het kader van een voorlopig getuigenverhoor.
2.2.
[verweerder 1] en [verweerder 2] hebben per e-mail op het verzoek van [verzoeker] gereageerd en daartegen geen bezwaren geuit.
De uitkomst
2.3.
[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Hierna wordt toegelicht waarom.
De getuigen zijn aangemerkt als wederpartij
2.4.
Uit het verzoekschrift blijkt dat het verzoek wordt gedaan ten behoeve van een procedure die mogelijk aanhangig wordt gemaakt tegen de Staat. Het verzoek is echter gericht tegen de getuigen, en dus niet tegen de beoogde wederpartij in de mogelijke toekomstige procedure. Door het ontbreken van de naam en woonplaats van de (juiste) wederpartij, voldoet het verzoekschrift niet aan de vereisten die daaraan worden gesteld op grond van artikel 187 lid 3 sub d Rv. [verzoeker] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Dat betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling.
Dictum
De kantonrechter,
3.1.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416