Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-07
ECLI:NL:RBROT:2024:2579
Civiel recht; Personen- en familierecht
Mondelinge uitspraak
1,038 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/674897 / FA RK 24-1705
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 7 maart 2024 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats],
op dit moment verblijvende in [verblijfadres],
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 4 maart 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de beschikking van de burgemeester van 29 februari 2024;
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1], psychiater, van 29 februari 2024;
het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 10 februari 2022;
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 maart 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2], specialist ouderengeneeskunde en [naam 3], afdelingscoach gedrag en welzijn, beiden verbonden aan [naam zorginstelling];
de dochter van betrokkene.
Beoordeling
2.1.
De beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester is op donderdag 29 februari 2024 om 11:39 uur afgegeven. Ingevolge artikel 29 lid 4 Wzd heeft deze beschikking een geldigheidsduur van ten hoogste 3 dagen (de rechtbank begrijpt: 3 x 24 uur), tenzij het CIZ vóór het verstrijken van de geldigheidsduur de rechtbank verzoekt om voortzetting van de inbewaringstelling zoals bedoeld in artikel 37 Wzd. Omdat de inbewaringstelling in het weekend afliep, is deze termijn verlengd tot maandag 4 maart 11.39 uur. Voor die tijd had het CIZ het verzoek moeten indienen. Dat is niet gebeurd.
Het CIZ heeft op donderdag 29 februari 2024 last van een storing ondervonden. Hierdoor zijn de verzoeken, verstuurd vanuit het CIZ op donderdag 29 februari 2024 en vrijdag 1 maart 2024, niet aangekomen bij de rechtbank. Het onderhavige verzoek is op maandag 4 maart om 16:42 uur, en dus zo’n 5 uur na het verstrijken van de driedagentermijn, (opnieuw) ingediend. Dit heeft tot gevolg dat de inbewaringstelling ex artikel 29 lid 4 Wzd is komen te vervallen, waardoor een verlenging daarvan niet (meer) mogelijk is.
2.2.
Gelet op het voorgaande is het CIZ niet-ontvankelijk in het verzoek.
Dictum
De rechtbank verklaart het CIZ niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is op 7 maart 2024 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van Z.P. van der Knaap, griffier, en op 18 maart 2024 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.