Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-27
ECLI:NL:RBROT:2024:2510
Civiel recht
Proces-verbaal
1,642 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/675997 / KG ZA 24-234
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak op grond van artikel 29a Rv van 27 maart 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te Hansweert, gemeente Reimerswaal,
eiseres,
advocaat mr. R.A.A. Maat te Goes,
tegen
1
[gedaagde 1],
wonende te Dordrecht,
2. de ontbonden besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2]
,
gedaagden,
niet verschenen.
Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden hierna samen als zodanig aangeduid en afzonderlijk als [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. J.B. Smits, voorzieningenrechter, en mr. G.C.M. van Rheeden, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
aan de zijde van [eiseres]:
[eiseres]
mr. Maat.
[eiseres] blijft bij de eerder door haar ingenomen standpunten. De rechter wijst het volgende vonnis.
Beoordeling
1.1.
[eiseres] is eigenaresse van de woning met schuur aan [adres], kadastraal bekend [perceel]. [gedaagde 1] is haar moeder. [gedaagde 1] is niet verschenen en tegen haar is ter zitting verstek verleend. [gedaagde 2] is evenmin verschenen, maar deze is ontbonden waardoor deze niet langer bestaat en in rechte betrokken kan worden. [eiseres] zal daarom ten aanzien van [gedaagde 2] niet-ontvankelijk worden verklaard.
1.2.
In verband met een geldlening van € 30.000,00 aan [eiseres] is op 26 juni 2008 op de woning een tweede hypotheekrecht gevestigd ten gunste van [gedaagde 2]. De geldlening (inclusief de daarover verschuldigde rente) is afgelost en [eiseres] wenst thans doorhaling van het hypotheekrecht in de registers. [gedaagde 1] die ten tijde van de algehele aflossing enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 2] was, heeft dit hypotheekrecht op dat moment niet uit laten schrijven. [eiseres] heeft deze verklaring met spoed nodig, omdat zij de woning heeft verkocht en deze op 2 april 2024 op straffe van een contractuele boete aan de koper vrij van hypotheken geleverd moet worden. Hieraan werken gedaagden feitelijk niet mee. [gedaagde 2] is namelijk ontbonden en per 5 december 2020 uitgeschreven uit het Handelsregister. Daardoor is het nu niet meer mogelijk om [gedaagde 1] in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 2] een verklaring van waardeloosheid van het hypotheekrecht te vragen. [eiseres] heeft ter zitting verklaard dat het bestaan van het hypotheekrecht te laat duidelijk is geworden om nog voor de leveringsdatum van haar woning de vereffening van [gedaagde 2] te heropenen om zo doorhaling te bewerkstelligen. Om toch een verklaring van waardeloosheid te krijgen, is [eiseres] dit kort geding gestart.
1.3.
Artikel 3:274 lid 1 BW bepaalt dat wanneer een hypotheek is tenietgegaan, de schuldeiser verplicht is om aan de rechthebbende op het bezwaarde goed bij authentieke akte te verklaren dat de hypotheek is vervallen. In lid 3 staat dat artikel 3:29 BW van overeenkomstige toepassing is wanneer die verklaring niet wordt afgegeven. Artikel 3:29 lid 1 BW bepaalt dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven de rechtbank de inschrijving waardeloos verklaart op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Dit kan ook in kort geding.
1.4.
[eiseres] is aan te merken als onmiddellijk belanghebbende in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW en uit dien hoofde heeft zij een zelfstandig belang om de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos te (laten) verklaren nu degene die de verklaring had behoren af te geven dat niet kan doen omdat zij niet meer bestaat. De voorzieningenrechter zal daarom in dit vonnis de inschrijving waardeloos verklaren.
1.5.
Op grond van artikel 3:29 lid 4 BW kan de verklaring van waardeloosheid die dit vonnis bevat, niet eerder worden ingeschreven dan nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis gaat pas in kracht van gewijsde als er geen rechtsmiddel meer open staat. De hoger beroepstermijn voor dit vonnis bedraagt vier weken. [eiseres] zal tegen die tijd de contractuele boete verbeurd hebben en deze procedure zal in dat geval zinloos zijn geweest. Een manier om dit vonnis onmiddellijk in kracht van gewijsde te laten gaan, is dat [eiseres] afziet van haar recht op hoger beroep en berust in dit vonnis (artikel 334 Rv). [eiseres] heeft in de dagvaarding en ter zitting herhaald verklaard van haar recht op hoger beroep af te zien. Om kracht van gewijsde te verkrijgen zal ook een verklaring van [gedaagde 1] nodig zijn dat zij geen hoger beroep in zal stellen. Alsdan staat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis open en zal het in kracht van gewijsde gaan.
1.6.
Hoewel het gevorderde wordt toegewezen, wordt geen van partijen in het ongelijk gesteld. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd.
Dictum
De voorzieningenrechter
2.1.
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vorderingen tegen [gedaagde 2],
2.2.
verklaart de hypothecaire inschrijving op de woning met schuur aan [adres], kadastraal bekend [perceel], die ten behoeve van [gedaagde 2] is gevestigd, waardeloos in de zin van artikel 3:29 BW,
2.3.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt,
2.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
verstaat dat [eiseres] afziet van haar recht appel tegen dit vonnis in te stellen,
2.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
De rechter deelt mede dat de dag waarop deze mondelinge uitspraak is gedaan, geldt als dag van uitspraak en bepalend is voor de aanvang van de rechtsmiddelentermijn.
Waarvan proces-verbaal,
1734/3195