Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-06
ECLI:NL:RBROT:2024:2431
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,383 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaaknummer: C/10/671483 / JE RK 23-2990
datum uitspraak: 6 maart 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de jeugdbescherming,
over
[kind]
,
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1],
[naam 2]
,
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2].
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 2 februari 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
Op 10 maart 2024 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 3].
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2Kern van de uitspraak
2.1.
Deze uitspraak gaat over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [kind]. De kinderrechter heeft hierover geoordeeld en bepaald dat de ondertoezichtstelling van [kind] met twee maanden wordt verlengd. De machtiging uithuisplaatsing van [kind] wordt ook verlengd met twee maanden. Deze beslissing treedt meteen in werking.
Feiten
3.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [kind].
3.2.
[kind] woont bij haar vader.
3.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 februari 2024 de ondertoezichtstelling van [kind] verlengd tot 9 maart 2024. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter ook de machtiging uithuisplaatsing van [kind] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader, verlengd tot 9 maart 2024. Het overig verzochte is aangehouden.
4Het verzoek
4.1.
De jeugdbescherming heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [kind] te verlengen voor de duur van drie maanden. Ook heeft de jeugdbescherming een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] bij de vader verzocht voor de duur van drie maanden. De maatregelen zijn op 2 februari 2024 al voor een maand verlengd. Het overig verzochte is aangehouden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
5De standpunten
5.1.
De jeugdbescherming heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Gezien wordt dat de vader [kind] structuur biedt en dat zij bij de vader tot ontwikkeling komt. [kind] mist de moeder. Op dit moment wordt gekeken met de vader en het wijkteam of hiervoor passende hulpverlening kan worden ingezet. De jeugdbeschermer heeft in februari dit jaar contact gehad met de moeder, maar sindsdien niets meer van haar gehoord. Wel heeft de jeugdbescherming begrepen dat de vader voorzichtig contact heeft met de moeder. Dat is positief. [kind] doet het redelijk goed op school. Ze is vrolijk en gaat met plezier naar school. Ook de school signaleert dat sinds [kind] bij de vader woont zij een positieve verandering laat zien. Het contact tussen de school en de vader verloopt goed. De jeugdbescherming heeft om een korte verlenging van de maatregelen verzocht, omdat zij in de veronderstelling waren dat er binnen deze periode meer duidelijkheid zou komen over het gezag. Afgewacht moet worden of de moeder in beroep gaat tegen de beslissing over het gezag. Het is daarnaast van belang dat wordt onderzocht hoe een vorm van contact tussen [kind] en de moeder kan worden vormgegeven. Het is nog onduidelijk of het wijkteam dit kan oppakken, gezamenlijk met de hulpverlening van Needed People, of dat langere betrokkenheid van de jeugdbescherming nodig is.
5.2.
De vader voert geen verweer tegen het verzoek van de jeugdbescherming. De vader is het eens met de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [kind] bij de vader. Wel vraagt de vader zich af waarom maar een periode van drie maanden is verzocht. De vader staat open voor de hulpverlening. De vader geeft ook aan dat hij inmiddels ook is belast met het gezag over [kind]. Deze beslissing is volgens de vader nog niet onherroepelijk.
Beoordeling
Verlenging van de ondertoezichtstelling
6.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd voor een ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [kind] verlengen voor de verzochte duur van twee maanden. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
6.2.
Gebleken is dat [kind] ernstig in haar ontwikkeling worden bedreigd. De zorgen zijn onvoldoende verminderd. Er bestonden ernstige zorgen in de opvoedsituatie bij de moeder thuis. De moeder was onvoldoende in staat om een stabiele opvoedingssituatie voor [kind] te creëren en haar veiligheid te waarborgen. [kind] verblijft sinds maart 2023 bij de vader. Gebleken is dat de moeder onbereikbaar is voor de jeugdbescherming. Tussen de ouders is sprake van voorzichtig contact. Er is nog altijd geen sprake van een omgangsregeling tussen de moeder en [kind], wat maakt dat zij haar moeder al langere tijd moet missen.
6.3.
Het is de komende periode van belang dat wordt bezien welke hulpverlening ingezet kan worden die zich richt op [kind] en het gegeven dat zij haar moeder op dit moment in haar leven mist. Daarnaast is het van belang dat de moeder in contact treedt met de jeugdbescherming zodat kan worden bekeken welke rol de moeder in het leven van [kind] kan spelen. Tot op heden staat de moeder onvoldoende open voor de hulpverlening en toon zij weinig inzicht in de zorgen over [kind]. De jeugdbescherming zal in samenwerking met het wijkteam, Needed People en de ouders bezien of een contactregeling tot stand kan komen. De betrokkenheid van de jeugdbescherming is daarom langer noodzakelijk.
Verlenging van de machtiging uithuisplaatsing
6.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Duidelijk is geworden dat [kind] gebaat is bij de structuur die zij ervaart bij de vader. Het is in belang van [kind] en haar ontwikkeling dat haar verblijf bij de vader wordt voortgezet.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [kind] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [kind] tot 9 mei 2024;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] bij de vader tot 9 mei 2024;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van A.J.E. van der Veer als griffier, en op schrift gesteld op 20 maart 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Zoals genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:260, eerste lid, BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.