Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2024-03-27
ECLI:NL:RBROT:2024:2419
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 22/5581 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2024 in de zaak tussen Compaxo Vlees Zevenaar B.V., uit Zevenaar, eiseres (gemachtigde: mr. F.Th.M. Peters), en De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigden: mr. P.M.M. van Bennekom en mr. R.R. Berkhout). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een boete voor een overtreding van de Wet dieren. Met het besluit van 10 juni 2022 heeft verweerder eiseres een boete van € 5.000,- opgelegd. 1.1. Met het bestreden besluit van 13 oktober 2022 op het bezwaar van eiser heeft verweerder deze boete gehandhaafd. 1.2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 25 januari 2024 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, bijgestaan door [naam 1], toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Totstandkoming van het besluit 2.1. Op 19 mei 2022 heeft een toezichthouder van de NVWA een rapport van bevindingen opgemaakt. In dat rapport schrijft de toezichthouder onder meer het volgende: “Bevinding(en): Datum en tijdstip van de bevinding: 21 oktober 2021 omstreeks 07:20 uur. In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: [naam 2], functie: Kwaliteitsdienst medewerker. Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de uitsnijderij in de hal bij de varkens schouders. Ik zag daar dat er waterdruppels hingen aan het plafond (zie fotobijlage, foto 1 en 2). Ik zag dat er onder deze waterdruppels vlees, door mij herkent als schouders, hing aan een band en onder dit vlees zag ik een lopende band waar ook vlees op lag. Ik zag dat medewerkers bezig waren het vlees op de onderste lopende band nog verder uit te snijden. Ik zag dat als de waterdruppels naar beneden vielen, dat deze op het vlees bestemd voor humane consumptie terechtkwamen. Ik zag de druppels vallen op de schouders en op het vlees op de band. Ik zag op de schouders die boven de band hingen een stempel welke het vlees goedkeurt voor humane consumptie. Waterdruppels vanaf het plafond kan vlees verontreinigen. Deze druppels kunnen potentieel Listeria spp. of andere ziekteverwekkers bevatten. Toen ik deze druppels aan het plafond zag heb ik de halchef van de hal waar ik in stond op de hoogte gesteld van mijn bevindingen. Deze halchef zei dat hij in de pauze, wanneer de medewerkers niet meer aan het werk waren aan de band, het plafond zou laten moppen. Vervolgens heb ik [naam 2], hoofd kwaliteitsdienst, aangesproken en een rapport van bevindingen aangezegd. De kwaliteitsdienst is voor ons het aanspreekpunt vanuit het bedrijf bij geconstateerde afwijkende waarnemingen. Ik zag dat er waterdruppels op vlees vielen. Hierdoor zag ik dat levensmiddelen niet in alle stadia van de productie werden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd.” Bij het rapport van bevindingen zijn twee foto’s als bijlagen opgenomen. 2.2. Op grond van het rapport van bevindingen van 19 mei 2022 heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: Levensmiddelen werden niet in alle stadia van de productie beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie, schadelijk kan worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kan worden verontreinigd dat het redelijkerwijs niet meer in die staat kan worden geconsumeerd. Volgens verweerder gaat het hier om een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2.4, eerste lid, onder c, van de Regeling dierlijke producten, in samenhang gelezen met artikel 4, tweede lid, of andere ziekteverwekkers bevatten. Zodra water langs oppervlakten dan wel de buitenzijde van leidingen komt, kan het worden besmet met micro-organismen, zoals bacteriën. Deze bacteriën kunnen ook op een plafond zitten dat recent is gereinigd of zelfs is gedesinfecteerd. Ook kunnen in druppels spoelwater die van een schoongemaakt plafond naar beneden vallen resten van een schoonmaakmiddel zitten. Anders dan eiseres stelt, kan (schoon) spoelwater dat afkomstig is van het plafond dus levensmiddelen verontreinigen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres de levensmiddelen niet heeft beschermd tegen elke vorm van verontreiniging door niet te voorkomen dat de druppels vanaf het plafond naar beneden druppelden. Verweerder heeft onduidelijk kunnen achten hoe het kan dat er tijdens de controle van de toezichthouder om 7:20 uur nog steeds druppels op het plafond zichtbaar waren, terwijl de werkzaamheden in de uitsnijderij om 6:00 uur waren begonnen en sindsdien het plafond niet was schoongespoten. Nadat dit door de toezichthouder was geconstateerd, heeft de halchef gezegd dat hij later het plafond zou laten moppen, maar dit had juist in een eerder stadium moeten gebeuren. 4.4. De rechtbank volgt eiseres niet in het betoog dat enkele druppels spoelwater er niet voor kunnen zorgen dat het vlees ongeschikt wordt voor menselijke consumptie. Zoals hiervoor al is overwogen, kunnen in spoelwater dat afkomstig is van het plafond bacteriën zitten waardoor vlees verontreinigd kan raken. Dat slachthaken en ander materiaal ook worden schoongespoeld met spoelwater maakt dit niet anders, nu slachthaken regelmatig worden gereinigd vanwege het frequente gebruik hiervan gedurende de dag. Ook de vergelijking met het wassen van de handen gaat niet op. Handen worden daarna gedroogd. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat het plafond regelmatig moet worden droog gemaakt met een mop zodra daar druppels aan hangen. Niet is gebleken dat dit in het bedrijf van eiseres is gebeurd. 4.5. De beroepsgronden slagen dus niet. Verweerder was dus bevoegd om een boete aan eiseres op te leggen. 5. Verder voert eiseres dat de boete had moeten worden gematigd op grond van artikel 2.3 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren, nu er sprake is van geen of een gering risico voor de volksgezondheid. 5.1. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen, kan spoelwater dat afkomstig is van het plafond ziekteverwekkers bevatten waardoor het vlees besmet kon raken. Eiseres heeft er niet voor gezorgd dat de levensmiddelen tijdens alle stadia van de productie werden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging. Verweerder heeft terecht van belang geacht dat de druppels ook daadwerkelijk vanaf het plafond op het vlees zijn gevallen. Onder deze omstandigheden is er dan ook geen sprake van een gering risico voor de volksgezondheid. Verweerder heeft de recidivebepaling van artikel 2.5 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren terecht toegepast, nu eiseres op 6 juli 2018 eerder is beboet voor eenzelfde overtreding en er sinds het onherroepelijk worden hiervan nog geen vijf jaar zijn verstreken. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is dus ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van P. Deinum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het h