Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-15
ECLI:NL:RBROT:2024:2040
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
967 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/4609 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2024 op het verzet van
[naam opposant] , te [plaats] , opposant,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 oktober 2023 in het geding tussen
opposant
en
[naam geopposeerde] , geopposeerde
(gemachtigde: mr. G. Verberne).
Inleiding
1. Opposant heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank van 21 oktober 2023, waarin de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De uitspraak van 21 oktober 2023
2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. Opposant had een beroep niet tijdig beslissen ingesteld, omdat niet zou zijn beslist op zijn AVG-verzoek van 28 februari 2022. De rechtbank heeft aan opposant op 13 juli 2023 schriftelijk verzocht om binnen twee weken een kopie van dit AVG-verzoek naar de rechtbank toe te sturen. Op deze brief is geen reactie of uitstelverzoek ingekomen van opposant. De rechtbank heeft het beroep om die reden niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzet van opposant
3. Opposant voert in verzet aan wel degelijk een kopie van het AVG-verzoek van 28 februari 2022 te hebben ingediend bij de rechtbank. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft opposant een schermafdruk ingediend van een e-mailbericht gericht aan de administratie van deze rechtbank.
Beoordeling
4. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposant terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
5. De verzetrechter overweegt het volgende. Uit de in verzet overgelegde schermafdruk blijkt dat opposant op 21 juli 2023 een e-mailbericht heeft verstuurd naar deze rechtbank waarin opposant het verzoek van 28 februari 2022 toestuurt. In de onderwerpregel staat zaaknummer ROT 23/4609 vermeld en in de bijlage van het e-mailbericht bevindt zich een document genaamd “ [documentnaam] ”. De verzetrechter overweegt dat hiermee twijfel is ontstaan over de buiten-zittinguitspraak.
Conclusie
6. Omdat twijfel is ontstaan over de buiten-zittinguitspraak, is het verzet gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak van 21 oktober 2023 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
7. De rechtbank verzoekt aan opposant om zijn AVG-verzoek van 28 februari 2022 nogmaals in te dienen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Algemene verordening gegevensbescherming