Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-02-23
ECLI:NL:RBROT:2024:1633
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,915 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10688530 CV EXPL 23-24272
datum uitspraak: 23 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: Koning en De Raadt B.V. incassospecialisten,
tegen
[gedaagde01]
, die voorheen handelde onder de naam
[horecabedrijf01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 17 augustus 2023, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de spreekaantekeningen van [eiser01] .
1.2.
Op 26 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens [eiser01] aanwezig: de heer [naam01] (controller), bijgestaan door de heer [naam02] (namens de hierboven genoemde gemachtigde). Daarnaast was [gedaagde01] aanwezig.
Beoordeling
Wat is er gebeurd?
2.1.
Tussen partijen is op 30 september 2019 een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan een beveiligingsinstallatie (camera’s) door [eiser01] aan [gedaagde01] is verhuurd voor € 163,99 (inclusief btw) per maand. Het abonnement heeft een looptijd van zestig maanden. [gedaagde01] heeft een aantal facturen, ondanks aanmaning, niet betaald. [eiser01] heeft de overeenkomst daarom ontbonden. [gedaagde01] is volgens [eiser01] nog € 4.234,46 aan haar verschuldigd. Dit bedrag bestaat uit achterstallige betalingen (€ 1.118,75) en een restant looptijd contract (€ 3.115,81). [eiser01] eist betaling dit bedrag. Daarnaast vindt [eiser01] dat [gedaagde01] buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke handelsrente en proceskosten moet betalen.
2.2.
[gedaagde01] is het hier niet mee eens en is niet bereid het geëiste bedrag te betalen. [horecabedrijf01] is in juni 2022 opgeheven. [eiser01] heeft toen aangegeven dat [gedaagde01] iemand kon zoeken die het beveiligings-abonnement wilde overnemen. Dat heeft [gedaagde01] gedaan. Mevrouw [naam03] zou het bedrijf van [gedaagde01] overnemen, samen met het beveiligings-abonnement. Hier heeft [gedaagde01] [eiser01] ook van op de hoogte gesteld en de gegevens van mevrouw [naam03] doorgegeven. [eiser01] heeft echter nooit contact met mevrouw [naam03] opgenomen om deze overname te bewerkstelligen. Daarnaast heeft [gedaagde01] over de maanden juni tot oktober 2022 wel abonnementskosten betaald, terwijl de camera’s niet werden onderhouden. Bovendien is alle post naar het verkeerde adres verstuurd. Alleen de dagvaarding is juist aangekomen.
2.3.
De kantonrechter wijst de eisen van [eiser01] toe en leg hieronder uit waarom.
Geen sprake van contractsovername
2.4.
[gedaagde01] stelt dat hij de abonnementskosten na de maand juni 2022 niet meer hoeft te betalen, omdat mevrouw [naam03] het abonnement vanaf dat moment heeft overgenomen en dus sprake is van een contractsovername. De kantonrechter oordeelt anders.
2.5.
Contractsovername is namelijk een overeenkomst waarbij tussen de overdragende partij en de overnemende partij een akte is gesloten en waaraan de wederpartij (een derde) haar medewerking verleent (artikel 6:159 lid 1 BW). Uitgangspunt voor een geslaagd beroep op contractsovername is dat zowel sprake moet zijn van een akte waaruit blijkt dat mevrouw [naam03] de overeenkomst met [eiser01] van [gedaagde01] heeft overgenomen, als van medewerking van [eiser01] aan deze wijziging. Als niet aan deze voorwaarden is voldaan, is geen sprake van contractsovername.
2.6.
Partijen zijn het erover een dat er geen akte is gesloten tussen [gedaagde01] en mevrouw [naam03] waaruit blijkt dat mevrouw [naam03] de overeenkomst met [eiser01] heeft overgenomen. Er is dus geen spraken van een contractsovername.
Achterstallig onderhoud
2.7.
[gedaagde01] heeft daarnaast aangevoerd dat [eiser01] de camera’s had moeten onderhouden. [eiser01] heeft dat niet gedaan, waardoor de camera’s al enige tijd niet werken. [eiser01] heeft ook geen enkele poging gedaan het systeem werkend te krijgen, aldus [gedaagde01] . [eiser01] heeft betwist dat zij geen onderhoud aan de camera’s heeft uitgevoerd. De camera’s zijn enige tijd offline geweest als gevolg van een verbouwing, vervolgens betaalde [gedaagde01] vanaf oktober 2022 de abonnementskosten niet meer. [eiser01] heeft op 7 oktober, 17 oktober, 8 november en 24 november 2023 nog wel geprobeerd contact op te nemen. Daarnaast zijn per e-mail terugbelverzoeken verstuurd en is een adviseur langs geweest. [gedaagde01] heeft dit niet betwist.
2.8.
In deze omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter niet vast komen te staan dat [eiser01] niet aan haar onderhoudsverplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. Dat de camera’s niet werkten is bovendien niet gebleken. [gedaagde01] heeft geen foto’s of filmpjes overgelegd waaruit blijkt dat de camera’s het niet doen en ook heeft hij geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij [eiser01] ervan op de hoogte heeft gesteld dat de camera’s niet werkten.
[gedaagde01] moet de achterstallige betalingen en de restant van het contract nog betalen
2.9.
Omdat niet is gebleken dat sprake is van contractsovername en/of achterstallig onderhoud, wordt het geëiste bedrag van € 1.118,75 (inclusief btw) aan onbetaald gelaten facturen over de maanden november 2022 tot en met mei 2023 toegewezen. Omdat [gedaagde01] daarnaast niet heeft betwist dat de overeenkomst op 20 juni 2023 buitengerechtelijk is ontbonden, en dat hij op grond van artikel 6.1 van de algemene voorwaarden het restant van de looptijd van het contract nog moet betalen, wordt ook het geëiste bedrag van € 3.115,81 (inclusief btw) aan restant looptijd contract (negentien resterende maanden) toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.10.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 548,45 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Dat [gedaagde01] de door [eiser01] verstuurde sommatie niet heeft ontvangen is niet gebleken, nu [gedaagde01] tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat het adres en de e-mail die op deze brief zijn genoemd correct zijn.
Rente
2.11.
De wettelijke handelsrente (die berekend tot 17 augustus 2023 € 65,03 bedraagt) wordt toegewezen, omdat [eiser01] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.12.
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser01] op € 109,44 aan dagvaardingskosten, € 487,00 aan griffierecht, € 1.084,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.815,44. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 4.847,94 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 4.234,46 vanaf 17 augustus 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] worden begroot op € 1.815,44;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
54214