Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-28
ECLI:NL:RBROT:2024:1571
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,604 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/6226
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. Z.B. Gyömörei),
en
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de burgemeester van 17 augustus 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Totstandkoming van het besluit
2. In het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres heeft een exploitatievergunning categorie 3 aangevraagd, welke bij primair besluit van 22 februari 2022 is verleend. Volgens de burgemeester is de bezwaarprocedure niet bedoeld om wijzigingen van een aanvraag te bewerkstelligen. De burgemeester heeft hierbij overwogen dat de omstandigheid dat op basis van een misverstand een exploitatievergunning categorie 3 is aangevraagd en verkregen, terwijl de overige vier horeca-exploitaties van dezelfde ondernemers [bedrijf] wel een exploitatievergunning in categorie 4 vergund zouden hebben gekregen, niet maakt dat hier anders moet worden geoordeeld.
Het beroep van eiseres
3. Eiseres voert in beroep aan dat zij per vergissing een exploitatievergunning op basis van exploitatiecategorie 3 heeft aangevraagd, die vervolgens met het primaire besluit van 22 februari 2022 door de burgemeester is verleend. Hiertegen heeft eiseres op 4 april 2022 en 14 april 2022 bezwaarschriften ingediend. Verder heeft eiseres op 24 maart 2022 een nieuwe aanvraag voor een exploitatievergunning op basis van categorie 4 ingediend, waarop is beslist bij besluit van 2 juni 2023. In dat besluit is de burgemeester volgens eiseres volledig voorbij gegaan aan de genoemde bezwaarschriften van eiseres van 4 april en 14 april 2022. Om die reden is eiseres in bezwaar gegaan tegen het besluit van 2 juni 2013, welke procedure nog steeds loopt. Volgens eiseres is bij de aanvraag voor de exploitatievergunning in categorie 3 sprake geweest van een kennelijke schrijffout en niet van een wijziging. De bezwaarprocedure heeft niet tot doel om wijzigingen van de aanvraag te bewerkstelligen, maar een reeds bestaande situatie te handhaven en de fout te corrigeren. Eiseres wijst in dit verband nog op de rechtsmiddelenclausule in het primaire besluit. De bezwaren van eiseres dienen dan ook inhoudelijk te worden beoordeeld, zij heeft belang bij het corrigeren van de fout in de vergunning.
Beoordeling
4. De rechtbank overweegt het volgende. Niet in geschil is dat eiseres op 21 december 2021 een aanvraag voor een exploitatievergunning op basis van exploitatiecategorie 3 heeft ingediend. De burgemeester heeft met het primaire besluit deze aanvraag van eiseres toegewezen en een exploitatievergunning in categorie 3 afgegeven. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres in bezwaar geen procesbelang heeft. De door eiseres in beroep aangevoerde omstandigheden kunnen niet tot een andere conclusie leiden. De burgemeester is niet gehouden om in de bezwaarprocedure een door eiseres gemaakte fout in de vergunningaanvraag te herstellen. De aan eiseres verleende vergunning is de aangevraagde vergunning. Eiseres heeft dan ook geen belang bij een bezwaarprocedure over het besluit waarin de vergunning is verleend. Daar komt bij dat eiseres inmiddels een nieuwe aanvraag heeft ingediend voor een exploitatievergunning op basis van exploitatiecategorie 4, waarop bij besluit van 2 juni 2023 is beslist. Voor zover eiseres het niet eens is met de inhoud van dat besluit, kan zij daartegen rechtsmiddelen aanwenden – wat zij ook heeft gedaan – en in die procedure aanvoeren waarom zij het niet eens is met dat besluit.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
6. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/6226
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. Z.B. Gyömörei),
en
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de burgemeester van 17 augustus 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Totstandkoming van het besluit
2. In het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres heeft een exploitatievergunning categorie 3 aangevraagd, welke bij primair besluit van 22 februari 2022 is verleend. Volgens de burgemeester is de bezwaarprocedure niet bedoeld om wijzigingen van een aanvraag te bewerkstelligen. De burgemeester heeft hierbij overwogen dat de omstandigheid dat op basis van een misverstand een exploitatievergunning categorie 3 is aangevraagd en verkregen, terwijl de overige vier horeca-exploitaties van dezelfde ondernemers [bedrijf] wel een exploitatievergunning in categorie 4 vergund zouden hebben gekregen, niet maakt dat hier anders moet worden geoordeeld.
Het beroep van eiseres
3. Eiseres voert in beroep aan dat zij per vergissing een exploitatievergunning op basis van exploitatiecategorie 3 heeft aangevraagd, die vervolgens met het primaire besluit van 22 februari 2022 door de burgemeester is verleend. Hiertegen heeft eiseres op 4 april 2022 en 14 april 2022 bezwaarschriften ingediend. Verder heeft eiseres op 24 maart 2022 een nieuwe aanvraag voor een exploitatievergunning op basis van categorie 4 ingediend, waarop is beslist bij besluit van 2 juni 2023. In dat besluit is de burgemeester volgens eiseres volledig voorbij gegaan aan de genoemde bezwaarschriften van eiseres van 4 april en 14 april 2022. Om die reden is eiseres in bezwaar gegaan tegen het besluit van 2 juni 2013, welke procedure nog steeds loopt. Volgens eiseres is bij de aanvraag voor de exploitatievergunning in categorie 3 sprake geweest van een kennelijke schrijffout en niet van een wijziging. De bezwaarprocedure heeft niet tot doel om wijzigingen van de aanvraag te bewerkstelligen, maar een reeds bestaande situatie te handhaven en de fout te corrigeren. Eiseres wijst in dit verband nog op de rechtsmiddelenclausule in het primaire besluit. De bezwaren van eiseres dienen dan ook inhoudelijk te worden beoordeeld, zij heeft belang bij het corrigeren van de fout in de vergunning.
Beoordeling
4. De rechtbank overweegt het volgende. Niet in geschil is dat eiseres op 21 december 2021 een aanvraag voor een exploitatievergunning op basis van exploitatiecategorie 3 heeft ingediend. De burgemeester heeft met het primaire besluit deze aanvraag van eiseres toegewezen en een exploitatievergunning in categorie 3 afgegeven. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres in bezwaar geen procesbelang heeft. De door eiseres in beroep aangevoerde omstandigheden kunnen niet tot een andere conclusie leiden. De burgemeester is niet gehouden om in de bezwaarprocedure een door eiseres gemaakte fout in de vergunningaanvraag te herstellen. De aan eiseres verleende vergunning is de aangevraagde vergunning. Eiseres heeft dan ook geen belang bij een bezwaarprocedure over het besluit waarin de vergunning is verleend. Daar komt bij dat eiseres inmiddels een nieuwe aanvraag heeft ingediend voor een exploitatievergunning op basis van exploitatiecategorie 4, waarop bij besluit van 2 juni 2023 is beslist. Voor zover eiseres het niet eens is met de inhoud van dat besluit, kan zij daartegen rechtsmiddelen aanwenden – wat zij ook heeft gedaan – en in die procedure aanvoeren waarom zij het niet eens is met dat besluit.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
6. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.