Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-02-09
ECLI:NL:RBROT:2024:1475
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
5,186 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/673027 / FA RK 24-813
Referentienummer: [nummer01]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 februari 2024 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,
hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene01]
,
geboren op [geboortedatum01] 1970 te [geboorteplaats01] , [geboorteland01] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats01] , gemeente [gemeente01] ,
op dit moment verblijvende in Antes te Poortugaal,
advocaat mr. J.J. van Santbrink te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 1 februari 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [psychiater01] , psychiater, van 24 januari 2024;
de zorgkaart van 29 januari 2024;
het zorgplan van 11 januari 2024;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 februari 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[arts01] , afdelingsarts, en [psychiater02] , psychiater, beiden verbonden aan Antes (hierna: de behandelaars).
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
Beoordeling
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 september 2023 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 19 maart 2024. De officier heeft op 1 februari 2024 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis; er is sprake van een psychotisch beeld met maniforme kenmerken in het kader van een schizofreniespectrumstoornis.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene na het staken van de antipsychotica die hij lange tijd gebruikte, psychotisch is ontregeld en daarbij geladen en achterdochtig is. Betrokkene denkt dat hij door Turkse jeugd wordt achtervolgd en dat zijn telefoon gehackt is door de overheid. Ook gaf betrokkene impulsief veel geld uit en lijkt hij volgens de onafhankelijk rapporterend psychiater onvoldoende in staat om basale belangen te overzien. In de periode voor de opname heeft betrokkene conflicten gehad, onder andere met zijn buren, waardoor hij zijn huis dreigt kwijt te raken.
Tijdens de mondelinge behandeling vertelt betrokkene dat zijn buren jaloers zouden zijn, omdat hij sinds zijn scheiding in zijn eentje een groot huis tot zijn beschikking heeft. Betrokkene voelt zich opgejaagd door zijn buren en probeert al drie jaar te verhuizen. Dat hij onnodig veel geld zou hebben uitgegeven klopt niet volgens betrokkene; hij betaalt alleen de facturen voor zijn woning en doet boodschappen voor zichzelf en voor zijn katten.
De behandelaars vertellen dat betrokkene sinds december 2023 onder de lopende zorgmachtiging is opgenomen op een gesloten afdeling wegens agitatie en het niet goed kunnen omgaan met vrijheden. Op de afdeling zijn naast psychotische symptomen vooral ook maniforme kenmerken te zien. Betrokkene kan geagiteerd en verbaal agressief reageren wanneer dingen niet gaan zoals hij wil. Betrokkene wordt ingesteld op nieuwe depotmedicatie, waarbij de vrijheden inmiddels stapsgewijs weer worden opgebouwd. Betrokkene gaat hier tot nog toe goed mee om, maar weigert vooralsnog het gebruik van stemmingsregulerende medicatie. Als betrokkene psychisch voldoende stabiel is en het goed gaat de komende weken, is het voornemen om hem in de thuissituatie verder ambulant te begeleiden. Psychische stabiliteit is essentieel om met ontslag te kunnen gaan, omdat betrokkene door de problemen met zijn buren zijn woning dreigt kwijt te raken.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Tijdens de mondelinge behandeling vertelt betrokkene dat hij al twee jaar geen antipsychotische medicatie meer gebruikt en dat hij daar blij om is, omdat hij last had van bijwerkingen zoals borstvorming. Betrokkene heeft in de periode daarvoor gedurende vijfentwintig jaar vrijwillig medicatie gebruikt. Betrokkene licht toe dat hij onder de lopende zorgmachtiging nu depotmedicatie krijgt, maar dat hij hier eigenlijk weer mee zou willen stoppen. Betrokkene weet uit het verleden hoe hij zich voelt bij een psychotische ontregeling en daarvan is naar zijn mening op dit moment geen sprake. Een nieuwe zorgmachtiging vindt betrokkene daarom niet nodig. Betrokkene voelt zich vooral depressief in de kliniek en wil zo snel mogelijk terug naar huis.
De behandelaars lichten toe dat betrokkene gedurende langere tijd stabiel heeft gefunctioneerd, nadat hij eerder uit eigen beweging is gestopt met de medicatie. Na zijn opname in de kliniek is gestart met andere medicatie, gelet op de door betrokkene gerapporteerde bijwerkingen van de eerdere medicatie. Betrokkene krijgt nu één keer in de vier weken een depot, maar hij ziet zelf geen reden voor het gebruik van antipsychotische medicatie en zou hiermee het liefst weer willen stoppen. Omdat de stemmingsproblematiek op dit moment op de voorgrond staat en in mindere mate sprake is van psychotische klachten, zouden de behandelaars een stemmingsstabilisator (zoals lithium) willen voorschrijven. Betrokkene weigert echter deze medicatie uit angst voor vergelijkbare bijwerkingen als eerder optraden bij de antipsychotica die hij gebruikte. Deze vrees is naar het oordeel van de behandelaar ongegrond, omdat dergelijke bijwerkingen niet bekend zijn bij het gebruik van lithium. Als betrokkene stemmingsregulerende medicatie zou accepteren, kunnen mogelijk daarnaast de antipsychotica worden afgebouwd en kan betrokkene naar verwachting eerder met ontslag.
2.6.
Betrokkene ziet geen reden om nog langer in de kliniek te blijven. Na verdere uitleg door de psychiater over het behandelplan en mogelijke bijwerkingen van de door haar voorgestelde medicatie, stemt betrokkene tijdens de mondelinge behandeling er uiteindelijk mee in om gedurende enige tijd het gebruik van stemmingsregulerende medicatie te proberen. Betrokkene is daarnaast bereid om, zoals in het verleden, verdere ambulante zorg in de thuissituatie vrijwillig te accepteren. De advocaat bepleit daarom om in elk geval de betreffende zorgvormen (toedienen van medicatie, verrichten van medische controles en beperkingen in de vrijheid eigen leven in te richten) niet op te nemen in een eventueel af te geven zorgmachtiging. Ten aanzien van de overige verzochte zorgvormen refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.
De behandelaars achten een bredere zorgmachtiging wenselijk, omdat betrokkene niet intrinsiek gemotiveerd is voor het gebruik van medicatie en onvoldoende duidelijk is hoe duurzaam zijn toezegging is om de medicatie vrijwillig te gebruiken. De ambulante zorg is in de thuissituatie wel lange tijd goed gegaan op vrijwillige basis, zodat deze zorgvorm eventueel zou kunnen vervallen. Als betrokkene stabiel genoeg is om terug naar huis te gaan, is de verwachting dat hij ook in de thuissituatie op vrijwillige basis voldoende begeleidbaar zal zijn.
De rechtbank is op basis van de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene de kans moet krijgen om in samenspraak met zijn behandelaars op vrijwillige basis afspraken te maken over de medicatie en het verder te volgen behandeltraject. Omdat betrokkene ook tijdens de zitting zijn standpunt heeft gehandhaafd dat hij niet in de accommodatie wil blijven, acht de rechtbank specifiek op dit punt een nieuwe zorgmachtiging noodzakelijk. De behandelaars hebben toegelicht dat het voor betrokkene nog te vroeg is om naar huis te gaan en dat het tempo waarin verdere vrijheden worden opgebouwd afhankelijk is van de effecten van de medicatie. De behandelaars dienen daarom te bepalen in welk tempo betrokkene met ontslag kan. Het instellen op nieuwe medicatie dient volgens de behandelaars klinisch te gebeuren, zodat ook om die reden onvoldoende mogelijkheden bestaan voor passende zorg op vrijwillige basis en verplichte zorg nodig is.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
2.7.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene01] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 augustus 2024;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 9 februari 2024 mondeling gegeven door mr. J.M.L. van Mulbregt, rechter, in tegenwoordigheid van T.M. Helleman, griffier, en op 21 februari 2024 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/673027 / FA RK 24-813
Referentienummer: [nummer01]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 februari 2024 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,
hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene01]
,
geboren op [geboortedatum01] 1970 te [geboorteplaats01] , [geboorteland01] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats01] , gemeente [gemeente01] ,
op dit moment verblijvende in Antes te Poortugaal,
advocaat mr. J.J. van Santbrink te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 1 februari 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [psychiater01] , psychiater, van 24 januari 2024;
de zorgkaart van 29 januari 2024;
het zorgplan van 11 januari 2024;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 februari 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[arts01] , afdelingsarts, en [psychiater02] , psychiater, beiden verbonden aan Antes (hierna: de behandelaars).
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
Beoordeling
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 september 2023 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 19 maart 2024. De officier heeft op 1 februari 2024 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis; er is sprake van een psychotisch beeld met maniforme kenmerken in het kader van een schizofreniespectrumstoornis.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene na het staken van de antipsychotica die hij lange tijd gebruikte, psychotisch is ontregeld en daarbij geladen en achterdochtig is. Betrokkene denkt dat hij door Turkse jeugd wordt achtervolgd en dat zijn telefoon gehackt is door de overheid. Ook gaf betrokkene impulsief veel geld uit en lijkt hij volgens de onafhankelijk rapporterend psychiater onvoldoende in staat om basale belangen te overzien. In de periode voor de opname heeft betrokkene conflicten gehad, onder andere met zijn buren, waardoor hij zijn huis dreigt kwijt te raken.
Tijdens de mondelinge behandeling vertelt betrokkene dat zijn buren jaloers zouden zijn, omdat hij sinds zijn scheiding in zijn eentje een groot huis tot zijn beschikking heeft. Betrokkene voelt zich opgejaagd door zijn buren en probeert al drie jaar te verhuizen. Dat hij onnodig veel geld zou hebben uitgegeven klopt niet volgens betrokkene; hij betaalt alleen de facturen voor zijn woning en doet boodschappen voor zichzelf en voor zijn katten.
De behandelaars vertellen dat betrokkene sinds december 2023 onder de lopende zorgmachtiging is opgenomen op een gesloten afdeling wegens agitatie en het niet goed kunnen omgaan met vrijheden. Op de afdeling zijn naast psychotische symptomen vooral ook maniforme kenmerken te zien. Betrokkene kan geagiteerd en verbaal agressief reageren wanneer dingen niet gaan zoals hij wil. Betrokkene wordt ingesteld op nieuwe depotmedicatie, waarbij de vrijheden inmiddels stapsgewijs weer worden opgebouwd. Betrokkene gaat hier tot nog toe goed mee om, maar weigert vooralsnog het gebruik van stemmingsregulerende medicatie. Als betrokkene psychisch voldoende stabiel is en het goed gaat de komende weken, is het voornemen om hem in de thuissituatie verder ambulant te begeleiden. Psychische stabiliteit is essentieel om met ontslag te kunnen gaan, omdat betrokkene door de problemen met zijn buren zijn woning dreigt kwijt te raken.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Tijdens de mondelinge behandeling vertelt betrokkene dat hij al twee jaar geen antipsychotische medicatie meer gebruikt en dat hij daar blij om is, omdat hij last had van bijwerkingen zoals borstvorming. Betrokkene heeft in de periode daarvoor gedurende vijfentwintig jaar vrijwillig medicatie gebruikt. Betrokkene licht toe dat hij onder de lopende zorgmachtiging nu depotmedicatie krijgt, maar dat hij hier eigenlijk weer mee zou willen stoppen. Betrokkene weet uit het verleden hoe hij zich voelt bij een psychotische ontregeling en daarvan is naar zijn mening op dit moment geen sprake. Een nieuwe zorgmachtiging vindt betrokkene daarom niet nodig. Betrokkene voelt zich vooral depressief in de kliniek en wil zo snel mogelijk terug naar huis.
De behandelaars lichten toe dat betrokkene gedurende langere tijd stabiel heeft gefunctioneerd, nadat hij eerder uit eigen beweging is gestopt met de medicatie. Na zijn opname in de kliniek is gestart met andere medicatie, gelet op de door betrokkene gerapporteerde bijwerkingen van de eerdere medicatie. Betrokkene krijgt nu één keer in de vier weken een depot, maar hij ziet zelf geen reden voor het gebruik van antipsychotische medicatie en zou hiermee het liefst weer willen stoppen. Omdat de stemmingsproblematiek op dit moment op de voorgrond staat en in mindere mate sprake is van psychotische klachten, zouden de behandelaars een stemmingsstabilisator (zoals lithium) willen voorschrijven. Betrokkene weigert echter deze medicatie uit angst voor vergelijkbare bijwerkingen als eerder optraden bij de antipsychotica die hij gebruikte. Deze vrees is naar het oordeel van de behandelaar ongegrond, omdat dergelijke bijwerkingen niet bekend zijn bij het gebruik van lithium. Als betrokkene stemmingsregulerende medicatie zou accepteren, kunnen mogelijk daarnaast de antipsychotica worden afgebouwd en kan betrokkene naar verwachting eerder met ontslag.
2.6.
Betrokkene ziet geen reden om nog langer in de kliniek te blijven. Na verdere uitleg door de psychiater over het behandelplan en mogelijke bijwerkingen van de door haar voorgestelde medicatie, stemt betrokkene tijdens de mondelinge behandeling er uiteindelijk mee in om gedurende enige tijd het gebruik van stemmingsregulerende medicatie te proberen. Betrokkene is daarnaast bereid om, zoals in het verleden, verdere ambulante zorg in de thuissituatie vrijwillig te accepteren. De advocaat bepleit daarom om in elk geval de betreffende zorgvormen (toedienen van medicatie, verrichten van medische controles en beperkingen in de vrijheid eigen leven in te richten) niet op te nemen in een eventueel af te geven zorgmachtiging. Ten aanzien van de overige verzochte zorgvormen refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.
De behandelaars achten een bredere zorgmachtiging wenselijk, omdat betrokkene niet intrinsiek gemotiveerd is voor het gebruik van medicatie en onvoldoende duidelijk is hoe duurzaam zijn toezegging is om de medicatie vrijwillig te gebruiken. De ambulante zorg is in de thuissituatie wel lange tijd goed gegaan op vrijwillige basis, zodat deze zorgvorm eventueel zou kunnen vervallen. Als betrokkene stabiel genoeg is om terug naar huis te gaan, is de verwachting dat hij ook in de thuissituatie op vrijwillige basis voldoende begeleidbaar zal zijn.
De rechtbank is op basis van de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene de kans moet krijgen om in samenspraak met zijn behandelaars op vrijwillige basis afspraken te maken over de medicatie en het verder te volgen behandeltraject. Omdat betrokkene ook tijdens de zitting zijn standpunt heeft gehandhaafd dat hij niet in de accommodatie wil blijven, acht de rechtbank specifiek op dit punt een nieuwe zorgmachtiging noodzakelijk. De behandelaars hebben toegelicht dat het voor betrokkene nog te vroeg is om naar huis te gaan en dat het tempo waarin verdere vrijheden worden opgebouwd afhankelijk is van de effecten van de medicatie. De behandelaars dienen daarom te bepalen in welk tempo betrokkene met ontslag kan. Het instellen op nieuwe medicatie dient volgens de behandelaars klinisch te gebeuren, zodat ook om die reden onvoldoende mogelijkheden bestaan voor passende zorg op vrijwillige basis en verplichte zorg nodig is.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
2.7.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene01] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 augustus 2024;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 9 februari 2024 mondeling gegeven door mr. J.M.L. van Mulbregt, rechter, in tegenwoordigheid van T.M. Helleman, griffier, en op 21 februari 2024 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.