Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-06
ECLI:NL:RBROT:2024:13954
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,828 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/688173 / JE RK 24-2315, C/10/688178 / JE RK 24-2316 en C/10/688887 / JE RK 24-2416
Datum uitspraak: 6 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over verlengingen ondertoezichtstelling en verlengingen machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. E. Janse, kantoorhoudende in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/688173
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
Ten aanzien van C/10/688178
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
Ten aanzien van C/10/688887
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 november 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders met de advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] verblijft bij Schakenbosch en [voornaam minderjarige 2] verblijft bij een kleinschalige woonvorm, genaamd het Alternatief.
2.3.
Bij beschikking van 21 december 2023 is [voornaam minderjarige 1] onder toezicht gesteld tot 21 december 2024. Bij beschikking van 18 september 2024 is een voorwaardelijke machtiging verleend om [voornaam minderjarige 1] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 21 december 2024.
2.4.
Bij beschikking van 21 december 2023 is [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 21 december 2024. Bij die beschikking is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 21 december 2024.
3De verzoeken
Ten aanzien van C/10/688173
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van C/10/688178
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van C/10/688887
3.3.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.4.
De GI handhaaft ter zitting de verzoeken en licht deze als volgt toe. De ouders hebben eerder dit jaar aangegeven dat het perspectief voor de kinderen niet meer thuis ligt, zowel vanwege persoonlijke problematiek als vanwege kindeigen problematiek. Komend jaar moet er nog ondersteuning geboden worden aan de ouders, zodat zij niet vanuit goede wil de kinderen weer thuis laten wonen. Wat betreft [voornaam minderjarige 1] heeft hij het boven verwachting goed gedaan bij Schakenbosch. Begin januari 2025 zal hij naar Harreveld gaan en het is de bedoeling om vanuit daar een vervolgplek te zoeken. Het middelengebruik van [voornaam minderjarige 1] is de afgelopen periode wel wat toegenomen en er zal gekeken worden of hij binnen Harreveld hiervoor hulpverlening kan krijgen. [voornaam minderjarige 2] is recent bij het Alternatief geplaatst. Dit is soms nog wennen voor hem, maar hij heeft daar dagbesteding en het gaat goed. Er wordt gekeken of hij volgend jaar door kan stromen naar het voortgezet onderwijs.
4Het standpunt van de ouders
4.1.
De ouders voeren geen verweer tegen de verzoeken. Het geeft rust dat de situatie de goede kant op gaat en dat dingen op hun plek vallen. Hopelijk worden in het komende jaar de benodigde stappen gezet, zodat de ondertoezichtstelling kan worden afgerond.
Beoordeling
5.1.
Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat aan de gronden voor de ondertoezichtstelling is voldaan, zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] als onweersproken verlengd worden voor de duur van een jaar. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd waarbij zorgen bestaan over de sociaal-emotionele ontwikkeling en hun zelfbepalende gedrag. De kinderen hebben een zorgbehoefte, waarbij de draaglast van de ouders niet in overeenstemming is met hun draagkracht. Dit maakt dat het de ouders onvoldoende lukt om de bedreigde ontwikkelingssituatie zelfstandig weg te nemen, ondanks dat de ouders bereid zijn hulpverlening te accepteren en overal aan meewerken. Inmiddels is duidelijk dat het perspectief van de kinderen niet meer bij de ouders ligt. [voornaam minderjarige 1] zal binnenkort van woonplek wisselen en [voornaam minderjarige 2] is recent van woonplek gewisseld. Het is van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om de situatie te monitoren en om bij te sturen indien dit nodig is. De situatie is nog niet stabiel genoeg voor een overdracht naar het vrijwillige kader.
5.2.
Ten aanzien van de verzoeken over de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] overweegt de kinderrechter het volgende. [voornaam minderjarige 1] verblijft momenteel bij Schakenbosch, maar zal in januari 2025 overgeplaatst worden naar een open groep bij Harreveld. Vanuit daar zal gezocht worden naar een vervolgplek waar [voornaam minderjarige 1] voor de lange termijn kan verblijven. [voornaam minderjarige 2] verblijft sinds kort bij het Alternatief, wat hij wennen vindt maar het gaat daar goed met hem. Aangezien het perspectief niet langer bij de ouders ligt is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. Daarom zal een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend worden voor de duur van een jaar en zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd worden voor de duur van een jaar.
Dictum
De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/688173 en C/10/688887
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] tot 21 december 2025;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 6 december 2024 tot 6 december 2025;
Ten aanzien van C/10/688178
6.3.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] tot 21 december 2025;
6.4.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 21 december 2025;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.