Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-18
ECLI:NL:RBROT:2024:13949
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,792 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/673495 / KG RK 24-170
Beschikking van de voorzieningenrechter van 18 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ELQ PORTEFEUILLE I B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. P.K.J. van der Wal te Rosmalen,
tegen
[naam],
volgens de gegevens uit de Basisregistratie Personen wonende te Rhoon, doch feitelijk zonder bekende vaste woon- en/of verblijfplaats binnen Nederland,
verweerster,
alsmede
1
[belanghebbende 1],
2. [belanghebbende 2],
3. [belanghebbende 3],advocaat mr. P.A. van Lange te Rotterdam, voor belanghebbenden sub 2 en 3.
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[belanghebbende 4],
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[belanghebbende 5],
6. [belanghebbende 6],belanghebbenden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 8 februari 2024;
de mondelinge behandeling van 4 maart 2024.
1.2.
Ter zitting zijn verschenen:
mr. P.K.J. van der Wal namens verzoekster;
de heer T.B. Douma, voornoemd;
de heer H.T. Monterie, voornoemd;
mr. P.A. van Lange advocaat van de heer H.T. Monterie en mevrouw O.J. Sulisty.
2Het verzoek
2.1.
Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres]. In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3], [belanghebbende 4], [belanghebbende 5] en één of meer andere – al dan niet zakelijke – (onder)huurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3], [belanghebbende 4], [belanghebbende 5] en één of meer andere – al dan niet zakelijke – (onder)huurders, gevestigd/wonende althans verblijvende aan de [adres], omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat.
2.2.
Voor de ontruimingstermijn refereert verzoekster zich aan het oordeel van de rechtbank.
3Het verweer
3.1.
Mr. Van Lange verklaart dat [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] met hun drie minderjarige kinderen en [belanghebbende 1] in de woning verblijven, maar dat zij geen vergoeding betalen voor het verblijven in de woning. Er is ook geen huurovereenkomst. Daarom verzoekt mr. Van Lange het verzoek tot het inroepen van het huurbeding af te wijzen.
3.2.
Indien het verzoek wordt toegewezen verzoekt mr. Van Lange een langere ontruimingstermijn van 6 maanden. Het is ingewikkeld om op een korte termijn, in de huidige woningmarkt en met drie schoolgaande kinderen een nieuwe woning te vinden.
3.3.
De heer Douma – die enig eigenaar is van de hiervoor als belanghebbende 4 en 5 vermelde bedrijven - geeft aan deze situatie graag op te willen lossen, het geld is er wel, maar de tegoeden van Lumowa, zijn echtgenote die in Indonesië gevangen zit, zijn wereldwijd bevroren. Het geld zit niet in het centrale banksysteem.
Beoordeling
4.1.
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
4.2.
Dat er geen sprake is van een huurovereenkomst of huurbetalingen betekent niet dat het huurbeding niet ingeroepen kan worden. In dit geval is sprake van het in gebruik en genot afstaan van (een deel van) de woning. Dan kan blijkens de hypotheekakte het huurbeding worden ingeroepen. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.
4.3.
Ter zitting en uit de Basisregistratie Personen is gebleken dat [belanghebbende 1] de echtgenoot is van [naam]. [belanghebbende 3] is de zoon van [naam] uit een andere relatie en hij is de echtgenoot van [belanghebbende 2]. Zij verblijven samen met [belanghebbende 1] en hun drie minderjarige kinderen in de woning. Gezien de familierelatie wordt bepaald dat [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3] (na executoriale verkoop) tegelijk met [naam] de woning dienen te verlaten.
4.4.
[belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] staan op naam van [belanghebbende 1]. Voor [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] wordt bepaald dat zij tegelijk met [belanghebbende 1] het pand dienen te verlaten.
4.5.
De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW wordt voor één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders gesteld op 14 (veertien) dagen.
Dictum
De voorzieningenrechter,
5.1.
verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3], [belanghebbende 4], [belanghebbende 5] en één of meer andere – al dan niet zakelijke – (onder)huurders, wonende en gevestigd aan de [adres];
5.2.
veroordeelt [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3], [belanghebbende 4], [belanghebbende 5] en één of meer andere – al dan niet zakelijke – (onder)huurders, om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen;
5.3.
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden ten aanzien van één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders op 14 (veertien) dagen na betekening van deze beschikking en bepaalt ten aanzien van [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3] dat zij de woning tezamen met [naam] uiterlijk dienen te verlaten op het tijdstip dat de woning krachtens (al dan niet onderhandse) executieverkoop moet worden ontruimd en bepaald dat [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] het pand tezamen met [belanghebbende 1] uiterlijk dienen te verlaten op het tijdstip dat het pand krachtens (al dan niet onderhandse) executieverkoop moet worden ontruimd;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
1426/2009