Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-26
ECLI:NL:RBROT:2024:13947
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,262 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/686928 / JE RK 24-2141
Datum uitspraak: 26 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum ] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen: de ouders, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. B.H. van der Zwan, kantoorhoudende te Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 september 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 4 oktober 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders bijgestaan door mr. S. Ben Ahmed, waarnemend voor B.H. van der Zwan;
- twee vertegenwoordigsters van de GI, [persoon 1] en [persoon 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de opa vaderszijde (vz), [persoon 3] .
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de ouders.
2.3.
Bij beschikking van 5 december 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 december 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Vanuit Gemiva wordt gezien dat [minderjarige] baat heeft bij rust en duidelijkheid en begrenzing van zijn gedrag, aangezien hij ongeremd kan zijn. Het afgelopen jaar hebben de ouders hierin een positieve vooruitgang geboekt, maar deze is nog onvoldoende. De grote zorgvraag van [minderjarige] maakt het voor de ouders moeilijk om volledig aan deze behoeften te voldoen. De ouders houden veel van [minderjarige] en zij doen hun uiterste best, maar de zorg voor hem vraagt veel van hen. Het komende jaar is nodig voor verdere diagnostiek van [minderjarige] en het voortzetten van pedagogische gezinsbegeleiding. Mocht dit onvoldoende blijken, zal er worden gekeken naar andere vormen van hulpverlening om de ouders te ondersteunen in het omgaan met [minderjarige] gedrag. [minderjarige] is nu vijf jaar oud en als de zorgvraag op deze manier blijft, zal het moeilijk zijn om op zijn twaalfde duidelijke grenzen te stellen.
4Het standpunt van de ouders
4.1.
Door en namens de ouders wordt verweer gevoerd. De ouders hebben de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. De ADHD-medicatie heeft rust gebracht, waardoor zij beter in staat zijn het huishouden te runnen, afspraken te maken en beter in te spelen op het gedrag van [minderjarige] . Ook de opa (vz) van [minderjarige] merkt de positieve veranderingen op. Momenteel ontvangen de ouders twee keer per week praktische hulp en gezinstherapie vanuit het kinderdagcentrum. De ouders komen hun afspraken na en hun netwerk biedt ondersteuning waar nodig. Hoewel [minderjarige] gedrag en ontwikkelingsachterstand blijven bestaan, zijn de ouders in staat de hulpverlening voor te zetten binnen het vrijwillige kader, aangezien zij de noodzaak ervan inzien en hier actief aan meewerken. Er zijn voldoende mensen in hun omgeving van de ouders die kunnen signaleren mocht de situatie verslechteren. Een ondertoezichtstelling wordt door de ouders als een zware last ervaren. Ondanks hun beperkingen en de persoonlijke problematiek hebben zij laten zien leerbaar te zijn en in staat te zijn om met de situatie om te kunnen gaan. Mocht het verzoek toch worden toegewezen, verzoeken de ouders om een kortere periode toe te wijzen.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.2.
[minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] is een kwetsbare jongen die meer van zijn opvoeders vraagt dan een gemiddeld kind. De ondertoezichtstelling werd op 5 december 2023 uitgesproken omdat de ouders niet tegemoet konden komen aan de opvoedingsbehoeften van [minderjarige] . De ouders ontvangen hulpverlening en zijn van mening dat zij een aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt en dat is volgens hen voldoende om over te stappen naar het vrijwillige kader. De ouders zijn bereid om volledig mee te werken. De GI erkent de positieve ontwikkeling van de ouders, maar vindt dat deze vooruitgang (nog) niet in verhouding staat tot de zorgbehoefte van [minderjarige] . De GI ziet dat het soms tijdelijk beter gaat, maar er daarna regelmatig terugvallen optreden. De kinderrechter heeft onvoldoende duidelijkheid gekregen over de huidige de stand van zaken, waardoor zij zich onvoldoende acht voorgelicht om over het verzoek voor de volledige duur van de ondertoezichtstelling een beslissing te nemen. De kinderrechter mist vooral informatie over de feitelijke thuissituatie, op welke punten de ouders volgens de GI tekort zouden schieten en over de zorg en begeleiding die [minderjarige] thuis nodig heeft naast de zorg en begeleiding die hij krijgt bij de dagbesteding (Gemiva). Het is hierbij ook van belang dat de inbreng van het netwerk van de ouders wordt meegenomen in de beoordeling van de feitelijke situatie. De kinderrechter ziet om deze reden aanleiding om de maatregel te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht en wel voor de duur van zes maanden. Het verzoek zal voor het overige verzochte worden aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum.
5.3.
De GI wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de hierna vermelde pro forma datum een briefrapportage (met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaat) te overleggen over de actuele stand van zaken met concrete voorbeelden en of het verzoek voor het overige verzochte wordt gehandhaafd.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 5 juni 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de verdere behandeling van het verzoek aan tot 1 mei 2025 pro forma;
6.4.
bepaalt dat de GI, de ouders en hun advocaat op de genoemde pro forma datum niet ter zitting hoeven te verschijnen;
6.5.
verzoekt de GI voor 17 april 2025 de door de kinderrechter verzochte rapportage toe te sturen met afschrift aan de ouders en hun advocaat.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 10 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.