Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-04
ECLI:NL:RBROT:2024:13934
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,011 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 4 juli 2024
Bij vonnis van deze rechtbank van 30 november 2023 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[verdachte]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: mr. J. van Rijen.
Procesverloop
De bewindvoerder heeft op 10 juni 2024 een verzoek ex artikel 350 lid 3 sub a Faillissementswet ingediend. Daarbij heeft de bewindvoerder een brief van de Belastingdienst gevoegd waaruit blijkt dat de bewindvoerder bij de Belastingdienst een aanvraag tot compensatie heeft ingediend gebaseerd op het ‘Besluit compensatie
gedupeerden in schuldentraject’ (Besluit van 28 mei 2021, nr. 2021-103575) en dat de Belastingdienst deze aanvraag heeft goedgekeurd. Verder heeft de bewindvoerder bevestigd dat de publieke schuldeisers kwijtschelding hebben verleend.
De bewindvoerder heeft bericht dat het boedelsaldo toereikend is om de vorderingen, ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, te kunnen voldoen.
De rechter-commissaris heeft aan de bewindvoerder toestemming verleend om tot betaling van de vorderingen over te gaan.
De bewindvoerder heeft bericht dat alle onder de werking van de schuldsaneringsregeling vallende vorderingen zijn voldaan.
De bewindvoerder heeft nog opgemerkt dat DUO een vordering heeft op schuldenares die ex artikel 299a Faillissementswet buiten de schuldsaneringsregeling valt. Deze vordering is aan de orde geweest tijdens een verhoor door de rechter-commissaris op 18 april 2024. De vordering ziet op een niet-achterstallige rentedragende lening en is inmiddels verminderd van € 33.913,89 naar € 16.847,09. Uit een bericht van DUO aan de bewindvoerder van
21 juni 2024 blijkt dat dit bedrag nu nog niet afgelost hoeft te worden door schuldenares. De aflosfase start per januari 2026. DUO zal schuldenares binnenkort informeren over de herstart van de aflossing van deze schuld.
De bewindvoerder en schuldenares hebben afgezien van het recht om te worden gehoord. De uitspraak is bepaald op heden.
2
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire.
Verder stelt de rechtbank vast dat de vorderingen, ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover niet kwijtgescholden, zijn voldaan. De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a van de Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en
omzetbelasting, vast op een bedrag van € 3.766,98;
- stelt conform het ‘Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject’ van de
Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021 (in werking getreden op
2 juni 2021), de extra vergoeding voor de bewindvoerder vast op € 657,03,
inclusief omzetbelasting.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2024.1
1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.