Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-06
ECLI:NL:RBROT:2024:13759
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,145 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/679905 / JE RK 24-1077
Datum uitspraak: 6 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. M.G. Hoogerwerf, kantoorhoudende in Dordrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
de tussenbeschikking van 27 juni 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
het rapport (aanvullend onderzoek) van de Raad van 18 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 21 oktober 2024;
de briefrapportage van de GI van 25 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 27 november 2024.
1.2.
Op 6 december 2024 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder;
twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Dordrecht (hierna te noemen: de GI), [persoon A] en [persoon B] ;
een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon C] .
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.
2.3.
Bij beschikking van 27 juni 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 27 juni 2025. Tevens is bij die beschikking een machtiging van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 27 december 2024.
3Het (aangehouden) verzoek
3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van twaalf maanden. Tevens verzoekt de Raad een machtiging om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twaalf maanden.
3.2.
Bij beschikking van 27 juni 2024 is de ondertoezichtstelling reeds uitgesproken. Tevens is een machtiging verleend om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. De beslissing op het verzoek werd voor het overige aangehouden. Thans dient beslist te worden op de periode tot 27 juni 2025.
3.3.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft bijzonder veel meegemaakt voor een jongen van zestien jaar oud, waaronder ernstige verslavingsproblematiek. Op Schakenbosch gaat het momenteel goed met [voornaam minderjarige] . Hij wacht op de uitkomsten van het psychodiagnostisch onderzoek en vervolgdiagnostiek. Gezien deze omstandigheden is het in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij nog bij Schakenbosch blijft.
4Het standpunt van de GI
4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad, maar heeft enige twijfel over de duur. Hoewel zes maanden nodig lijkt, kan de GI zich ook vinden in een periode van drie maanden gesloten plaatsing, gevolgd door drie maanden met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Op deze manier heeft [voornaam minderjarige] een stip aan de horizon en voelt hij dat er vertrouwen in hem is. [voornaam minderjarige] doet het goed op Schakenbosch, waarvoor hij complimenten verdient. Mocht er iets misgaan, dan kan de resterende periode alsnog worden uitgesproken. Het is belangrijk dat de positieve lijn die [voornaam minderjarige] heeft ingezet blijft en dat de behandeling bij Schakenbosch wordt voortgezet. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, is het anderzijds belangrijk om niet te voorbarig te zijn. Gezien de kwetsbaarheid van [voornaam minderjarige] en de onderzoeken die nog moeten worden afgewacht, is de gesloten machtiging de komende tijd dan ook nog noodzakelijk. Uiteindelijk kan worden gewerkt aan zijn terugkeer naar huis, met aandacht voor de benodigde begeleiding.
5Het standpunt van de moeder
5.1.
De moeder voert verweer tegen de duur van het resterende verzoek. De moeder is trots op de vooruitgang die [voornaam minderjarige] boekt. De situatie verbetert en daarom moet [voornaam minderjarige] begin 2025 meer vrijheden krijgen. Momenteel is alles sterk gecontroleerd, waardoor [voornaam minderjarige] niet de kans krijgt om te laten zien of hij in staat is om met meer vrijheden om te gaan. De moeder vindt een termijn van zes maanden te lang om in één keer uit te spreken. Zij verzoekt om de machtiging voor de duur van drie maanden te verlenen en de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan te houden.
6. Het standpunt van [voornaam minderjarige]
6.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt verweer gevoerd tegen de duur van de verzochte machtiging. [voornaam minderjarige] is een open jongen die de afgelopen tijd hard zijn best heeft gedaan. Het rapport van de Raad is inmiddels verouderd, aangezien de situatie nog meer is verbeterd. Momenteel verblijft [voornaam minderjarige] van vrijdag tot en met zondag bij zijn moeder. Ook gaat hij soms alleen naar buiten en op school gaat het goed. De rots- en watertraining is inmiddels gestart en de muziektherapie is afgerond. De systeemtherapie met de moeder loopt al enige tijd en met de vader begint deze volgende week. De situatie is veel sneller verbeterd dan verwacht. Op basis van het rapport is een verzoek tot een gesloten plaatsing van zes maanden begrijpelijk, maar deze situatie is inmiddels niet meer van toepassing. Daarom wordt verzocht om de plaatsing met drie maanden te verlengen en als de situatie zich zoals verwacht blijft ontwikkelen, het resterende deel voorwaardelijk te verlenen.
Beoordeling
7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
7.2.
Ter zitting is naar voren gekomen dat de afgelopen periode aanzienlijke stappen in de goede richting zijn gezet. Deze ontwikkelingen zijn echter nog pril, waardoor voorzichtigheid geboden is, zeker gelet op de zeer zorgelijke situatie waarin [voornaam minderjarige] zich bevond toen hij in mei 2024 gesloten werd geplaatst. [voornaam minderjarige] kampt(e) met persoonlijke problematiek, forse verslavingsproblematiek en bracht zichzelf regelmatig in gevaarlijke situaties. De komende periode is het van belang dat de veiligheid van [voornaam minderjarige] blijft gewaarborgd en dat de behandeling en hulpverlening op Schakenbosch wordt voortgezet. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan het herstel van de band tussen [voornaam minderjarige] en zijn vader, evenals de mogelijkheid om teruggeplaatst te worden bij zijn moeder. De kinderrechter acht de machtiging tot gesloten jeugdhulp op dit moment noodzakelijk in het belang van [voornaam minderjarige] . Gezien de flinke vooruitgang die [voornaam minderjarige] heeft geboekt, ziet de kinderrechter echter aanleiding om de machtiging voor kortere duur te verlenen dan verzocht, namelijk voor drie maanden. De beslissing op het overige wordt aangehouden tot de nader te noemen zitting, zodat er vinger aan de pols gehouden kan worden. De kinderrechter geeft [voornaam minderjarige] een groot compliment voor de goede stappen die hij heeft gezet en spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige] deze positieve lijn kan voortzetten.
7.3.
De kinderrechter verzoekt de Raad om uiterlijk één week voor de hierna te
noemen zittingsdatum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de
belanghebbende, de GI en mr. M.G. Hoogerwerf) omtrent de dan huidige stand van zaken
en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt
gehandhaafd.
7.4.
Tevens verzoekt de kinderrechter de GI om uiterlijk één week voor de hierna te noemen zittingsdatum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de belanghebbende, de Raad en mr. M.G. Hoogerwerf) omtrent de dan huidige stand van zaken.
Dictum
De kinderrechter:
8.1.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 december 2024 tot 27 maart 2025;
en alvorens verder te beslissen:
8.2.
houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan en roept de Raad, de GI, de moeder, [voornaam minderjarige] en mr. M.G. Hoogerwerf op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 12 maart 2025 te 09:00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
8.3.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.L. Pöll, kinderrechter;
8.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder, [voornaam minderjarige] en mr. M.G. Hoogerwerf;
8.5.
gelast dat de vader tegen voornoemde zitting als informant wordt opgeroepen;
8.6.
verzoekt de Raad en de GI uiterlijk een week vóór de zitting de kinderrechter (met afschrift daarvan aan elkaar, de belanghebbende en mr. M.G. Hoogerwerf) de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 december 2024
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).