Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-02
ECLI:NL:RBROT:2024:13757
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,601 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/685439 / JE RK 24-1941 en C/10/687119 / JE RK 24/2170
Datum uitspraak: 2 december 2024
Beschikking van de kinderrechter
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.E. van der Pols, kantoorhoudende te Rotterdam.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/685439:
- de beschikking van 17 oktober 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
Ten aanzien van C/10/687119:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 8 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
Op 2 december 2024 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
[voornaam minderjarige] bijgestaan door zijn advocaat;
de advocaat van de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleider van [voornaam minderjarige] van MyPlace.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij MyPlace.
2.3.
Bij beschikking van 17 oktober 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 9 december 2024. Tevens is bij die beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 9 december 2024.
3De (aangehouden) verzoeken
Ten aanzien van C/10/685439:
3.1.
De GI verzoekt op 5 september 2024 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Bij beschikking van 17 oktober 2024 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] reeds verlengd voor de duur van een maand, vanwege de verhindering van de advocaat en het feit dat het niet mogelijk was om de zitting voor het aflopen van de maatregelen te plannen. Thans dient beslist te worden op de periode tot 9 november 2025.
Ten aanzien van C/10/687119:
3.3.
De GI verzoekt op 8 oktober 2024 een machtiging tot plaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van twee maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.4.
De GI handhaaft ter zitting de verzoeken, met uitzondering van het verzoek tot verlenging MUHP accommodatie zorgaanbieder en licht het als volgt toe. Een gesloten machtiging is noodzakelijk voor de veiligheid van [voornaam minderjarige] , aangezien daarmee meer restricties kunnen worden opgelegd dan in de huidige setting, hetgeen noodzakelijk is om hem op de plek te handhaven. Op deze manier kan [voornaam minderjarige] op de open groep (MyPlace) blijven. Het verzoek betreft een periode van twee maanden, om de negatieve spiraal te doorbreken en [voornaam minderjarige] weer te stimuleren positieve stappen te zetten. Daarnaast is het belangrijk dat therapie ingezet wordt, bijvoorbeeld mediation tussen [voornaam minderjarige] en de moeder, en er moeten nog praktische zaken geregeld worden, zoals het ontvangen van kinderbijslag die de moeder ontvangt. De moeder heeft deze kinderbijslag het afgelopen kwartaal niet aan [voornaam minderjarige] gegeven. Sinds oktober is er geen contact meer tussen [voornaam minderjarige] en de moeder.
4Het standpunt van de moeder
4.1.
Namens de moeder wordt gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter. [voornaam minderjarige] woont al jaren bij MyPlace, wat hem enige vastigheid geeft. De situatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is explosief, daarom is de moeder niet naar de zitting gekomen.
5Het standpunt van [voornaam minderjarige]
5.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt geen verweer gevoerd tegen de verzoeken, mits [voornaam minderjarige] bij MyPlace kan blijven. De GI geeft aan dat school weer opgepakt moet worden, maar [voornaam minderjarige] gaat sinds het begin van het nieuwe schoolhaar al naar school.
Beoordeling
6.1.
Op basis van de stukken de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
[voornaam minderjarige] kent een zeer belast verleden en staat sinds 2012 onder toezicht. Sinds 2013 woont [voornaam minderjarige] niet meer bij de moeder. Hij heeft in diverse pleeggezinnen en instellingen gezeten, waardoor zijn hechtingsproblematiek alleen maar is toegenomen. De moeder kampt met eigen problematiek die haar in de weg staat, waardoor zij de steun van een jeugdbeschermer nodig heeft om het belang van [voornaam minderjarige] te blijven zien en waarborgen. Gezien de zorgen en het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, zal de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar worden verlengd.
6.3.
Ten aanzien van een machtiging voor een accommodatie voor gesloten jeugdhulp oordeelt de kinderrechter het volgende. [voornaam minderjarige] is een jongen met ernstige hechtings- en emotieregulatieproblematiek, hetgeen ook bijna niet anders kan als je naar zijn verleden kijkt. Mede door deze problematiek vertoont hij agressie zowel naar groepsgenoten als naar de groepsleiding, waardoor hij moeilijk te handhaven is. [voornaam minderjarige] heeft echter al veel overplaatsingen gehad en My Place wil er alles aan doen hem die stabiele plek te blijven bieden. My Place is een open groep en zowel de GI als MyPlace willen [voornaam minderjarige] de kans geven om daar te blijven. Vanwege de toegenomen incidenten op de groep, met name zijn fysieke agressie en grensoverschrijdend gedrag, is het noodzakelijk om [voornaam minderjarige] meer restricties op te leggen. Daarvoor is een machtiging voor geslote jeugdhulp vereist. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij in deze vertrouwde omgeving blijft, omdat hij een band heeft opgebouwd met bepaalde medewerkers en in het verleden vaak van plek is gewisseld. Zo kan [voornaam minderjarige] werken aan zijn problematiek in een omgeving die hem vertrouwd is. Gelet op voorgaande zal de kinderrechter een machtiging in een accommodatie gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van twee maanden.
6.4.
Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder overweegt de kinderrechter het volgende. Nu de machtiging voor gesloten jeugdhulp is verleend, wordt de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder afgewezen.
Dictum
De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/685439:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 9 november 2025;
7.2.
wijst het meer of anders verzochte af;
Ten aanzien van C/10/687119:
7.3.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 december 2024 tot 2 februari 2025;
7.4.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2024 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 12 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.