Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-07
ECLI:NL:RBROT:2024:13734
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,780 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/687026 / JE RK 24-2160
Datum uitspraak: 7 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ;
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 7 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI, [persoon 1] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon 2] , gezinscoach van de vader van het Wijkteam Prinsenland.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 9 november 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 9 november 2024. Bij diezelfde beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verleend tot 9 november 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden. Tevens verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader voor de duur van drie maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Er moeten nog enkele zaken geregeld worden voordat de ondertoezichtstelling kan eindigen, zoals de naschoolse opvang en de screening van de tante door pleegzorg. De screening van de tante is van belang omdat de vader al wat ouder is. Mocht hij [minderjarige] niet meer kunnen verzorgen, dan is het van belang dat er een ondersteunend netwerk rondom [minderjarige] is opgebouwd. Bovendien wil de GI een schriftelijke aanwijzing opstellen voor het geval de moeder in contact probeert te komen met de vader, waarin wordt aangeven hoe dit contact moet verlopen. Daarnaast is de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk, aangezien de vader geen gezag heeft over [minderjarige] . Volgende week is er een zitting waarin de vader verzoekt om het eenhoofdige gezag, gezien het feit dat de moeder al een jaar niet meer in beeld is.
4Het standpunt van de vader
4.1.
De vader stemt in met het verzoek.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de gronden voor de ondertoezichtstelling is voldaan.
5.2.
[minderjarige] heeft in het verleden veel spanningen tussen de ouders meegekregen. Toen de ouders uit elkaar gingen bleef de situatie onrustig en onduidelijk, door de moeder die vaak kwam en ging. Sinds een jaar hebben de vader en [minderjarige] geen contact meer gehad met de moeder, wat heeft bijgedragen aan de rust die nu is teruggekeerd. Gelet op deze rust en het feit dat de vader goed meewerkt, kan er toegewerkt worden naar het vrijwillige kader. Voordat dit kan, moeten echter nog enkele zaken door de GI geregeld worden. Gezien het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer de komende drie maanden nog noodzakelijk is. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden.
5.3.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] voelt zich op zijn plek bij de vader en kan niet bij de moeder wonen, aangezien zij al een jaar niet in beeld is. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij bij de vader blijft wonen, maar omdat de vader geen gezag heeft, blijft de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 9 februari 2025;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader tot 9 februari 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024 door mr. P. Vlaardingerbroek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 19 november 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.