Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-10-15
ECLI:NL:RBROT:2024:13719
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,685 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/684614 / JE RK 24-1845
Datum uitspraak: 15 oktober 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 3] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam stiefvader] ,
hierna te noemen: de moeder en de stiefvader, tezamen: de ouders, wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 12 augustus 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 21 augustus 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de stiefvader;
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening te geven.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders.
2.3.
Bij beschikking van 9 april 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 17 oktober 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van één jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. In het verzoekschrift is per abuis vermeld dat de stiefvader zaken naar zijn hand zou zetten, maar dit is niet aan de orde. De ouders werken goed mee en hebben behoefte aan passende hulpverlening. Momenteel wordt gewacht op het advies van Neuroscan dat hopelijk leidt tot passende ondersteuning. Het is echter onduidelijk wanneer dit advies beschikbaar zal zijn.
4Het standpunt van de ouders
4.1.
De ouders voeren geen verweer tegen het verzoek; zij werken altijd samen met de jeugdbescherming. Het gezin bestaat uit zes kinderen, waarvan er twee extra ondersteuning nodig hebben. Eerder was er begeleiding vanuit Back To Basics, wat heel goed was. Helaas is deze organisatie failliet gegaan. Vervolgens was er hulp vanuit Family Supporters, maar deze begeleiding was niet effectief. De aanpak van Back To Basics omvatte weekenden in de buitenlucht, waar hulpverleners observeerden waar de problemen lagen en aangaven op welke gebieden er bijgesprongen moest worden. Dat was zeer helpend.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de gronden voor de ondertoezichtstelling is voldaan. Dit is door de ouders ook niet weersproken. De ondertoezichtstelling zal daarom worden verlengd voor de duur van één jaar.
5.2.
De ouders zijn zeer betrokken, maar door de grootte van hun gezin en de specifieke problematiek van twee van de kinderen hebben de ouders veel op hun schouders. Zij hebben ondersteuning nodig bij de aanpak van de problematiek van de kinderen. Het valt zeer te betreuren dat de hulpverlening vanuit Back To Basics door oorzaken waar de ouders geen invloed op hadden, is geëindigd. De ouders hebben juist aan dit soort begeleiding behoefte. Het is nu lastig om passende zorg te vinden die aansluit bij de behoeften van het gezin. Op dit moment wordt onder meer het advies van Neuroscan afgewacht. Gezien dit nog lopende onderzoek en de behoefte van het gezin aan begeleiding, is de kinderrechter van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer ook het komende jaar nog noodzakelijk is.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 17 oktober 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2024 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek.