Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-09-09
ECLI:NL:RBROT:2024:13704
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,918 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/685132 / JE RK 24-1906
Datum uitspraak: 9 september 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder
advocaat: mr. M.P. Kloppenburg, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. S.C. van Paridon, kantoorhoudende in Amsterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de beschikking van 30 augustus 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 september 2024. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de moeder;
de advocaat van de vader;
een vertegenwoordigster van de GI, te weten [naam] .
1.3.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij het uitwijkhuis van Enver.
2.3.
Bij beschikking van 7 november 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 november 2024.
2.4.
Bij beschikking van 30 augustus 2024 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 27 september 2024.
3Het aangehouden verzoek
3.1.
De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Dit verzoek is reeds verleend. Tevens verzoekt de GI aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van één jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek. [minderjarige] verblijft momenteel bij het uitwijkhuis van Enver en zal binnenkort intern worden overgeplaatst. De vader heeft de deur voor [minderjarige] gesloten en de moeder verkeert in een psychische toestand die het onveilig maakt voor [minderjarige] om bij haar te wonen. Tijdens de vakantie verbleef [minderjarige] binnen het netwerk in Amsterdam, maar zodra de school weer begon wilde zij in Rotterdam wonen. Voor [minderjarige] is het niet haalbaar om dagelijks van Amsterdam naar haar school te reizen. De verzochte duur van een jaar betreft een vergissing, omdat de machtiging slechts voor de duur van de ondertoezichtstelling kan worden verleend.
4De standpunten
4.1.
Namens de moeder kan geen standpunt worden ingenomen, omdat de advocaat van de moeder er niet in is geslaagd om contact met haar te krijgen.
4.2.
Namens de vader wordt geen verweer gevoerd. Wel wordt opgemerkt dat het verzoek van de GI voor een jaar is ingediend, terwijl de ondertoezichtstelling in november eindigt.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] .
5.2.
[minderjarige] kent een belast verleden en er zijn al langere tijd zorgen over de veiligheid in de opvoedsituatie bij de moeder. Om deze reden verbleef [minderjarige] bij de vader. Op 27 augustus 2024 heeft de vader, zonder voorafgaand overleg met de GI, [minderjarige] naar de moeder gebracht. De partner van de vader staat het verblijf van [minderjarige] bij hen niet toe. [minderjarige] heeft de GI ingelicht omdat de moeder haar in huis had opgesloten. [minderjarige] wil niet terug naar zowel de moeder als de vader. Tijdens de vakantie verbleef [minderjarige] binnen het netwerk in Amsterdam, maar nu de vakantie voorbij is, is dit niet meer haalbaar omdat [minderjarige] in Rotterdam naar school gaat en daar wil blijven. Er is een plek gevonden binnen de regio Rotterdam, namelijk bij de Villa van Enver. Momenteel verblijft [minderjarige] bij het uitwijkhuis van Enver, maar zij zal binnenkort worden overgeplaatst. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlenen, voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 28 september 2024 tot 24 november 2024;
6.2.
wijst het meer verzochte af;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2024 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 24 september 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikelen 1:165b, eerste lid en 1:265c, tweede lid, van het BW.