Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-09-06
ECLI:NL:RBROT:2024:13690
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,126 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/681940 / JE RK 24-1389
Datum uitspraak: 6 september 2024
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A. Apistola, kantoorhoudende te Zwijndrecht,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.A.H. Wiekamp, kantoorhoudende te Ambacht.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 17 juni 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
een verweerschrift van de advocaat van de vader;
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de vader met zijn advocaat;
een vertegenwoordigster van de GI, [naam] .
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 6 februari 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 14 februari 2025.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 13 oktober 2023 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld:
- de minderjarigen zullen, totdat de man een woonruimte heeft waar hij langere tijd met de minderjarigen kan verblijven, minimaal eenmaal in de veertien dagen van zaterdag 10:00 uur tot zondag 17:30 uur (na het eten) bij de man verblijven, waarbij de vrouw de minderjarigen haalt en brengt bij de man;
- de minderjarigen zullen minimaal op één doordeweekse dag per week, uit school, tijd met de man doorbrengen;
- zodra de man over woonruimte beschikt waar de minderjarigen ook voor langere tijd kunnen verblijven, zal, in overleg met jeugdbescherming, toegewerkt worden naar een zorgregeling waarbij de minderjarigen de helft van de tijd bij de man verblijven en de helft van de tijd bij de vrouw verblijven.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt primair de door de kinderrechter op 13 oktober 2023 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen in de zin dat de vader één keer per week een begeleid contactmoment heeft met zijn kinderen voor de duur van ten minste één uur of een zorgregeling die de rechtbank in goede justitie juist acht. Daarnaast verzoekt de GI te bepalen dat de GI de regie heeft om vanuit de begeleide contactmomenten tussen de vader en de kinderen met (de uitkomst van) passende hulpverlening toe te werken naar een ruimere zorgregeling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Momenteel worden de kinderen zwaar belast doordat zij veel meekrijgen van de situatie. Enver heeft aangegeven dat de onrust tussen de ouders ervoor zorgt dat er geen ruimte is voor de kinderen om eigen hulpverlening te ontvangen, wat ernstig is omdat de kinderen deze hulp hard nodig hebben. Een belangrijk aandachtspunt is de communicatie tussen de ouders. De vader wordt gevraagd om e-mails te beantwoorden, maar dit lukt hem nog onvoldoende. Dit tekort komt voort uit onmacht, niet uit onwil, maar heeft wel negatieve gevolgen voor de kinderen. Het is positief dat de vader binnenkort een eigen woning krijgt en dat Horizon op korte termijn hulpverlening zal bieden. De kennisweek voor de moeder bij Horizon start volgende week, gevolgd door de kennisweek voor de vader in de week erna. Vanuit de nieuwe situatie zal worden gekeken of de omgang kan worden uitgebreid.
4Het standpunt van de vader
4.1.
Door en namens de vader wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. Op 9 september 2024 krijgt de vader zijn eigen woning. Hierdoor zal de onrust verminderen. Bovendien zijn de afgelopen bezoeken goed verlopen en de kinderen waren blij om bij de vader te zijn. Tijdens de overdracht van de kinderen is er geprobeerd om het contact met de moeder tot een minimum te beperken. Het meeste wat de GI in het verzoek heeft aangegeven is onjuist en lijkt vooral beschuldigingen te bevatten van de moeder. In de meeste gevallen is de vader op tijd bij de afspraken. Als de vader te laat is, bijvoorbeeld door file, wordt dit gemeld. Het komt vaak voor dat wanneer de vader op tijd is, de deur niet wordt geopend bij de moeder. In dergelijke gevallen wordt er een foto gemaakt als bewijs dat de vader voor de deur staat. De vader heeft van zijn psycholoog het advies gekregen om niet bezig te zijn met de e-mails. De vader heeft rond de 400 e-mails ontvangen. Bovendien heeft de vader een ongeluk gehad in 2018, is hij niet zo taalvaardig en is hij minder georganiseerd. De moeder handelt voorts in strijd met de zorgregeling door op de vrijdag sportlessen voor de kinderen te plannen. De vader heeft hier niet moeilijk over gedaan, ook al zouden geen sportlessen gepland moeten worden in de tijd van de vader. Het is belangrijk dat de moeder inziet dat tijd met de vader belangrijk is voor de kinderen. De kinderen vinden het fijn om bij de vader te zijn en één uur per week is te weinig. Dit verzoek doet tekort aan de behoeften van zowel de kinderen als de vader. Het is positief dat Horizon hulp zal bieden en dat de vader een eigen huis krijgt. Dit is juist het moment om de omgang uit te breiden, niet om te beperken.
5Het standpunt van de moeder
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek. Het is van belang dat de kinderen rust krijgen. Ondanks de aanhoudende inzet en het aanscherpen van de afspraken, blijft de situatie onveranderd. De vader communiceert niet met de moeder. Een vooraankondiging van een schriftelijke aanwijzing krijg je niet zomaar. Hier gaat een uitgebreid traject aan vooraf. Het is nodig dat er communicatie plaatsvindt in het belang van de kinderen en dat afspraken worden nageleefd. Enver geeft aan dat het onduidelijk is wat de vader nodig heeft om hieraan te voldoen en dat het zorgelijk is dat de kinderen geen hulpverlening kunnen ontvangen doordat zij klem zitten tussen de ouders. Op dit moment is co-ouderschap niet haalbaar. De omgang dient begeleid te zijn en het is aan de GI om te beslissen of de omgang met een uur kan worden verlengd.
Beoordeling
6.1.
De kinderrechter kan voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
6.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat het in het belang van de kinderen is dat er rust en stabiliteit komt. De kinderen worden geschaad door de voortdurende miscommunicatie en onrust rondom de bezoeken tussen de ouders. De ouders slagen er niet in om op een constructieve en zakelijke manier in het belang van de kinderen te communiceren. Daarnaast ervaren de kinderen spanningsvolle momenten tijdens de overdracht bij de bezoekmomenten. Het is van groot belang dat de bezoeken voorspelbaar zijn en dat de kinderen erop kunnen vertrouwen dat deze doorgaan. Het is bovendien zorgelijk dat de kinderen hulpverlening nodig hebben, maar dat deze niet kan starten vanwege de onrust tussen de ouders. Ondanks intensieve betrokkenheid van hulpverlening is er geen verbetering opgetreden. De kinderrechter acht het daarom van groot belang dat de vader extra inspanningen levert om zijn communicatie te verbeteren en dat hij hierbij actief hulp dient te zoeken, bijvoorbeeld hulp van zijn thuisbegeleiders. Tijdens de mondelinge behandeling is verder gebleken dat de vader erkent dat hij moeite heeft met het organiseren van zaken, maar verbetering verwacht omdat hij een eigen woning krijgt. Zeer binnenkort start ook de hulpverlening van Horizon. Horizon zal advies geven over de opvoedvaardigheden van de ouders en de (frequentie en duur van de) contacten tussen de ouders en de kinderen. Gezien de ontwikkelingen die op korte termijn zullen plaatsvinden, ziet de kinderrechter aanleiding om de beslissing op het verzoek aan te houden, en wel tot 1 december 2024 pro forma.
6.3.
In de tussentijd dienen beide ouders zich in te spannen om de kinderen zo min mogelijk te belasten met hun problematiek en ervoor te zorgen dat de bezoeken volgens de gemaakte afspraken verlopen. Dit houdt onder meer in dat de bezoeken op tijd plaatsvinden, op de afgesproken locatie worden gehouden, de overdracht niet wordt gefilmd en zo kort en zakelijk mogelijk wordt uitgevoerd. De GI wordt verzocht om vóór 15 november 2024 de rechtbank te informeren (via een korte briefrapportage) over de stand van zaken waaronder over de inzet van de hulpverlening van Horizon, en daarbij aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI aan tot 1 december 2024 pro forma;
7.2.
bepaalt dat de GI, de vader en de moeder op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
7.3.
verzoekt de GI uiterlijk vóór 15 november 2024 de door de kinderrechter verzochte rapportage toe te sturen met afschrift aan de moeder en haar advocaat en de vader en zijn advocaat.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2024, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.