Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-13
ECLI:NL:RBROT:2024:13318
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,394 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11097346 CV EXPL 24-12352
datum uitspraak: 13 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
NS Reizigers B.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: LAVG B.V.,
tegen
[persoon A]
,
woonplaats: Rhoon (gemeente Albrandswaard),
gedaagde,
gemachtigde: mevrouw [naam gemachtigde] .
De partijen worden hierna ‘NS Reizigers’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.
Procesverloop
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 24 april 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek, met bijlagen;
de dupliek, met bijlagen;
de rolbeslissing van 14 september 2024;
de akte houdende uitlating, met bijlagen;
de reactie op de akte houdende uitlating.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
NS Reizigers eist in deze procedure betaling van abonnementsgeld voor een Dal Voordeel abonnement dat [persoon A] bij haar heeft afgesloten. [persoon A] heeft een factuur van 27 november 2019 onbetaald gelaten. Op deze factuur staat een bedrag van € 52,-. Dit betreft het abonnementsgeld voor de periode van 24 november 2019 tot 23 november 2020. [persoon A] had een automatische incasso afgegeven voor het incasseren van het abonnementsgeld, maar die incasso is niet gelukt. NS Reizigers eist in deze procedure betaling van € 50,-, omdat zij een prijswijziging van het abonnementsgeld buiten beschouwing laat. Naast betaling van het abonnementsgeld eist NS Reizigers buitengerechtelijke incassokosten en rente van [persoon A] .
2.2.
[persoon A] is bereid om het bedrag van € 50,- te betalen, eventueel vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten. Haar gemachtigde heeft op 27 oktober 2022 een betaling van € 92,- gedaan aan de gemachtigde van NS Reizigers, maar die betaling is teruggestort. [persoon A] beroept zich er daarnaast op dat de factuur van NS Reizigers haar nooit bereikt zou hebben omdat zij in december 2016 is verhuisd en vergeten is dat aan NS Reizigers door te geven. Zij is de Nederlandse taal niet goed machtig. Tot slot heeft [persoon A] zich beroepen op verjaring van de vordering, omdat er meer dan twee jaar zou zijn verstreken tussen de factuurdatum en het instellen van deze eis. NS Reizigers heeft aanmaningen overgelegd waarmee de verjaring gestuit zou zijn.
[persoon A] moet abonnementsgeld betalen
2.3.
De kantonrechter oordeelt dat [persoon A] abonnementsgeld aan NS Reizigers moet betalen. Dat zij een Dal Voordeel abonnement heeft afgesloten, staat vast. Ook staat vast dat dit abonnement door haar niet is opgezegd vóór 23 november 2020, de laatste dag van de periode waarover het abonnementsgeld moest worden betaald. Dat [persoon A] niet (meer) wist dat dit abonnement nog liep, dat zij er geen gebruik van heeft gemaakt en dat haar adresgegevens zijn veranderd, zijn allemaal omstandigheden die voor haar rekening komen, net als de omstandigheid dat zij de Nederlandse taal niet goed machtig is. Zij had (zo nodig met hulp) het abonnement moeten beëindigen en/of haar juiste gegevens aan NS Reizigers moeten doorgeven.
2.4.
Vast staat ook dat [persoon A] het abonnementsgeld niet heeft betaald. Haar gemachtigde heeft op enig moment wel een betaling gedaan aan de gemachtigde van NS Reizigers, maar die betaling is teruggestort. NS Reizigers (althans haar gemachtigde) heeft uitgelegd dat dit kwam omdat bij deze betaling niet het (juiste) dossiernummer van de gemachtigde is vermeld en de betaling niet van [persoon A] zelf kwam. De gemachtigde van NS Reizigers heeft de betaling daardoor niet kunnen plaatsen. Zij heeft de gemachtigde van [persoon A] nog gevraagd om een betaalbewijs te sturen zodat de betaling getraceerd kon worden, maar dat heeft de gemachtigde van [persoon A] niet gedaan. Dat de betaling is teruggestort, is daarom een omstandigheid die eveneens voor risico van (de gemachtigde van) [persoon A] komt.
De vordering is niet verjaard
2.5.
[persoon A] heeft een beroep gedaan op de verjaringstermijn van twee jaar die is opgenomen in artikel 14.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden van NS Reizigers. In deze voorwaarden staat, voor zover relevant:
“Indien u met NS overeen bent gekomen dat u een Vervoerbewijs, abonnement of ander Product van NS betaalt per automatische incasso, verjaart de rechtsvordering van NS tot betaling van dit Vervoerbewijs, abonnement of andere Product door verloop van twee (2) jaren. Deze termijn begint met de aanvang van de dag volgende op die waarop u het Vervoerbewijs, abonnement of ander Product had moeten betalen.”
2.6.
Het gaat hier om een abonnement dat jaarlijks is verlengd. De periode waar het hier over gaat is gestart op 24 november 2019. De factuur is gestuurd op 27 november 2019 en de automatische incasso zou volgens NS Reizigers op 4 december 2019 hebben moeten plaatsvinden. [persoon A] heeft dat niet weersproken. Dit betekent dat de vordering tot betaling van NS Reizigers op 4 december 2021 verjaard is, tenzij NS Reizigers die verjaring tijdig heeft gestuit. NS Reizigers heeft brieven overgelegd van 13 januari 2020 en 23 januari 2020 en een e-mail van 27 oktober 2020. Tussen juli en oktober 2022 is er contact geweest tussen de gemachtigde van [persoon A] en de gemachtigde van NS Reizigers, naar aanleiding van een aanmaning van NS Reizigers aan [persoon A] . Op 7 februari 2024 heeft NS Reizigers opnieuw een aanmaning aan [persoon A] gestuurd. De kantonrechter oordeelt dat NS Reizigers hiermee heeft aangetoond dat zij de verjaring van haar vordering steeds tijdig heeft gestuit. Dat de brieven [persoon A] feitelijk niet bereikt hebben, is ook weer een omstandigheid die voor risico van [persoon A] komt. NS Reizigers heeft de brieven gestuurd naar het (e-mail)adres dat [persoon A] had opgegeven en waar zij op dat moment stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen. NS Reizigers mocht er daarmee op vertrouwen dat de brieven [persoon A] zouden bereiken, zeker nu deze niet retour zijn gekomen.
Geen verplichting om contact via gemachtigde te laten lopen
2.7.
De gemachtigde van [persoon A] beroept zich er ook op dat de gemachtigde van NS Reizigers op enig moment ten onrechte geen contact met haar heeft gezocht, maar (weer) rechtstreeks met [persoon A] . Zelfs als dit juist zou zijn, dan heeft dat geen gevolgen voor de toewijsbaarheid van de vorderingen van NS Reizigers. Daarnaast volgt uit niets dat NS Reizigers verplicht is om enkel contact met de gemachtigde te onderhouden en had zij een goede reden om [persoon A] rechtstreeks aan te schrijven, nu zij lang niets van de gemachtigde van [persoon A] had gehoord en zich ondertussen ook een (mogelijke) nieuwe gemachtigde had gemeld.
Ambtshalve toetsing informatieverplichtingen NS Reizigers
2.8.
Omdat de [persoon A] de overeenkomst met NS Reizigers online heeft afgesloten, moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of NS Reizigers heeft voldaan aan haar verplichting om voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst bepaalde informatie aan [persoon A] te verstrekken en die informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager. De kantonrechter oordeelt dat NS niet aan al haar verplichtingen heeft voldaan en vermindert de betalingsverplichting van [persoon A] daarom met 25%. Hieronder licht de kantonrechter toe om welke informatieverplichtingen het gaat.
Precontractueel: het ontbindingsrecht
2.9.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h BW moet de consument erop worden gewezen dat de consument het recht heeft om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst is voldoende dat de consument erop wordt gewezen dat hij dit recht heeft. Niet voldoende is dat deze informatie ergens op de website staat. In dat geval is [persoon A] niet op een voldoende duidelijke wijze gewezen op de informatie. De consument moet tijdens het bestelproces op dit recht worden gewezen, zonder dat hij zelf naar de informatie op zoek moet. NS Reizigers heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [persoon A] om aan NS Reizigers te betalen € 77,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 37,50 vanaf 24 april 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van NS Reizigers worden begroot op € 363,54;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
51909