Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-22
ECLI:NL:RBROT:2024:12900
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,933 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11072259 CV EXPL 24-11373
datum uitspraak: 22 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden ‘Stedin’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 12 april 2024, met bijlagen 1 tot en met 6;
de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 6 juni 2024.
1.2.
Op 22 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting met partijen besproken. Namens Stedin was daarbij aanwezig [naam 1] namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen, vergezeld door haar broer [naam 2].
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
In de woning van [gedaagde] aan [adres] bevinden zich een elektriciteits- en gasaansluiting. Stedin transporteert elektriciteit en gas naar de woning. [gedaagde] heeft hiervoor sinds 7 juli 2023 geen contract meer met een energieleverancier, waardoor zij elektriciteit en gas kan gebruiken zonder ervoor te betalen. Vanwege het ontbreken van een energiecontract is Stedin verplicht om deze aansluitingen af te sluiten.
Daarom eist Stedin dat zij de elektriciteits- en gasaansluiting mag afsluiten, dat [gedaagde] dat moet gedogen, dat Stedin de woning tijdelijk en gedeeltelijk mag ontruimen ten behoeve van de afsluitwerkzaamheden en dat [gedaagde] de afsluitkosten betaalt.
2.2.
[gedaagde] voert verweer. Op haar verweer wordt in de verdere beoordeling ingegaan.
2.3.
De kantonrechter wijst de gevorderde afsluiting toe. Hierna wordt uitgelegd waarom de kantonrechter tot deze beslissing gekomen is.
Stedin mag de elektriciteits- en gasaansluiting afsluiten en [gedaagde] moet dat gedogen
2.4.
Vaststaat dat [gedaagde] volgens het Kadaster (enig) eigenaar is van de woning. Zij heeft een aansluiting op het net en moet daarom als afnemer worden aangemerkt in de zin van de Elektriciteitswet en de Gaswet (artikel 1 lid 1 sub c van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1 lid 1 sub o van de Gaswet). Dit betekent dat op [gedaagde] de verplichting rust om een energiecontract af te sluiten. Omdat [gedaagde] sinds 7 juli 2023 geen energieleverancier meer heeft, is Stedin wettelijk verplicht om de elektriciteits- en gasaansluiting af te sluiten. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat er al jarenlang juridische procedures lopen met betrekking tot (onder andere) de verkoop/eigendom van het pand. Hoe vervelend dit ook is voor [gedaagde], Stedin staat buiten dit geschil. Zolang [gedaagde] officieel eigenaar is van de woning en als afnemer moet worden gekwalificeerd, is zij verplicht om een energiecontract te hebben. Omdat zij dat niet heeft moet Stedin tot afsluiting overgaan.
2.5.
Het oordeel dat Stedin de elektriciteits- en gasaansluiting mag afsluiten, brengt mee dat [gedaagde] de werkzaamheden moet gedogen die Stedin daarvoor moet verrichten. Daarnaast mag Stedin de woning van [gedaagde] ontruimen om de elektriciteits- en gasaansluiting af te sluiten. Daarbij geldt wel dat [gedaagde] haar woning alleen hoeft te ontruimen voor de duur van de afsluitwerkzaamheden en voor zover dat voor het verrichten van de afsluitwerkzaamheden noodzakelijk is.
[gedaagde] heeft de afsluitkosten al betaald
2.6.
De kosten voor het afsluiten van de aansluitingen komen voor rekening van [gedaagde]. [gedaagde] heeft niet betwist dat die kosten € 238,34 zijn. Zij heeft echter op 4 maart 2024 al een bedrag van € 125,22 betaald aan de gemachtigde van Stedin en op 25 april 2024 een bedrag van € 152,92, derhalve in totaal € 278,14. Dat is dus meer dan de afsluitkosten. Dit betekent dat de afsluitkosten worden afgewezen. Ditzelfde geldt voor de (naar de kantonrechter begrijpt) gevorderde rente.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen
2.7.
In het lijf van de dagvaarding heeft Stedin weliswaar gesteld dat [gedaagde] incassokosten is verschuldigd, maar omdat Stedin in de conclusie van de dagvaarding (in het petitum) deze kosten niet heeft gevorderd behoeft deze kwestie geen beoordeling en beslissing. [gedaagde] hoeft dus geen incassokosten te betalen.
[gedaagde] hoeft geen (verdere) proceskosten te betalen
2.8.
De proceskosten komen in beginsel voor rekening van [gedaagde], omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Tijdens de zitting is echter gebleken dat Stedin de betalingen door [gedaagde] (zie r.o. 2.6) op een onjuiste wijze heeft afgeboekt op de vordering. Stedin heeft daarbij ook de incassokosten van € 120,- betrokken, die niet zijn gevorderd (zie r.o. 2.7), de dagvaardingskosten van € 113,54, vermeerderd met de ook niet gevorderde kadasterkosten van € 4,60 en het salaris voor de gemachtigde van € 40,-. Gelet op deze gang van zaken en omdat [gedaagde] al meer heeft betaald dan de afsluitkosten (zie r.o. 2.6) is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] in redelijkheid geen (verdere) proceskosten hoeft te betalen. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de zijde van Stedin daarom (verder) op nihil.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verleent een machtiging aan Stedin om werkzaamheden te verrichten aan het adres [adres], bestaande uit het opnemen van de meterstanden en het onderbreken van de energielevering al dan niet door middel van terugname door Stedin van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting, zijnde de elektriciteitsaansluiting met EAN-code [EAN-code 1] en meternummer [meternummer 1] en de gasaansluiting met EAN-code [EAN-code 2] en meternummer [meternummer 2];
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Stedin de onder 3.1 genoemde werkzaamheden verricht;
3.3.
bepaalt dat Stedin gerechtigd is om de woning aan het adres [adres] tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen, namelijk voor de duur van de afsluitwerkzaamheden en voor zover dat voor het verrichten van de onder 3.1 bedoelde werkzaamheden noodzakelijk is;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin (verder) worden begroot op nihil;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
764