Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-22
ECLI:NL:RBROT:2024:12898
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,678 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11104575 CV EXPL 24-12640
datum uitspraak: 22 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser]
,
woonplaats: [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: aanvankelijk mr. A. Vranac-Kasumovic,
thans procederend in persoon,
tegen
Groene Energie Nederland B.V.,
vestigingsplaats: Ridderkerk,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden ‘[eiser]’ en ‘Groene Energie’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 8 mei 2024, met bijlagen 1 tot en met 10;
de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 21 mei 2024;
de repliek, tevens wijziging van eis, met bijlagen 11 tot en met 14;
de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 13 augustus 2024.
1.2.
Op 21 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting met [eiser] besproken. Namens Groene Energie is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niemand verschenen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Tussen [eiser] als verhuurder en Groene Energie als huurder bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de bedrijfsruimte (in de zin van artikel 7:230a BW) aan [adres]. De huurprijs is € 1.494,35 per maand. Groene Energie betaalt de huur structureel te laat.
2.2.
[eiser] eist (na wijziging van eis) betaling van de huur van € 1.494,35 met betrekking tot de maand juli 2024, (primair) de boeterente van € 2.400,- en buitengerechtelijke incassokosten van € 2.169,80. Groene Energie heeft erkend dat zij de huur te laat heeft betaald als gevolg van financiële problemen. Inmiddels is Groene Energie bij met de huurbetalingen. Groene Energie maakt bezwaar tegen de bijkomende kosten, omdat partijen volgens haar een mondelinge afspraak hebben gemaakt dat Groene Energie de termijn later mocht betalen.
2.3.
De gevorderde huur over de maand juli 2024 wordt afgewezen. De boeterente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom de kantonrechter tot deze beslissing gekomen is.
De huur over de maand juli 2024 is inmiddels betaald
2.4.
De gevorderde huur over de maand juli 2024 wordt afgewezen, omdat Groene Energie deze huur (alsnog) op 16 juli 2024 heeft betaald.
Geen mondelinge afspraak dat Groene Energie later mocht betalen
2.5.
In de huurovereenkomst is bepaald dat Groene Energie de huur uiterlijk de eerste dag van iedere maand moet betalen. De door Groene Energie gestelde mondelinge afspraak dat zij “de termijn” later mocht betalen is uitdrukkelijk betwist door [eiser]. Gelet hierop had het op de weg van Groene Energie gelegen om de gestelde afspraak, die op zichzelf al behoorlijk vaag is, nader te onderbouwen. Omdat Groene Energie dat niet heeft gedaan, kan niet van het bestaan van de afspraak worden uitgegaan. Dit betekent dat Groene Energie de huur altijd tijdig, uiterlijk op de eerste dag van iedere maand, dient te voldoen. Vaststaat dat zij dat niet heeft gedaan. De kantonrechter overweegt nog dat de financiële omstandigheden van Groene Energie, hoe vervelend ook voor haar, haar niet ontslaan van haar betalings-verplichtingen jegens [eiser].
Groene Energie moet de incassokosten van € 2.169,80 betalen
2.6.
De incassokosten van € 2.169,80 worden toegewezen op grond van artikel 28.1 van de toepasselijke algemene bepalingen. [eiser] heeft met diverse stukken onderbouwd dat Groene Energie de huur over (in ieder geval) de maanden oktober 2023 tot en met mei 2024 (veel) te laat heeft voldaan. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan het enkele, niet onderbouwde, verweer van Groene Energie dat “de achterstand” nooit zo hoog is geweest.
Groene Energie moet de boeterente van € 2.400,- betalen
2.7.
De boeterente van € 2.400,- (8 maanden x € 300,-) wordt toegewezen op grond van artikel 23.2 van de toepasselijke algemene bepalingen.
Groene Energie moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van Groene Energie, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Groene Energie aan [eiser] moet betalen op € 139,42 aan dagvaardingskosten, € 248,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er geen aanleiding om een punt salaris toe te kennen voor de mondelinge behandeling op 21 oktober 2024, aangezien [eiser] toen zelf het woord heeft gevoerd en zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde. De proceskosten zijn dus in totaal € 1.200,42. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna bij de beslissing vermeld.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en Groene Energie daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Groene Energie om aan [eiser] te betalen € 2.400,- aan contractuele boeterente en € 2.169,80 aan buitengerechtelijke incassokosten;
3.2.
veroordeelt Groene Energie in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.200,42, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
764