Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-30
ECLI:NL:RBROT:2024:1195
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,531 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaaknummer: C/10/670149 / JE RK 23-2828
datum uitspraak: 30 januari 2024
beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering
,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige01]
,
geboren op [geboortedatum01] 2022 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder01]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] ,
advocaat: mr. C.K. Visser, kantoorhoudende te Rotterdam,
[vader01]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats01] ,
advocaat: mr. C.K. Visser, kantoorhoudende te Rotterdam.
1
Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 21 november 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 6 december 2023;
- de aanvullende stukken van de GI, te weten een perspectiefbesluit, met bijlagen van 24 januari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 januari 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders en hun advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, mw. [naam01] en mw. [naam02] .
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] .
2.2.
[voornaam minderjarige01] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
Bij beschikking van 10 februari 2023 is [voornaam minderjarige01] onder toezicht gesteld tot 10 februari 2024. Bij beschikking van 19 juli 2023 is de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige01] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 10 februari 2024.
3
Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige01] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
4.1.
Naast het verzoekschrift heeft de rechtbank voorafgaand aan de behandeling ter zitting van de GI op 29 januari 2024 een perspectiefbesluit met bijlagen ontvangen. Op grond van artikel 1.10 van het Procesreglement Civiel jeugdrecht moeten processtukken uiterlijk drie werkdagen voorafgaand aan de mondeling behandeling worden ingediend, tenzij de wet of het procesreglement voorschrijft dat de stukken eerder moeten worden ingediend. De kinderrechter heeft geconstateerd dat een deel van de nagekomen stukken na voormelde termijn zijn ingediend.
4.2.
Tijdens de behandeling ter zitting is gebleken dat de ouders en mr. Visser - gelet op de omvang van de nagekomen stukken en het moment van het toesturen hiervan - niet in voldoende mate kennis hebben kunnen nemen van de inhoud van de nagekomen stukken. Een deel van de stukken ziet op het opgroeiperspectief van [voornaam minderjarige01] en bevat dus erg belangrijke informatie. Onder deze omstandigheden acht de kinderrechter het van belang om de behandeling van de zaak aan te houden zodat alle procespartijen kennis kunnen nemen van de nagekomen stukken en alle stukken bij de behandeling van de zaak en de te nemen beslissing kunnen worden betrokken.
4.3.
Omdat de huidige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing verlopen op 10 februari 2024, en de onmogelijkheid bij de rechtbank om voordien de zaak ter zitting te behandelen, zal de kinderrechter, in overleg met de GI, de ouders en hun , de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing voor een korte periode, te weten voor de duur van een maand, verlengen en het verzoek voor het overige aanhouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
Verwijzing naar de meervoudige kamer
5. Gezien de aard en de complexiteit van de zaak zal de kinderrechter het verzoek voor verdere behandeling en beslissing verwijzen naar de zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank op de hieronder te noemen datum.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] tot 10 maart 2024;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige01] in een voorziening voor pleegzorg tot 10 maart 2024;
6.3.
verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad.
en alvorens te beslissen:
6.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en verwijst het verzoek voor verdere behandeling en beslissing naar
de meervoudige kamer;
6.5.
bepaalt dat het verhoor van de GI, belanghebbenden en mr. C.K. Visser in deze zaak zal plaatsvinden ter zitting
van de meervoudige kamer
op
15 februari 2024 te 13:30
uur in het
gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125
;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mrs. S. Jordaan, J.C.M. Persoon en H. Biemond, kinderrechters;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbenden en mr. C.K. Visser;
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2024 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van A.J.E. van der Veer als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.