Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-19
ECLI:NL:RBROT:2024:11700
Civiel recht
Kort geding
1,571 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/687500 / KG ZA 24-971
Vonnis in kort geding van 19 november 2024
in de zaak van
[eiser]
,
woonplaats: Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. M.P. Kloppenburg te Rotterdam,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf is verschenen.
De partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.
1Waar gaat de zaak over?
1.1.
De vrouw huurt de woning aan het adres [adres]. Vlak nadat de vrouw en de man een relatie kregen, is de man bij de vrouw in de woning gaan wonen. De relatie tussen de partijen is inmiddels geëindigd. De vrouw heeft de man meerdere keren verzocht om de woning te verlaten, maar de man heeft niet aan dat verzoek voldaan. Volgens de vrouw is de situatie waarbij de partijen samen in de woning wonen niet langer houdbaar en daarom wil de vrouw dat de man de woning verlaat. In deze zaak vordert de vrouw dan ook – kort gezegd – dat de man (onder druk van een dwangsom) wordt veroordeeld om de woning binnen een week na betekening van dit vonnis te verlaten. De man wil de woning wel verlaten, maar hij verzoekt om hem een termijn van één maand te gunnen om vervangende woonruimte te vinden. De voorzieningenrechter veroordeelt de man om de woning binnen één maand na vandaag te ontruimen. Dit wordt hierna uitgelegd.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 1 november 2024, met bijlagen 1 tot en met 3;
de mondelinge behandeling op 11 november 2024.
Beoordeling
De man moet de woning ontruimen
3.1.
Het huurcontract voor de woning staat (alleen) op naam van de vrouw. Dit betekent dat de vrouw het recht heeft om in de woning te wonen en dat de man, hoe vervelend dat ook voor hem is, geen enkel huurrecht met betrekking tot de woning heeft. De man heeft dit ook niet weersproken. In zo’n situatie is er geen ruimte om op grond van een belangenafweging te oordelen dat de man in de woning mag blijven wonen. Een belangenafweging kan er namelijk niet toe leiden dat de man, die op dit moment geen recht heeft om in de woning te wonen, een recht krijgt om in de woning te wonen. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure de man ook tot ontruiming van de woning zal veroordelen. Gelet op de onweersproken stelling van de vrouw dat het niet langer houdbaar is dat de partijen samen in de woning wonen, heeft de vrouw een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening in deze zaak.
De ontruimingstermijn wordt gesteld op één maand na vandaag
3.2.
De voorzieningenrechter stelt de ontruimingstermijn vast op één maand na vandaag. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling namelijk gezegd dat een termijn van één maand voldoende voor hem is om een vervangende woning te vinden en de vrouw heeft gezegd dat zij ermee kan instemmen als de man nog één maand met haar in de woning verblijft, mits hij daarna echt vertrekt.
Er wordt een dwangsom opgelegd
3.3.
Hoewel de vrouw voldoende heeft aan dit vonnis om de deurwaarder in te schakelen als de man de woning niet vrijwillig verlaat, ziet de voorzieningenrechter toch aanleiding om een dwangsom op te leggen. Daarmee wil de voorzieningenrechter ervoor zorgen dat de man de woning daadwerkelijk uiterlijk één maand na vandaag verlaat, omdat het simpelweg niet wenselijk is dat de partijen nog langer dan dat samen in de woning wonen en het inschakelen van een deurwaarder (en de benodigde bijstand van de politie) om de woning te ontruimen enige tijd (en geld) kost. De dwangsom wordt gesteld op € 100,00 per dag met een maximum van € 5.000,00.
Er wordt niets bepaald over inschakeling van de politie
3.4.
De voorzieningenrechter gaat niet bepalen dat de vrouw de politie kan inschakelen om de ontruiming van de woning door de man af te dwingen. De deurwaarder kan namelijk – zonder dat daar een machtiging van de rechter voor nodig is – eventueel bijstand van de politie inroepen.
De proceskosten
3.5.
Deze zaak hangt samen met de afwikkeling van de relatie die partijen met elkaar hebben gehad. De voorzieningenrechter sluit daarom aan bij het uitgangspunt in familierechtelijke zaken dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Dit betekent dat beide partijen hun eigen proceskosten moeten betalen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de man hier geen verweer tegen heeft gevoerd en omdat de veroordeling van de man om de woning te verlaten alleen zin heeft als die snel effect heeft.
Dictum
De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt de man om de woning aan het adres [adres] binnen één maand na vandaag te verlaten met alle personen en zaken die zich daar vanwege hem bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van de vrouw te stellen en de woning daarna niet meer zonder toestemming van de vrouw te betreden;
4.2.
veroordeelt de man om aan de vrouw te betalen een dwangsom van € 100,00 per dag dat hij niet aan de veroordeling onder 4.1. voldoet, met dien verstande dat de man maximaal € 5.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
4.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024.
3349 / 1729