Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-22
ECLI:NL:RBROT:2024:11583
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
985 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11249075 CV EXPL 24-19393
datum uitspraak: 22 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gedaagde in verzet,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
1
[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
woonplaats: [plaatsnaam],
gedaagden,
eisers in verzet,
gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar,
De partijen worden hierna ‘Stichting Woonbron’ en ‘[gedaagden]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 7 mei 2024, met bijlagen;
het verstekvonnis van deze rechtbank van 30 mei 2023 met zaaknummer 11097539 CV EXPL 24-12359;
de verzetdagvaarding van 15 juli 2024;
het antwoord in verzet;
de nadere productie van Stichting Woonbron.
1.2.
Op 11 oktober 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens de gemachtigde van Stichting Woonbron mr. F. Akkermans aanwezig. [gedaagde 1] was aanwezig met zijn gemachtigde mr. J. Pearson.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagden] huren een woning van Stichting Woonbron. Stichting Woonbron eist vanwege een huurachterstand dat de huurovereenkomst met [gedaagden] wordt ontbonden en dat zij veroordeeld worden tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand en proceskosten. Deze vorderingen zijn toegewezen in het genoemde verstekvonnis. [gedaagden] betwisten de achterstand niet, maar zijn het niet eens met de ontbinding en ontruiming en hebben verzet ingesteld. De kantonrechter bekrachtigt het verstekvonnis. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
2.2.
Het op tijd betalen van de huur is één van de essentiële verplichtingen voor de huurder die voortvloeien uit de huurovereenkomst. Op zitting hebben [gedaagden] niet betwist dat de huurachterstand inmiddels verder is opgelopen. [gedaagden] hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd die ertoe leiden dat, gelet op de hoogte van de huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn. Dat betekent dat het verzet niet slaagt en dat het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.
Proceskosten
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden], omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagden] aan Stichting Woonbron moet betalen op € 339,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 339,-).
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stichting Woonbron dat eist en [gedaagden] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
bekrachtigt het op 30 mei 2023 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11097539 CV EXPL 24-12359;
3.2.
veroordeelt [gedaagden] in de kosten van de verzetprocedure, die aan de kant van Stichting Woonbron worden begroot op € 339,-;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
62914