Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-30
ECLI:NL:RBROT:2024:11579
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
872 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11118301 CV EXPL 24-13249
datum uitspraak: 30 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
het CAK,
vestigingsplaats: Den Haag,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘het CAK’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 25 mei 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek, met bijlagen;
de reactie, met bijlagen.
Beoordeling
2.1.
[gedaagde] moet maandelijks € 19,- aan eigen bijdrage voor de WMO-zorg betalen. Hij heeft dit volgens het CAK meerdere keren niet gedaan. Het CAK eist daarom betaling van € 190,-, met kosten en rente. [gedaagde] zegt de betalingen wel te hebben gedaan, maar dat deze zijn teruggestort.
2.2.
Het CAK heeft toegelicht dat dat is gebeurd, omdat een kenmerk ontbrak. Hierdoor is het voor haar onmogelijk om een betaling aan een dossier te koppelen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om contact op te nemen over de reden van de teruggestorte betalingen. Hij is ook een aantal keer herinnerd en gesommeerd, maar zonder resultaat. Vastgesteld wordt dat € 190,- aan maandelijkse termijnen niet is betaald. [gedaagde] moet dat dus nog doen. De vordering wordt daarom toegewezen .
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De rente wordt ook toegewezen omdat het CAK genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.4.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van het CAK op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 472,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat het CAK dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan het CAK te betalen € 265,01 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 190,- vanaf 25 april 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van het CAK worden vastgesteld op € 472,39;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
62914