Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-15
ECLI:NL:RBROT:2024:11575
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,349 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11186160 CV EXPL 24-16715
datum uitspraak: 15 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
1 [eiseres 1] ,
gevestigd te Amstelveen,
2. [eiseres 2] ,
gevestigd te Hilversum,
eiseressen,
gemachtigde: Best & Partners B.V. ,
tegen:
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: Bleiswijk,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon B] .
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 25 juni 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen.
de repliek, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
2.1.
Op 1 februari 2024 is [gedaagde] , [bedrijf B] . geworden. Omdat partijen beiden de oude naam gebruiken, zal de kantonrechter dit ook doen.
2.2.
[eiseres 1] en [eiseres 2] vorderen op grond van de tussen partijen gesloten licentieovereenkomst betaling van een bedrag van € 290,12. Dit ziet op een vervallen korting die inbegrepen zat bij de verschuldigde licentievergoedingen voor het ten gehore brengen van muziek op het adres [adres 1] in Bleiswijk. Hiernaast vorderen zij vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten.
De vordering wordt toegewezen
2.3.
[eiseres 1] en [eiseres 2] voeren aan dat zij in bepaalde gevallen een korting van 33,33% hanteren. Deze korting vervalt bij niet tijdige betaling van de factuur en/of wanneer de overige voorwaarden niet worden nageleefd, het kortingsbedrag is dan direct opeisbaar. [gedaagde] heeft de factuur niet voor 19 februari 2024 betaald waardoor de korting is komen te vervallen. Dit is door [eiseres 1] en [eiseres 2] medegedeeld op de factuur van 08 maart 2024. [gedaagde] stelt dat zij de factuur niet heeft binnengekregen en hierdoor geen kans heeft gehad om de korting te verzilveren. De adressering van de facturen staat op het adres [adres 2] in Bleiswijk, in plaats van [adres 1] in Bleiswijk. Als hoofdregel geldt, dat de afzender moet aantonen dat de factuur is verzonden naar een adres waarvan aangenomen mag worden dat de wederpartij deze mocht ontvangen en dat de factuur daar ook is aangekomen. Wanneer de factuur wordt gestuurd naar een onlangs of eerder gebruikt (e-mail)adres, dan mag er in principe van uitgegaan worden dat de verklaring is aangekomen. Dit laatste is hier het geval. Al vanaf 2020 sturen [eiseres 1] en [eiseres 2] facturen digitaal naar het e-mailadres van [gedaagde] en deze zijn aangekomen en betaald. Er is ook geen reactie gegeven op de herinneringsmail van 23 februari 2024, waar [gedaagde] nog een kans kreeg om met korting te betalen. Door bovenstaande punten wijst de kantonrechter de vorderingen toe.
[gedaagde] moet de incassokosten van € 43,52 betalen
2.4.
De incassokosten van € 43,52 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
[gedaagde] moet rente betalen
2.5.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiseres 1] en [eiseres 2] genoeg hebben gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald (artikel 6:119 BW) en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres 1] en [eiseres 2] op € 115,22 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-), en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 345,22. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres 1] en [eiseres 2] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres 1] en [eiseres 2] te betalen € 248,28 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 248,28 vanaf 26 juni 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres 1] en [eiseres 2] worden vastgesteld op € 345,22;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
62914