Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-26
ECLI:NL:RBROT:2024:11368
Strafrecht
Wraking
838 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
woonplaats: Rotterdam,
preventief gedetineerd in de P.I. [naam PI] , [afdeling] ,
hierna te noemen: verzoeker,
procesadvocaat mr. S.E.M. Hooijman.
strekkende tot de wraking van
mr. A.P. Hameete,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de strafzaak tegen verzoeker. Deze strafzaak heeft het parketnummer 10/189880-23. Het dossier van deze strafzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het wrakingsverzoek van verzoeker, op 1 juli 2024 mondeling gedaan tijdens de terechtzitting van de meervoudige kamer, waarvan de rechter als voorzitter deel uitmaakt, in de hiervoor onder 1.1. genoemde zaak;
het proces-verbaal van de hiervoor genoemde terechtzitting;
de brief van 8 juli 2024 van de wrakingskamer aan verzoeker.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
Verzoeker heeft tijdens de terechtzitting op 1 juli 2024 – voor zover van belang – gezegd dat (1) zijn advocaat geen raadsvrouw maar een landsadvocaat is die zich voordoet als raadsvrouw, (2) dat zij zich bedrieglijk zit voor te doen en dat de rechter gewoon doorgaat, (3) dat “jullie” (de wrakingskamer begrijpt: de advocaat en de rechter) één en dezelfde groep zijn en (4) dat “jullie” (de wrakingskamer begrijpt opnieuw: de advocaat en de rechter) dezelfde partij zijn. Omdat deze opmerkingen naar het oordeel van de wrakingskamer onvoldoende concreet zijn om daar een gemotiveerde wrakingsgrond in te lezen, is verzoeker bij brief van 8 juli 2024 in de gelegenheid gesteld om vóór 22 juli 2024 toe te lichten welke feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker heeft niet op die brief gereageerd.
2.2.
Door het uitblijven van een reactie van verzoeker op de brief van 8 juli 2024 is het voor de wrakingskamer onduidelijk vanwege welke feiten en omstandigheden verzoeker de rechter heeft gewraakt en waarom volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Gelet op het voorgaande wordt het wrakingsverzoek met toepassing van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van de Rechtbank Rotterdam, zonder een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, niet-ontvankelijk verklaard.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. M.de Geus en mr. M.G.L. de Vette, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.