Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-08
ECLI:NL:RBROT:2024:11245
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,651 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11119590 CV EXPL 24-13352
datum uitspraak: 8 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
eiseres,
gemachtigde: Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: [plaatsnaam],
gedaagde,
gemachtigde: mr. A.J.M. Vélu.
De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 16 mei 2024, met bijlagen;
het antwoord;
de brief van 22 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
de akte vermindering van eis van Hiltermann.
1.2.
Op 10 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens Hiltermann [naam 1] (senior debiteurenbeheerder) aanwezig met [naam 2] namens de gemachtigde. Namens [gedaagde] was mr. A.J.M. Vélu aanwezig.
Beoordeling
Wat is de kern van de zaak?
2.1.
Hiltermann heeft op grond van een huurkoopovereenkomst een bedrijfsauto aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. Hiltermann heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst te ontbinden. Hiltermann eist uiteindelijk dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om aan haar € 8.093,89 te betalen. Ook eist Hiltermann een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de auto is ontbonden
2.2.
[gedaagde] erkent dat hij de leasetermijnen niet aan Hiltermann heeft betaald. [gedaagde] betwist dat hij buitengerechtelijke incassokosten aan Hiltermann moet betalen en stelt dat de gevorderde contractuele rente buiten proporties is.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van Hiltermann toe, maar ziet wel aanleiding de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten te matigen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De overeenkomst tussen de partijen is ontbonden
2.4.
[gedaagde] heeft aangegeven dat het juist is dat hij de leasetermijnen niet heeft betaald en heeft niet betwist dat Hiltermann daarom de overeenkomst mocht ontbinden en dat ook per 25 april 2024 heeft gedaan. Die feiten staan daarom in deze zaak vast. De kantonrechter verklaart dan ook voor recht dat de huurkoopovereenkomst is ontbonden.
[gedaagde] moet € 6.681,65 aan hoofdsom betalen
2.5.
[gedaagde] heeft niet aangegeven dat de hoogte van de in de dagvaarding geëiste hoofdsom van € 12.558,65 niet klopt. Deze hoofdsom bestaat uit € 1.793,95 (5 x € 358,79) aan achterstallige termijnen tot en met april 2024 en een schadevergoeding van € 10.764,70 omdat de overeenkomst voortijdig is beëindigd. Op de hoofdsom wordt de verkoopopbrengst van de auto in mindering gebracht, zodat er een bedrag van € 6.681,65
(€ 12.558,65 -/- € 5.877,-) resteert. [gedaagde] wordt veroordeeld dat bedrag aan Hiltermann te betalen.
[gedaagde] moet € 900,59 aan incassokosten betalen
2.6.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 900,59 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop Hiltermann recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 Rv). Hiltermann heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
De contractuele rente van 1,5% per maand (18% per jaar) wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] heeft immers slechts gesteld dat de rente ‘buiten proporties’ is, maar hij heeft dat op geen enkele wijze nader uitgelegd of onderbouwd. De kantonrechter volgt [gedaagde] dan ook niet in dat standpunt. Tot 7 mei 2024 gaat het om een bedrag van € 156,37.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hiltermann moet betalen op € 115,84 aan dagvaardingskosten, € 1.409,- aan griffierecht,
€ 812,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.471,84. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst tussen de partijen met betrekking tot de Renault Megane met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer]) is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 7.738,61 met de overeengekomen rente (18% per jaar) over een bedrag van € 6.681,65 vanaf 16 mei 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 2.471,84;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
44487