Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-10-21
ECLI:NL:RBROT:2024:10729
Bestuursrecht
Proces-verbaal
1,352 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/8633
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
21 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Ercan).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de plaatsing van zijn aanvraag voor een parkeervergunning op de wachtlijst.
1.1.
Bij besluit van 17 november 2023 is de aanvraag van eiser in zoverre toegekend dat hij op de wachtlijst is geplaatst onder de mededeling dat zijn parkeervergunning automatisch wordt toegewezen zodra zijn aanvraag aan de beurt is.
1.2.
Met het bestreden besluit van 14 december 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 21 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de plaatsing van de aanvraag voor een parkeervergunning van eiser op de wachtlijst. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4.1.
Eiser is op de wachtlijst geplaatst omdat het maximaal aantal vergunningen is bereikt. Verweerder heeft de aanvraag volgens de geldende regels behandeld. Dit houdt in dat eiser wel in aanmerking komt voor een (tweede) parkeervergunning, maar dat deze pas automatisch wordt toegewezen als deze aan de beurt is voor toewijzing. Het college heeft de mogelijkheid om met toepassing van de hardheidsclausule toch een vergunning te verlenen. Eiser is van mening dat verweerder hier gebruik van moet maken aangezien de aard van zijn werkzaamheden voor een bijzondere situatie zorgt. Eiser heeft aangevoerd dat hij de bedrijfsauto van het Waterschap nodig heeft voor zijn werk en dat hij als hij storingsdienst heeft, binnen een afgesproken aanrijtijd bij de storing moet zijn.
4.2.
Doordat het maximaal aantal vergunningen is bereikt is de plaatsing op de wachtlijst op zichzelf terecht gedaan. De rechtbank ziet in wat eiser naar voren heeft gebracht geen aanleiding om te oordelen dat zijn situatie zich in voldoende mate onderscheid van die van andere mensen met hetzelfde probleem waardoor verweerder toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule. In de situatie van eiser is er een aantal oplossingen waar hij zelf voor kan zorgen. Zo kan eiser een tijdelijke vergunning in de nabijgelegen sector aanvragen. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat in sector 31 nog genoeg ruimte is om een tijdelijke vergunning te krijgen. Het parkeren in deze sector is mogelijk zelfs dichterbij dan wanneer eiser op een grotere afstand van zijn eigen huis in zijn eigen sector moet parkeren. Daarnaast kan eiser gebruik maken van abonnementen in nabijgelegen parkeergarages. Eiser kan een aantal keer per jaar de eerste parkeervergunning omzetten voor de bedrijfsauto en hij kan de auto ook betaald in zijn sector parkeren. Daarom wordt eiser niet onevenredig door het besluit geraakt. Verweerder heeft eiser dan ook terecht op de wachtlijst geplaatst.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiser terecht op de wachtlijst heeft geplaatst. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2024 door
mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.