Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-09-16
ECLI:NL:RBROT:2024:10472
Civiel recht
Kort geding
1,373 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/682940 / KG ZA 24-717
Vonnis in kort geding van 16 september 2024
in de zaak van
de stichting
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. V. van Dijken te Harderwijk,
tegen
[gedaagde]
,
tevens h.o.d.n. [handelsnaam],
wonende en zaak doende te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 7 augustus 2024 met producties 1 tot en met 7
producties 8 en 9 van eiseres
de mondelinge behandeling gehouden op 9 september 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.
2.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd.
2.3.
Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Eiseres vordert veroordeling in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten gaat de voorzieningenrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken.
Eiseres heeft als productie 9 een aanvullende kostenspecificatie advocaatkosten overgelegd van in totaal € 4.247,10, inclusief btw, vallend binnen de tariefnorm voor een eenvoudig IE kort geding. De voorzieningenrechter overweegt dat de proceskosten in een verstekprocedure gelet op de eisen van een goede procesorde slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv worden begroot, indien zij bij dagvaarding reeds zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet verschenen gedaagde kenbaar zijn gemaakt, bijvoorbeeld door aangetekende verzending per post.
Uit de e-mail van 6 september 2024 te 10:08 uur van mr. Van Dijken aan (o.a.) de voorzieningenrechter blijkt dat de aanvullende proceskostenspecificatie aan gedaagde wordt verstuurd. Verdere toelichting ontbreekt en gesteld noch gebleken is dat gedaagde daadwerkelijk kennis heeft genomen van de aanvullende specificatie.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee niet voldaan aan voormeld vereiste van kenbaarheid aangezien de enkele mededeling van verzending (en de aankondiging in het petitum van de dagvaarding) niet zonder meer betekent dat de ontvanger er ook kennis van heeft genomen. Dit dient ertoe te leiden dat de advocaatkosten aan de zijde van eiseres conform het geldende liquidatietarief worden begroot.
De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- betekening oproeping € 143,62
- griffierecht 688,00
- salaris advocaat 1.107,00 (gemiddeld kort geding)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.116,62
2.4.
De termijn voor het instellen van een hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv zal worden bepaald op zes maanden na de datum van dit vonnis.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
3.2.
veroordeelt gedaagde om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis ieder gebruik van het merk ‘ [merknaam] ’ van eiseres en/of een daarmee overeenstemmend (merk)teken te staken en gestaakt te houden,
3.3.
veroordeelt gedaagde om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle in het bezit van gedaagde zijnde gevelbordjes met afbeelding van het merk ‘ [merknaam] ’ terug te geven aan eiseres,
3.4.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 3.2 of 3.3 uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 2.116,62, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
stelt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2024.1734/1980