Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-10-20
ECLI:NL:RBROT:2023:9697
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,409 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10535266 CV FORM 23-15821
uitspraak: 20 oktober 2023
Beschikking van de kantonrechter op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421, hierna: ‘de Verordening’
in de zaak
[eiser01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
die zelf procedeert,
tegen
Microsoft Ireland Operations Limited
,
vestigingsplaats: Dublin (Ierland),
verweerster,
gemachtigden: mr. R.J.J. Westerdijk en mr. F.L.M. van de Wetering.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘MIOL’ genoemd.
Procesverloop
1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het vorderingsformulier A van [eiser01] , met bijlagen, ontvangen op 24 mei 2023;
- de reactie daarop van MIOL, met bijlagen, ontvangen op 29 augustus 2023;
- de reactie van [eiser01] op de door MIOL ingediende bijlagen, ontvangen op 13 oktober 2023.
Geschil
2.1.
[eiser01] heeft van MIOL twee spelcomputers gekocht, voor in totaal € 999,98. [eiser01] heeft gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht en zegt de spelcomputers terug te hebben gestuurd. Hij vordert in deze zaak de aankoopprijs terug. [eiser01] heeft hiervoor eerder een zaak tegen [bedrijf01] gevoerd, maar dit bleek niet de juiste wederpartij. [eiser01] stelt dat MIOL onrechtmatig handelt door in het aankoopproces niet duidelijk te maken dat de koop met háár gesloten wordt en dat [eiser01] daardoor de verkeerde partij gedagvaard heeft in die andere zaak. [eiser01] wil daarom dat MIOL de kosten betaalt die hij in de andere zaak tegen [bedrijf01] heeft moeten maken: € 609,18.
2.2.
MIOL voert verweer.
2.3.
Als dit voor de beoordeling van belang is, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee [eiser01] zijn vordering en MIOL haar verweer onderbouwt.
Beoordeling
spelcomputers
3.1.
[eiser01] heeft de spelcomputers van MIOL ontvangen. [eiser01] draagt vanaf het moment van ontvangst van de spelcomputers het risico daarvoor (artikel 7:11 Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’). Als [eiser01] de spelcomputers terugstuurt, gaat het risico daarvoor terug naar MIOL op het moment dat MIOL de spelcomputers terugontvangt. Dit is anders als [eiser01] ‘op goede gronden het recht op ontbinding van de koop of op vervanging van de zaak inroept’ (artikel 7:10 lid 3 BW). In dat geval blijft het risico voor de spelcomputers bij MIOL.
3.2.
[eiser01] zegt niet waarom hij de spelcomputers niet meer wilde. De kantonrechter vraagt het zich wel af. [eiser01] bestelt twee spelcomputers, betaalt ze, ontvangt ze, er is (kennelijk) niets mis mee, maar toch wil hij ze niet meer. Waarom niet? [eiser01] hoeft het niet te zeggen, hij heeft immers het recht de koop zonder opgaaf van redenen ongedaan te maken, te herroepen, maar een korte verklaring over de reden had voor het beeld van de zaak op zijn plaats geweest. Wat hier echter ook van zij, na ontvangst van de spelcomputers blijft het risico voor de spelcomputers bij [eiser01] tot het moment dat MIOL ze terugontvangt. De kantonrechter gaat niet mee in de redenering van [eiser01] dat het risico ook bij MIOL blijft in het geval hij zonder reden de koop ongedaan maakt. Herroeping is immers iets anders dan ontbinding. Voor ontbinding is een tekortkoming van MIOL nodig en daarvan is geen sprake.
3.3.
[eiser01] zegt de spelcomputers teruggestuurd te hebben maar MIOL stelt deze nooit te hebben ontvangen. [eiser01] betwist dat laatste niet. In bijlage 4 van [eiser01] staat ook niet dat de spelcomputers afgeleverd zijn. Het risico van de spelcomputers is dus bij [eiser01] gebleven. Omdat MIOL de spelcomputers nooit terugontvangen heeft, ziet de kantonrechter niet in waarom MIOL de door [eiser01] betaalde koopprijs van € 999,98 terug moet betalen. Die vordering wordt daarom afgewezen. De kantonrechter wijst in dit verband nog naar wat MIOL schrijft onder 5.19. van haar conclusie van antwoord, namelijk dat als [eiser01] het risico op verlies wilde beperken, hij zijn retourzending had moeten verzekeren.
onrechtmatig handelen
3.4.
[eiser01] zegt dat MIOL in het aankoopproces niet duidelijk heeft gemaakt dat zíj de verkoper was. Hij heeft daarom ten onrechte aanvankelijk [bedrijf01] gedagvaard en hij wil dat MIOL de voor die zaak door hem gemaakte kosten vergoedt. De kantonrechter wijst ook deze vordering af. MIOL toont namelijk aan dat in de Verkoopwaarden staat dat de koop met háár wordt gesloten. [eiser01] laat niet zien dat dit bij zijn aankoop destijds anders was.
proceskosten
3.5.
[eiser01] krijgt ongelijk. Hij moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan tot vandaag aan de kant van MIOL uit € 199,00 aan salaris voor haar gemachtigden. Voor kosten die MIOL na deze uitspraak maakt moet [eiser01] € 99,50 betalen. Daar kan nog een bedrag bij komen als de beschikking door een deurwaarder moet worden uitgereikt (‘betekend’). Over deze nakosten hoeft in deze beschikking geen aparte beslissing genomen te worden.
uitvoerbaar bij voorraad
3.6.
Deze beschikking wordt ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van de uitspraak van die hogere afgedwongen kan worden dat [eiser01] voldoet aan de veroordeling in deze zaak.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser01] af;
4.2.
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, tot vandaag aan de kant van MIOL een bedrag van € 199,00;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
686