Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-09-15
ECLI:NL:RBROT:2023:9600
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,701 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummer01] – [nummer02]
uitspraakdatum: 15 september 2023
[verzoeker01]
,
wonende te [adres01]
[postcode01] [woonplaats01] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 24 juli 2023, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 24 juli 2023 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 30 augustus 2023.
Ter zitting van 30 augustus 2023 zijn verschenen en gehoord:
mevrouw [naam01] en mevrouw [naam02] , beiden werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna schuldhulpverlening);
de heer [naam03] , werkzaam bij Syncasso, namens Havensteder (hierna: verweerster);
de heer [naam04] , werkzaam bij Havensteder.
Verzoeker is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niet ter terechtzitting verschenen.
Schuldhulpverlening heeft op 5 september 2023 en 8 september 2023 nadere stukken aan de rechtbank overgelegd.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.
2
Het verzoek
Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 12 april 2023 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.
Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat verzoeker ernstige psychische klachten heeft, waardoor hij zich passief opstelt. Hij krijgt hulp van een vriendin, maar deze relatie is niet stabiel. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat verzoeker hulp nodig heeft en zal met verzoeker overleggen of hij zich onder beschermingsbewind wil laten stellen. Er is een voorschot op de Participatiewet-uitkering verleend. De huur over de maand augustus 2023 is voldaan. De huur over de maand september 2023 moet nog worden voldaan. De inkomsten uit de Participatiewet-uitkering zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te kunnen voldoen. Ter zitting is aan schuldhulpverlening het aanvraagformulier overhandigd om versneld beschermingsbewind aan te vragen.
3
Het verweer
Verweerster heeft er geen vertrouwen in dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan. Verzoeker doet zijn deur niet open, er is moeizaam contact en omdat hij zelf zijn betalingen doet, is er geen zekerheid dat deze worden uitgevoerd. Er is nu sprake van een huurachterstand van zeven maanden. Verweerster is alleen bereid verzoeker nog een kans te geven als hij iets van zich laat horen en de huur tijdig voldoet.
Beoordeling
Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoeker een kopie van het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 12 april 2023 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker en een kopie van het exploot van 13 juli 2023 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 1 augustus 2023 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.
De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.
Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.
Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 12 april 2023 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Uit de stukken die schuldhulpverlening aan de rechtbank heeft overgelegd, is gebleken dat verzoeker inmiddels via de versnelde route beschermingsbewind heeft aangevraagd. Beschermingsbewind waarborgt de betaling van de vaste lasten. Daarnaast heeft schuldhulpverlening het Fonds Bijzonder Noden Rotterdam aangeschreven om de huur over de maand september 2023 te voldoen. Voornoemd Fonds heeft de gift toegekend en de huur over de maand september 2023 voldaan. Schuldhulpverlening heeft ter zitting meegedeeld dat de Participatiewet-uitkering zal worden toegekend. Deze inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
Dictum
De rechtbank:
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 12 april 2023 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoeker gelegen aan de [adres01] te Rotterdam, voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;
- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoeker de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J Tideman, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.