Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-09-28
ECLI:NL:RBROT:2023:9075
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
861 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/664809 / KG ZA 23-791
Vonnis in kort geding van 28 september 2023
in de zaak van
[eiser01]
,
wonende te Rotterdam,
eiser,
advocaat mr. V.T.E. Kuijpers te Capelle aan den IJssel,
tegen
[gedaagde01]
,
wonende te Spijkenisse,
gedaagde,
advocaat mr. S. Broekzitter-Nieuwland te Spijkenisse.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 6 september 2023, met een productie;
de conclusie van antwoord, met 3 producties;
de mondelinge behandeling op 14 september 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
De man vordert in de dagvaarding bij vonnis, uitvoer bij voorraad:
I. te bepalen dat de voormalig echtelijke woning gelegen [adres01] te [plaats01] te koop zal worden aangeboden, waarbij de taxatie- en verkoopkosten en de resterende hypothecaire schuld op de woning in mindering worden gebracht op de verkoopopbrengst, waarna de overwaarde van de woning bij helfte zal worden verdeeld tussen partijen;
II. de vrouw te veroordelen om mee te werken aan de taxatie en levering van de woning aan de koper(s) en te bepalen dat het te wijzen vonnis dezelfde kracht heeft als de benodigde rechtshandelingen welke de vrouw dient te verrichten teneinde het eigendom van haar aandeel in de woning juridisch over te dragen en te leveren aan de koper(s) en te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de voor verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke wilsverklaringen van de vrouw, zoals bedoeld in artikel 3:300 lid 2 BW, hierbij mede inbegrepen de verkoopopdracht aan een NVM erkende makelaar, voor zover de vrouw niet vrijwillig voldoet aan het te wijzen vonnis binnen 14 dagen na betekening;
III. de vrouw te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.
2.2.
De vrouw concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de man in de kosten van de procedure. Ze voert aan dat de woning enkel op haar naam staat.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
De man heeft ter zitting erkend dat de woning enkel op naam van de vrouw staat en heeft vervolgens verklaard zijn vorderingen in te willen trekken, althans zich te refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
3.2.
Met de intrekking van de vorderingen resteert een beslissing over de proceskosten. Uitgangspunt bij een geschil tussen ex-echtelieden is dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. In de onderhavige omstandigheid dat deze procedure niet nodig was en de man, door deze toch door te zetten, de vrouw nodeloos op kosten heeft gejaagd, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de man te veroordelen in de proceskosten van de vrouw.
3.3.
De kosten aan de zijde van de vrouw worden begroot op:
- griffierecht € 86,00
- salaris advocaat
€ 697,00
Totaal € 783,00
Dictum
De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt de man in de proceskosten, aan de zijde van de vrouw tot op heden begroot op € 783,00;
4.2.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2023.
2091 / 3577