Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-29
ECLI:NL:RBROT:2023:8756
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Wraking
1,383 tokens
Dictum
op het verzoek van
[naam verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
de anonieme rechter in de procedure met kenmerk ROT 23 / 5108.
1Het procesverloop en de processtukken
1.1.
Verzoeker heeft op 14 juli 2023 bij deze rechtbank een bestuursrechtelijk beroepschrift ingediend tegen het niet (tijdig) beslissen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht op het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 26 januari 2023, houdende afwijzing van het verzoek van verzoeker om informatie op grond van de Wet open overheid.
1.2.
Per e-mailbericht van 4 augustus 2023 doet verzoeker een beroep op vrijstelling van het griffierecht.
Per e-mailbericht met bijlagen van 10 augustus 2023 stuurt verzoeker financiële gegevens aan de rechtbank.
1.3.
Bij brief van 16 augustus 2023 heeft de griffier aan verzoeker onder meer meegedeeld:
“…..
U heeft aangegeven dat u niet in staat bent om griffierecht te betalen. Gelet op de grote hoeveelheid procedures en uw procedeergedrag gaat de rechtbank voorshands uit van misbruik van recht, tenzij aanknopingspunten bestaan voor het tegendeel. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Daarom wijs ik uw beroep op betalingsonm acht af.
…..”
1.4.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde
van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de door verzoeker geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is.
2.2.
Het wrakingsverzoek van verzoeker luidt als volgt:
“Onderwerp: Wraking ROT 23 / 5108
Beste heer, mevrouw,
De brief d.d. 16 augustus 2023 heb ik ontvangen met de weigering mijn zaak te behandelen.
Deze onzin gaat maar door. Uw rechtbank heeft de kwestie al verloren. Uw werkwijze is onder meer in strijd met jurisprudentie (ABRvS 3 november 2023, ECLI:NL:RVS:2022: 3430), de toegang tot het recht en het recht op een eerlijk proces.
Verder is de anonieme rechter én de anonieme griffier in strijd met de wet: De brieven zijn bovendien niet ondertekend.
Graag een rationele, eerlijke, professionele rechter die wetten en regels respecteert.
Wie is deze nare persoon bij uw rechtbank die zijn/haar onzin bovendien op deze onrechtmatige wijze afschuift op de griffier?
Vriendelijke groet,
[naam verzoeker] ”
2.3.
Uit het verzoek blijkt niet dat dit betrekking heeft op de rechter die met de behandeling van de zaak belast is. De naam van de rechter wordt door verzoeker niet genoemd. Evenmin blijkt uit de stukken in het dossier dat de zaak inmiddels aan een rechter is toebedeeld. De tot nu toe in de zaak met verzoeker gevoerde correspondentie is afkomstig van de griffier: het griffierecht wordt, anders dan verzoeker kennelijk veronderstelt, zonder instructie van een rechter geheven op grond van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht. Om deze redenen kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
2.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
2.5.
De wrakingskamer zal verzoeker om deze redenen, met toepassing van artikel 8, lid 2, aanhef en onder e van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam, niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de anonieme rechter in de procedure met kenmerk ROT 23 / 5108.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.
de griffier de oudste rechter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.