Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-09-01
ECLI:NL:RBROT:2023:8634
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,994 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummers : 10021616 CV EXPL 22-23022 (hoofdzaak) en 10268760 CV EXPL 23-237 (vrijwaringszaak)
datum uitspraak: 1 september 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de (hoofd)zaak van
BMW Financial Services Nederland B.V.,
statutair gevestigd te Breda en kantoorhoudende te Rijswijk,
eiseres,
gemachtigde: mr. H.J.M. Hofman (Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders),
tegen
[gedaagde]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
gemachtigde: mr. J. Dekker,
en in de (vrijwarings)zaak van
[eiser]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. J. Dekker,
tegen
Automotive Noord B.V.,
gevestigd te Nieuwe Pekela,
gedaagde,
gemachtigde: mr. G. Meijer,
De partijen worden hierna ‘BMW, ‘[gedaagde]’ en ‘Automotive Noord’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken in de hoofdzaak:
de dagvaarding van 25 juli 2022, met producties;
de incidentele conclusie van [gedaagde] tot oproeping in vrijwaring, met producties;
de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident;
het vonnis in het vrijwaringsincident van 9 december 2022;
de brief van de rechtbank van 20 maart 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken in de vrijwaringszaak:
de dagvaarding van 28 december 2022, met producties;
de conclusie van antwoord met productie;
de brief van de rechtbank van 20 maart 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 30 juni 2023 zijn de hoofdzaak en vrijwaringszaak gelijktijdig tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig namens BMW de gemachtigde mr. Hofman en namens [gedaagde] de gemachtigde mr. Dekker. Mr. Dekker heeft [gedaagde] tijdens de zitting gebeld en hem op de speaker gezet. Namens Automotive Noord waren aanwezig [naam] (verkoopleider Automotive Noord) en de gemachtigde mr. Meijer.
Beoordeling
Wat gaat het om?
2.1.
Tussen BMW, [gedaagde] en Automotive Noord is op 20 april 2019 een financial lease overeenkomst gesloten (hierna: de Overeenkomst). Op de Overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. [gedaagde] is de Overeenkomst aangegaan in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf en heeft niet als consument gehandeld. De kern van de Overeenkomst is dat [gedaagde] een auto in huurkoop heeft verworven en dat hij zich tegenover BMW heeft verbonden om de aanschafprijs en een kredietvergoeding van in totaal (60 maandtermijnen van € 292,09 =) € 17.525,40 te betalen. De auto is aangeschaft bij Automotive Noord. Er is een betalingsachterstand ontstaan, omdat [gedaagde] is gestopt met de maandelijkse betalingen aan BMW. BMW heeft [gedaagde] verschillende keren aangemaand tot betaling van de achterstand en hem in gebreke gesteld. Omdat niets meer door [gedaagde] werd betaald, heeft BMW de auto terug genomen. De Overeenkomst is daardoor ontbonden (artikel 7:90 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW).
In de hoofdzaak
Wat wil BMW?
2.2.
BMW is vervolgens een procedure gestart tegen [gedaagde]. BMW vordert betaling van € 16.115,47. Zij stelt schade te hebben geleden, bestaande uit de restant huurkoopsom (€ 14.403,24), € 1.112,03 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief BTW) en € 600,20 aan contractuele rente van 24 maart 2022 tot 20 juli 2022. Over het bedrag van € 16.115,47 vordert BMW 13% rente per jaar vanaf 21 juli 2022. BMW wil ook dat [gedaagde] de proceskosten betaalt.
Het standpunt van [gedaagde]
2.3.
heeft aangevoerd dat de leaseauto gebreken had.
[gedaagde] moet het bedrag van € 14.403,24 aan BMW betalen
2.4.
BMW beroept zich op artikel 8 van haar algemene voorwaarden. Dat beroep slaagt. Op grond van dat artikel mocht BMW na de ontbinding van de Overeenkomst de auto terugnemen en kon zij aanspraak maken op het gehele (restant) kredietbedrag. De netto-opbrengst van de auto komt hierop in mindering (artikel 8.3 algemene voorwaarden). Het gaat hier om contractuele schadevergoeding.
2.5.
Uit productie 4 bij de dagvaarding blijkt dat de auto na de ontbinding van de Overeenkomst door BMW is verkocht voor € 1.742,92 en dat BMW dit bedrag in mindering heeft gebracht op het bedrag van € 17.525,40. BMW heeft – zo volgt uit productie 4 – daarop ook de al door [gedaagde] betaalde bedragen (van – in totaal – € 1.281,43) en een rente restitutie van € 97,81 in mindering gebracht. Met inachtneming hiervan vordert zij een schadebedrag van € 14.403,24.
2.6.
[gedaagde] heeft de juistheid van de bedragen die BMW in mindering heeft gebracht niet (voldoende concreet) betwist zodat de kantonrechter dit tot uitgangspunt neemt. Dat leidt tot het oordeel dat [gedaagde] het door BMW gevorderde schadebedrag van € 14.403,24 moet betalen. Dat de auto mogelijk gebreken had, is in de relatie tussen [gedaagde] en BMW niet van belang. BMW heeft immers onbetwist gesteld dat in artikel 9.1 van de overeenkomst staat dat voor (onder meer) verborgen gebreken alleen de dealer aansprakelijk gesteld kan worden. Dat is in dit geval Automotive Noord. In artikel 10.2 van de algemene voorwaarden is een vergelijkbare bepaling opgenomen. De stelling dat de auto gebreken had, kan er daarom niet toe leiden dat [gedaagde] BMW niet hoeft te betalen.
[gedaagde] moet contractuele rente betalen
2.7.
BWM heeft onder verwijzing naar artikel 5 van de algemene voorwaarden gesteld dat [gedaagde] 13% contractuele rente per jaar over de hoofdsom (het openstaande saldo vanaf 24 maart 2022) verschuldigd is. Dit is door [gedaagde] niet (voldoende gemotiveerd) betwist. De gevorderde contractuele rente van 13% over de hoofdsom wordt daarom toegewezen zoals in het dictum vermeld.
[gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
2.8.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 1.112,03 inclusief BTW worden ook toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De gevorderde contractuele rente hierover wordt afgewezen, omdat niet gesteld of gebleken is dat BMW met [gedaagde] heeft afgesproken dat over de buitengerechtelijke kosten de contractuele rente verschuldigd is. In de dagvaarding stelt BWM dat [gedaagde] ‘13% contractuele rente per jaar is verschuldigd over het openstaande saldo vanaf 24 maart 2022’. Hieruit kan niet (zonder meer) worden afgeleid dat dit ook geldt voor de buitengerechtelijke incassokosten. Wel zal in plaats van contractuele rente over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, nu niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] met betrekking tot de betaling van de buitengerechtelijke incassokosten eerder in verzuim is geraakt.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van BMW tot vandaag vast op € 135,71 aan dagvaardingskosten, € 1.384,00 aan griffierecht en € 792,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 396,00). Dit is totaal € 2.311,71. Voor kosten die BMW maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] ook een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.10.
Het vonnis wordt, voor wat betreft de veroordelingen in de hoofdzaak, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis in zoverre direct kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld.
In de vrijwaringszaak
Wat wil [eiser]?
2.11.
[eiser] stelt dat hij op 29 juni 2019 de auto heeft laten controleren door een bedrijf genaamd Ames Autobedrijf en dat toen is gebleken dat de cilinderkop defect is. Volgens [eiser] heeft hij verschillende keren contact gezocht met Automotive Noord maar heeft hij niets van Automotive Noord vernomen. Volgens [eiser] is sprake van non-conformiteit van de auto. [eiser] vordert voor recht te verklaren dat Automotive Noord een zaak heeft geleverd die niet aan de overeenkomst beantwoordt en daardoor tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis. Daarnaast vordert [eiser] Automotive Noord te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 16.115,47 met rente en buitengerechtelijke incassokosten aan [eiser] en om Automotive Noord te veroordelen in de proceskosten.
Het standpunt van Automotive Noord
2.12.
Automotive Noord vindt dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen en dat [eiser] de proceskosten moet betalen. Automotive Noord heeft na de levering van de auto aan [eiser] helemaal niets meer van hem vernomen. Pas toen zij bijna vier jaar na verkoop van de auto een dagvaarding ontving, heeft zij voor het eerst kennis genomen van het standpunt van [eiser] dat de auto volgens hem gebreken vertoonde. Als Automotive Noord zou hebben vastgesteld dat de cilinderkop kapot was gegaan binnen de garantietermijn, dan was deze gerepareerd. De kosten hiervoor zouden beperkt zijn gebleven tot een bedrag van maximaal € 2.500,00.
Dictum
De kantonrechter:
in de hoofdzaak
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan BMW te betalen € 14.403,24, vermeerderd met de contractuele rente van 13% over dit bedrag vanaf 24 maart 2022 tot de dag der algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan BMW te betalen € 1.112,03 (inclusief BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 25 juli 2022;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van BMW tot vandaag worden vastgesteld op € 2.311,71;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af;
in de vrijwaringszaak
3.6.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
3.7.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van Automotive Noord tot vandaag worden vastgesteld op € 792,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
44483