Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-30
ECLI:NL:RBROT:2023:8632
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,562 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/657641 / HA ZA 23-434
Vonnis in incident van 30 augustus 2023
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. B.J. Agteresch te Hardinxveld-Giessendam,
tegen
[gedaagde]
,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. A. el Fathi te Arnhem.
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot afgifte van stukken op grond van artikel 843a Rv;
de incidentele conclusie van antwoord, met producties;
de akte uitlating van [eiser];
de akte overleggen producties van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Geschil
2.1.
[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen:
I. tot betaling aan [eiser] van € 26.164,83 wegens de schade aan het appartement en het herstel daarvan, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 maart 2015;
II. tot betaling aan [eiser] van € 8.652,12 wegens de renovatie van het terras, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 mei 2017;
III. in de proceskosten.
2.2.
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij vanaf maart 2015 voortdurend lekkage in zijn appartement had, totdat [eiser] in 2016 herstelmaatregelen heeft getroffen. Door de lekkage is schade ontstaan aan de wanden, de vloer, het kozijn en het plafond. [gedaagde] dient de door [eiser] geleden schade te vergoeden op grond van opstalaansprakelijkheid, dan wel zaakwaarneming, dan wel ongerechtvaardigde verrijking.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert in het incident, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van een afschrift van de rapporten van [naam], op verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 10.000,-.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [naam] in opdracht van de verzekeraar van [gedaagde] onderzoek heeft verricht in het appartement van [eiser]. [naam] heeft naar aanleiding van dit onderzoek twee rapporten opgesteld; één rapport ten behoeve van de opstalverzekering en één ten behoeve van de aansprakelijkheidsverzekering. Ondanks herhaalde verzoeken heeft [eiser] deze rapporten niet mogen ontvangen. Hij heeft deze rapporten nodig, omdat te verwachten is dat [eiser] bij een voldoende gemotiveerde betwisting, bewijs moet leveren voor de stelling dat hij schade heeft geleden als gevolg van een aan [gedaagde] toe te rekenen lekkage. De rapporten van [naam] zijn onderdeel van die bewijslevering en [eiser] vordert deze op grond van artikel 843a Rv.
3.3.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord een rapport van EMN en een rapport van [naam] (gedateerd 2 augustus 2022) overgelegd. Bij nadere akte heeft [gedaagde] nog een rapport van [naam] (gedateerd 29 juli 2022) overgelegd. Omdat [gedaagde] de stukken tijdig heeft aangeleverd, is volgens haar een veroordeling tot het betalen van dwangsommen niet aan de orde.
Beoordeling
4.1.
Artikel 843a Rv bepaalt dat degene die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.
4.2.
[eiser] stelt in de dagvaarding twee rapporten van [naam] nodig te hebben om zijn bewijspositie te versterken, te weten het rapport ten behoeve van de opstalverzekering en het rapport ten behoeve van de aansprakelijkheidsverzekering. [gedaagde] heeft twee rapporten van [naam] overgelegd. Uit de akte uitlating van [eiser] volgt dat het als eerste overgelegde rapport het bedoelde rapport ten behoeve van de opstalverzekering is. Bij nadere akte heeft [gedaagde] nog een rapport overgelegd. De omschrijving van het onderwerp in dat stuk wijst erop dat het hier gaat om het rapport ten behoeve van de aansprakelijkheidsverzekering. De rechtbank gaat er vooralsnog vanuit dat [gedaagde] daarmee de gevraagde stukken heeft overgelegd. Mocht dit niet correct zijn – [eiser] heeft nog niet op het als laatste overgelegde stuk kunnen reageren – dan kan op een later moment in de procedure daarvoor een voorziening worden getroffen. Een veroordeling op basis van artikel 843a Rv is daarvoor niet nodig. Bij de huidige stand van zaken heeft [eiser] onvoldoende belang bij zijn vordering tot het overleggen van twee rapporten van [naam], op verbeurte van een dwangsom. De rechtbank wijst de incidentele vordering af.
4.3.
De hoofdregel is dat de verliezende partij in de proceskosten wordt veroordeeld. Echter, [gedaagde] heeft pas na de dagvaarding van [eiser] en na het uitwisselen van akten de gevorderde stukken verstrekt. Om die reden worden de proceskosten in dit incident gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst het gevorderde af,
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 oktober 2023 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023.