Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-23
ECLI:NL:RBROT:2023:8034
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Kort geding
850 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10593912 VV EXPL 23-329
datum uitspraak: 23 augustus 2023 (bij vervroeging)
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
Gemeente Rotterdam, Afdeling Belastingen: Dwanginvordering,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Gemeente Rotterdam’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het aanvraagformulier, met bijlagen;
de mails van [eiseres] van 10, 13 en 17 juli en 1 augustus 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 21 augustus 2023 is de zaak tijdens een zitting met [persoon A] , namens [eiseres] , besproken. Gemeente Rotterdam is niet verschenen.
Beoordeling
2.1.
Gemeente Rotterdam is niet in deze procedure verschenen. Er wordt echter geen verstek tegen haar verleend (artikel 139 Rv). De dagvaarding voldoet namelijk op een groot aantal punten niet aan de wettelijke vereisten. Tijdens de zitting heeft [persoon A] aangegeven dat het document met de titel ‘appèldagvaarding’ dat zij bij haar e-mail van 13 juli 2023 heeft gevoegd, moet worden gezien als de dagvaarding. Deze dagvaarding heeft onder andere de volgende formele gebreken (artikel 45 en 111 Rv):
de dagvaarding is niet door middel van een deurwaardersexploot betekend aan Gemeente Rotterdam, maar alleen door [persoon A] ondertekend en gemaild;
het adres van de rechtbank is niet opgenomen;
de rechtsgevolgen wanneer Gemeente Rotterdam niet in het geding verschijnt zijn niet correct vermeld;
ten onrechte is vermeld dat Gemeente Rotterdam bij verschijning griffierecht moet betalen.
Los van deze formele gebreken is uit de dagvaarding niet op te maken wat [eiseres] nu precies eist en wat de grondslag ervan is.
2.2.
De kantonrechter geeft [eiseres] niet de gelegenheid om deze gebreken te herstellen. De gebreken zijn namelijk van zo’n aard dat kan worden aangenomen dat de dagvaarding door de gebreken Gemeente Rotterdam niet heeft bereikt. Zelfs als deze dagvaarding Gemeente Rotterdam wel zou hebben bereikt, kan door de aard van de gebreken, niet van haar worden verwacht dat zij op basis van deze dagvaarding verschijnt. De conclusie is dat de kantonrechter de dagvaarding nietig verklaart (artikel 65, 120 en 121 Rv en ECLI:NL:HR:1989:AD5729).
2.3.
[eiseres] moet de proceskosten betalen, die aan de kant van Gemeente Rotterdam worden vastgesteld op € 0.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart de dagvaarding nietig;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Gemeente Rotterdam tot vandaag worden vastgesteld op € 0.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
33394