Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-05-23
ECLI:NL:RBROT:2023:7978
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
958 tokens
Dictum
[terbeschikkinggestelde01],
geboren te Curaçao op [geboortedatum01],
verblijvende in [instelling01],
raadsvrouw mr. [naam01], advocaat te ’s-Gravenhage.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 31 augustus 2018 is de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De termijn van de terbeschikkingstelling is begonnen op 12 mei 2021.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 24 maart 2023 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met 2 jaren.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 23 mei 2023 behandeld. De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsvrouw [naam01], en de deskundige [naam02], werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 10 maart 2023, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. De deskundige heeft dit advies ter terechtzitting nader toegelicht. Omdat de terbeschikkingstelling eerder is begonnen dan de voorgeschreven termijn, komt de terbeschikkinggestelde (pas) in aanmerking voor verlof vanaf 13 september 2024. Tot die tijd adviseert de instelling de behandeling van de terbeschikkinggestelde – die zich tot dusver goed aan de behandeling en trainingen houdt - door te laten lopen om hem goed voor te kunnen bereiden op dat verlof en het recidiverisico verder te beperken. Daarvoor is een verlenging van 2 jaren vereist. Op dit moment bevindt de terbeschikkinggestelde zich nog in de beginfase van de behandeling.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De terbeschikkinggestelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. E.M. Havik voorzitter,
en mrs. J.L.M Boek en P.C. Tuinenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. T. van Driel en S. Hoebe, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.