Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-09-07
ECLI:NL:RBROT:2023:7813
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,218 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 8671182 CV EXPL 20-3554
uitspraak: 7 september 2023
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
in de zaak van
Corendon International Travel B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: Nouta Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die niet heeft gereageerd.
1. Het verloop van de procedure
Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan haar te betalen € 763,28 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.
Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend.
Beoordeling
(Pre)contractuele informatieverplichtingen
2.1.
Eiseres stelt dat gedaagde bij haar een pakketreis heeft geboekt, maar het verschuldigde bedrag ondanks aanmaning niet heeft betaald, waarna eiseres de reis als geannuleerd heeft beschouwd. Volgens eiseres is gedaagde daarom, conform het annuleringskostenbeding in de toepasselijke algemene voorwaarden, de gevorderde annuleringskostenvergoeding verschuldigd.
2.2.
De overeenkomst waar eiseres zich op beroept, is gesloten tussen een handelaar (eiseres) en een consument (gedaagde). Bij of voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomst moet de handelaar bepaalde informatie aan de consument verschaffen en deze informatie bevestigen op een duurzame gegevensdrager. De rechter moet ambtshalve onderzoeken of aan de informatieverplichtingen is voldaan. De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of de algemene voorwaarden van eiseres oneerlijke bepalingen bevatten zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. In dit geval kan in het midden blijven of eiseres aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan en of het annuleringsbeding al dan niet oneerlijk is, omdat de vordering hoe dan ook niet kan worden toegewezen, gelet op het volgende.
2.3.
Artikel 9.1 van de ANVR-voorwaarden bepaalt dat de reiziger de reisovereenkomst voor het begin van de pakketreis kan opzeggen, tegen vergoeding van de schade als gevolg van de opzegging. In artikel 9.2 van de ANVR-voorwaarden is de omvang van deze (gefixeerde) schade vastgelegd. Vast staat dat gedaagde de reis niet zelf heeft geannuleerd. Eiseres beroept zich op artikel 10.2 in samenhang met artikel 9.2 van de ANVR-voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn. In artikel 10.2 staat het volgende:
“Als je in verzuim bent, maant de organisator, of iemand namens hem jou aan tot betaling en stelt je een termijn van 14 dagen om alsnog aan je verplichtingen te voldoen. Je wordt erop gewezen dat als je ook dan niet betaalt de overeenkomst per deze datum geacht wordt te zijn geannuleerd. De organisator verrekent reeds betaalde bedragen met de annuleringsgelden. […]”
Gelet op deze bewoordingen is de annuleringsvergoeding van artikel 10.2 in samenhang met artikel 9.2 van de ANVR-voorwaarden alleen verschuldigd als aan gedaagde een termijn van veertien dagen is gegeven om alsnog te betalen en aan gedaagde is meegedeeld dat de overeenkomst bij het uitblijven van betaling geacht wordt te zijn geannuleerd. Eiseres heeft gedaagde per e-mailbericht van 4 juni 2019 aangemaand om de reissom te betalen en zij heeft hierbij aangegeven dat als zij de betaling niet uiterlijk 7 juni 2019 zou ontvangen, zij “genoodzaakt [is] uw reservering conform de algemene reisvoorwaarden te annuleren”. Eiseres heeft hiermee niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 10.2 van de ANVR-voorwaarden dat aan de reiziger een termijn van veertien dagen moet worden gegeven. Dit artikel biedt daarom geen grondslag voor de gevorderde vergoeding. Dit betekent dat de vordering van eiseres wordt afgewezen.
2.4.
Eiseres krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van gedaagde tot vandaag vast op nihil.
Dictum
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagde vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.424
Zie de artikelen 7:502 en volgende van het Burgerlijk Wetboek