Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-25
ECLI:NL:RBROT:2023:7738
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
941 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/5569
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], te [plaatsnaam], eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,
gemachtigde: [naam].
Procesverloop
Verweerder heeft eiser bij beschikking van 22 januari 2022 een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen opgelegd. De naheffingsaanslag beloopt in totaal € 69,10, bestaande uit € 2,60 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten naheffing (vorderingsnummer [nummer]).
Bij uitspraak op bezwaar van 10 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de beschikking en de aanslag ongegrond verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2023. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De griffier heeft het Track & Trace-systeem van PostNL geraadpleegd. Bij de aangetekende verzending aan eiser van de uitnodigingsbrief voor de zitting van 17 augustus 2023, gedateerd 17 juli 2023, staat dat deze op 18 juli 2023 is bezorgd, voorzien van een handtekening voor ontvangst. Gelet hierop heeft de rechtbank vastgesteld dat de uitnodiging voor de zitting op regelmatige wijze aan het adres van eiser is aangeboden en heeft zij de zaak op zitting behandeld.
Overwegingen
1. Op 12 januari 2022 om 18:52 uur heeft een parkeercontroleur van verweerder geconstateerd dat de auto van eiser (kenteken [kenteken]) stond geparkeerd aan de Aelbrechtskade in Rotterdam zonder dat voldoende parkeerbelasting was betaald.
2. Niet in geschil is dat op die locatie parkeerbelasting verschuldigd was.
3. Eiser voert aan dat hij voldoende parkeerbelasting heeft afgedragen, nu hij eerst via zijn eigen parkeerapplicatie (van 19:17 uur tot 19:24 uur) en vervolgens via de bezoekersparkeerapplicatie (van 19:24 uur tot 19:41 uur) zijn auto heeft aangemeld. Eiser stelt dat hij na het beëindigen van zijn parkeeractie enige minuten nodig heeft gehad om zijn auto te bereiken.
4. De rechtbank oordeelt als volgt. Anders dan eiser stelt, heeft de parkeercontroleur van verweerder niet om 19:52 uur, maar om 18:52 uur, vastgesteld dat de auto van eiser stond geparkeerd zonder dat voldoende parkeerbelasting was voldaan. Dat blijkt uit de foto’s die de scanauto heeft gemaakt, waarop de auto van eiser is te zien, en uit de datum- en tijdcodes die onder die foto’s staan. Eiser heeft pas 25 minuten later, om 19:17 uur, de eerste parkeeractie gestart in de parkeerapplicatie. Dat is te laat. Het betoog van eiser dat hij na het beëindigen van zijn parkeeractie enige tijd nodig had om zijn auto te bereiken, slaagt niet. Eiser heeft de parkeeractie in de parkeerapplicatie immers niet te vroeg beëindigd, maar juist te laat gestart. Verweerder heeft de naheffingsaanslag dan ook terecht aan eiser opgelegd.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Tchang, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).